Hoofdstuk 6

Het machtsspel van
een medailloncultus

Misschien waren de jaren van de tournee te succesvol geweest, hadden ze te veel aandacht getrokken, niet zozeer van een vijandige pers, maar van vijanden binnen de Kerk, vooral in Ottawa, waar de Trudeau, Sauve, Turner en Chretien- regering met de abortuskwestie bezig was. De hoogte vanwaar de eerste scheldwoorden aan het adres van Pater Gruner kwamen, roept beelden op van rechtstreekse verbindingen, niet geregistreerde nummers en secretaresses aan de telefoon.

De eerste aanval was er in oktober 1978 gekomen, toen Pater Gruner nog op weg was met de pelgrimerende Maagd. In Edmonton ontving hij een brief van Aartsbisschop Angelo Palmas, de Pauselijke Pro-nuntius in Ottawa. De brief was in het Frans, ook al wist Monseigneur Palmas dat Pater Gruners moedertaal het Engels was. In de brief beschuldigde Monseigneur Palmas hem ervan een 'vagus' te zijn, dit wil zeggen een priester die nergens geïncardineerd is39.

In feite adresseerde Monseigneur Palmas hem niet als Pater Nicholas Gruner, maar als Pater 'Colas' Gruner. Pater Gruner telefoneerde naar Ottawa om zich tegen de beschuldiging te verweren. Hij vertelde Monseigneur Palmas dat hij de schriftelijke toestemming van zijn Bisschop Pasquale Venezia had. Hij vroeg of Monseigneur Palmas wou dat hij onmiddellijk naar Ottawa kwam om de zaken recht te zetten.

Monseigneur Palmas zei: "Neen, neen Pater, blijf maar waar je bent. Zo gauw je je bezoeken met het beeld hebt afgelegd, zullen we erover praten."

Ondertussen stuurde Pater Gruner Monseigneur Palmas een kopie van de brief van Bisschop Venezia die hem de officiële toestemming gaf afwezig te zijn van het bisdom van Avellino. Het document was slechts vijf maanden oud, nog volledig geldig, en elimineerde elke kans dat hij een 'vagus' was.

Het spoor van deze eerste opvallende klacht tegen Pater Gruner van de Pro-Nuntius, leidde, ongelooflijk, naar een vreemde randgroepering die trouw zweerde aan de antipaus, Clemente Dominguez Gomez, een Spaans ziener die bij Sevilla woonde.

Van al de partijen, bewegingen en groepen die ontstaan waren om de leemte in de leiding van de Kerk te vullen, waren er weinigen meer bizar dan deze Spaanse cultus die in Ottawa voet aan de grond kreeg in de jaren '70. Haar symbool was een medaillon dat rond de nek gedragen werd. Een heel speciaal medaillon.

Clemente had zogenaamd een visioen van de Heilige Maagd gehad waarna hij zichzelf tot 'Paus' Gregory XVII kroonde. En zo werd er aan het arsenaal van de anti-katholieke pers weer een zonderling toegevoegd die opnieuw elke authentiek mystieke ziel ontkrachtte. Deze zelfde groepering ploeterde in wat Pater Gruner als satanische heiligschennis tegen de Heilige Eucharistie bekeek. Wie waren deze mensen ?

Ze noemden zichzelf onder andere de Broeders van Sint Jozef en het Witte Leger. Het 'Leger' was opgericht door ene Maria Concepcion, die door de Portugese bisschoppen al eens beschuldigd was geweest van heiligschennis tegen het Heilige Sacrament. Er was ook een Mevrouw Bouff, die in Marseille woonde, en die Maria Concepcion regelmatig in Portugal ging bezoeken. In het middelpunt van hun cultus stonden zogenaamd geconsacreerde hosties, waarvan Maria zei dat ze ze gekregen had van de Aartsengel Michael, die ze, tijdens een verschijning, op de grond zou laten vallen hebben. Concepcion raapte ze op, zo ging het verhaal, en begon ze na verloop van tijd te delen met Mevrouw Bouff uit Marseille.

Mevrouw Bouff bezocht Canada in 1975 en in 1976 om mensen voor het Witte Leger te rekruteren. Het 'Leger' had een hiërarchie, een commandant generaal voor Canada, die hoger in rang stond dan de rest van de Canadese leden. De tweede stand was die van de 'apostelen'. De 'apostel' moest een medaillon dragen zoals men dat in elke rommelwinkel kon vinden. Mevrouw Bouff gaf aan elke 'apostel' een hostie die geconsacreerd zou zijn. In het medaillon lijmde ze de hostie vast met lijm, en eenmaal gegeven, werden het Lichaam en het Bloed van Christus rondgedragen door de dagelijkse wereld van het werk. De 'soldaten', nog een lagere rang, moesten zich rond een apostel verzamelen en het medaillon aanbidden.

Pater Gruner nam kennis van de cultus toen een van de 'apostelen', die begrijpelijkerwijze dacht dat er iets niet helemaal juist was met dit benodigde deel van zijn uitrusting, Pater Gruner vroeg of hij hem van zijn medaillon kon verlossen. Hij deed dit en opende het medaillon zelf. Er zat een stukje hostie ter grote van een duimnagel in.

Pater Gruner herinnert zich levendig dat hij, tijdens het bezit van het medaillon, pijnen in zijn borstkas voelde, die hij ervoor of erna nooit gehad had. Hij beschouwde het medaillon als 'duivels'. Naast de pijnen die Pater Gruner ervoer, was hij ook tot zijn besluit gekomen door 9 andere theologische argumenten die hij omtrent het medaillonverhaal en Maria Concepcion had bedacht. Hij vertelde twee andere priesters, die elk meer dan dertig jaar ervaring hadden, over zijn bevindingen en ze waren het ermee eens dat het medaillon duivels was. Een van de belangrijkste redenen om het medaillon als duivels af te doen, was het feit dat het Witte Leger voorschreef dat volgelingen het medaillon niet mochten vermelden aan andere priesters buiten het Leger. de H. Ignatius zegt dat zo'n bevel van geheimhouding rond het spiritueel leven een sterke aanwijzing is dat de mystieke ervaring des duivels is.

"Zoals de Kerk sacramentaliën heeft," becommentarieert Pater Gruner, "heeft de duivel ook zijn sacramentaliën. Het medaillon vertegenwoordigde duidelijk een heiligschennis tegen het Heilige Sacrament."

Het medaillon was letterlijk een duivels sacrament. Was het een geconsacreerde Hostie die ontheiligd was ? Hij was er niet zeker van. Was het iets dat de duivel macht over mensen gaf ? Zeker wel.

Een abnormale rij van verschrikkelijke fysieke ongevallen overkwam medaillondragers. Huwelijken braken uit elkaar, polariseerden in twee vijandige kampen, kinderen werden verloren, blijkbaar voor altijd, door hun ouders.

Pater Gruners eerste maatregel was het medaillon te begraven in zout dat gezegend was met de zegen die men in het Rooms-katholicisme gewoonlijk gebruikte om de macht van de duivel te breken. Toen vroeg hij aan een andere priester om hem ervan te verlossen en ermee te doen wat de rites van de Kerk vereisten in een geval zoals dit. De priester die het medaillon van hem overnam was zo bang van de kwade eigenschappen ervan, dat hij de volledige zestig kilometer terug naar zijn huis op de autostrade aan dertig kilometer per uur reed. Toen hij thuis was, nam hij de hostie uit het medaillon en legde die in een bokaal met water om op te lossen. Men kon niet vaststellen of de hostie al dan niet geconsacreerd was. Het veiligste was dan ook om de hostie te behandelen alsof dat wel het geval was geweest. De priester in kwestie nam ook een tweede, ongewijde, hostie van ongeveer dezelfde grootte en deed die ook in een bokaal water. Na vijf dagen was de tweede opgelost, de eerste bleef nog 15 dagen heel.

Toen Pater Gruner de medailloncultus publiekelijk veroordeelde in katholieke kranten in Canada en de Verenigde Staten werd hij meteen de grootste vijand van de cultus. Hij werd snel gerechtvaardigd toen de cultus ook door Aartsbisschop Plourde van Ottawa in het publiek werd veroordeeld in de eerste pagina's van de Ottawa Citizen. De Montreal Gazette volgde de zaak op met een lange reeks artikelen over deze bizarre afwijking.

Een van de medaillondraagsters verklaarde dat ze van plan was Pater Gruner te vernietigen en blufte dat ze hem uit het land zou laten zetten. Ze ging meteen over tot het vinden van een journalist die haar persoonlijke weergave van Pater Gruners verzonnen fouten, zou drukken. Niets kwam dit opzet beter uit dan het bezit van het ultieme wapen om Pater Gruner te ondermijnen, namelijk de vage en schrikwekkende term 'vagus'.

*
De tour van het westen van Canada had de aandacht op de jonge priester gevestigd. De reactie van zijn vijanden toonde dat alles wat hij in de toekomst nog zou doen nog meer de aandacht zou trekken. Ironisch genoeg creëerde hij een imago dat scherp contrasteerde met de omstandigheden waarin hij werkte. Een unieke gekwalificeerde getuige van het spirituele klimaat in Ottawa toen, is Pater Victor Soroka, rector van het Basiliaans Seminarie in de late jaren '70. Hij herinnert zich de omstandigheden waarin Gruner zwoegde:

"Hij werkte in een kamer die hij van een oudere dame huurde. In het eerste gedeelte van de kamer sliep hij op een bed zonder veren. Er waren praktisch geen faciliteiten. Hij moest dichtbij wonende pastoors vragen om een plaats om zijn H.Mis op te dragen. Hij gaf toen ook The Fatima Crusader uit, met de hulp van een vrome vrouw, Debbie. Maar voor de verdeling van de tijdschriften huurde hij een kelder en vroeg hij de hulp van vrijwilligers voor de briefomslagen."

"Hij was vaak onze gast op het seminarie. Hij kon alleen maar blijven als we een kamer vrij hadden, meestal waren alle kamers bezet door de 26 seminaristen. (Het seminarie is sindsdien verwoest door een brand.)"

"Zijn financiën kwamen zo traag binnen, dat hij nooit volledig voor een editie kon betalen, hij had altijd schulden en problemen bij het postkantoor. Zij wilden hem niet het juiste tarief aanrekenen, zeiden dat hij er geen recht op had, hetgeen niet waar was."

"Pater Gruner ging naar verschillende bisschoppen, maar vond geen steun. Waarom ? Uit jaloezie. Zie je, hij had amper genoeg te eten en toch was hij O.L.Vrouw aan het verkondigen door middel van de Fatima Crusader en het beeld van de pelgrimerende Madonna. Hij was bereid in een rectoraat te leven en er te helpen, maar niemand wou hem onderdak verlenen. Waarom ? Omdat ze de Maria-devotie niet wilden erkennen en de rozenkrans niet publiek wilden laten bidden. De kerken negeerden de kruisweg en gaven de H.Communie in de hand. Zijn grootste misdrijf was het opdragen van de oude H.Mis. Hij was waarschijnlijk de enige priester in Ottawa die dit toen deed."

"Hij verdiende geen cent en hij reed in een van de armzaligste auto's op de baan. Iedereen zei dus: 'Laten we hem het slachtoffer maar zijn'. En dat deden ze ook. Maar na al die jaren won hij toch. Kijk maar naar wat hij in vergelijking met hen gepresteerd heeft."

Pater Gruner had degenen die hem wilden vernietigen zelf van de wapens voorzien. Het centrum van zijn apostolaat was Maria. De agenda van zijn apostolaat was simpel en direct -Maria's boodschap direct naar het volk brengen. Na de 18 jaren van rook en spiegels van sommige moderne bureaucraten die de Kerk verstikten, waren rozenkransen en scapulieren bijna revolutionair. De respons van de mensen tijdens de tournee in het westen van Canada suggereerde dat zo'n 'revolutie' niet ondenkbaar was, ondanks het feit dat ze niet verwelkomd werd door degenen die aan de macht waren. Hetgeen ze moesten doen, was de 'revolutie' stoppen.

Waarom ? Om Maria, daarom. Er was geen plaats voor Maria in de plannen van diegenen die de Kerk aan het hervormen waren zodat ze hun eigen belangen zou kunnen dienen. Maria moest verdwijnen. Om dit beter te begrijpen, moet men maar naar een van de meest fascinerende Schotten van deze eeuw kijken, namelijk Hamish Fraser.

Hamish was een overtuigd communist geweest tot 1947. Hij was verantwoordelijk voor het werk van de partij in het westen van Schotland en moest er vooral op toezien dat de ziel van de arbeidersbeweging voor altijd op zou komen tegen de regering en de Kerk. In 1943 begon zijn bekering.

Tegen 1947 was hij Rooms-katholiek. Tegen 1950 woonde hij Fatima Conferenties bij.

In het nummer van L'Homme Nouveau van 25 januari 1953, vertelde Abbé Richard, die later voorzitter van het Blauwe Leger zou worden in Frankrijk, over een ontroerend incident waarin Hamish 'De duivenman' genoemd werd.

"Is het onmogelijk dat de kosmische stralen van liefde de wederopstanding van echte menselijkheid mogelijk zouden maken in een wereld die monsterlijk werd gemaakt door brutaliteit en haat ? Integendeel, zo'n wedergeboorte mag zeker het resultaat genoemd worden van gebed, boete, heiligheid en de toewijding van onszelf aan God door O.L.Vrouw. Want deze dingen zijn echt, en hebben bijgevolg de kracht om de mogelijkheden van de moderne mens met een nieuwe kracht en richting in beweging te zetten."

"Dat is de les die ons nogmaals in het Parc des Expositions werd geleerd door onze vriend Hamish Fraser, de Man van de Duif Een vriend van ons, een priester in het bisdom van Cherbourg had twee duiven in zijn bezit, de nakomelingen van de duiven die op zo'n merkwaardige manier het beeld van O.L.Vrouw van Fatima gedurende haar rondgang door Portugal en Spanje vergezelden. Deze priester liet het koppel, dat de vrijheid nog nooit had meegemaakt, los in de grote hal van het Parc des Expositions op het moment dat het beeld van O.L.Vrouw, begeleid door hymnes, binnenkwam. De duiven, doodsbenauwd, vlogen twee of drie keer rond de hal en verstopten zich dan tussen de balken."

"Een van hen cirkelde echter eerst rond alsof ze iemand zocht, en koos toen uit de duizenden die de hal vulden, Hamish Fraser uit en ging kalm op zijn hoofd zitten, midden in zijn verwarde haar. De duif bleef er zitten, blijkbaar onbewogen door de flitsen van de fotografen die met elkaar wedijverden om de beste foto van het gebeuren. Na ongeveer drie minuten, vloog ze naar haar metgezel."

"Enkele momenten later begon Hamish Fraser te spreken en verklaarde hij: 'Ik zeg niet dat ik geloof dat bidden communisten kan bekeren; ik weet dat bidden communisten kan bekeren.' De duif leek vooraf borg te hebben gestaan voor de verklaring van de man. Een mirakel ? Zeker geen mirakel voor ongelovigen. Maar, om een uitspraak van de H. Paulus te citeren: het kan best een teken zijn voor de gelovigen: in signum fidelibus."

Hamish zag hoe de Kerk op het Tweede Vaticaans Concilie gekaapt werd, zag de verwarring die door verwarde theologen gezaaid werd, was er getuige van hoe de humanisten de bisschoppen te slim af waren en observeerde hoe de misleide modernisten hun strategie planden. Hij zag het allemaal. Hij vroeg zich af waarom anderen niet onder ogen zagen wat er aan het gebeuren was. De tactiek van de verwarring en de weldoordachte 'spontaniteit', het eindeloze beroep op de waardigheid, op medeleven, vrijheid en gelijkheid, het eindeloze inpassen van slogans over broederschap in speeches, de aanhoudende vraag om zeggenschap voor de mensen -het maakte allemaal deel uit van een strategie die hij herkende. Het was zijn job geweest diezelfde strategie te doen werken binnen de arbeidersbeweging in Schotland.

Al de veranderingen die deze strategieën in de Kerk teweeg brachten, steunden op een enkele richtlijn; de noodzaak om Maria buiten de Kerk te zetten, want zoals de communisten zeggen: als Maria verdwijnt, verdwijnt vroeg of laat de Kerk zelf ook.

Waarom moest Maria verdwijnen ? Hamish legt uit:

"Het was noodzakelijk de Moeder van God aan te vallen omwille van één reden, namelijk dat er geen enkele andere manier mogelijk was om de Zoon effectief te bannen uit de maatschappij en het leven van de mens. Als je je ontdoet van Maria ontmantel je voorgoed de idee van de aanvaarding in de Kerk van het algemeen Koningschap van Christus." Hetgeen de vernietiging van het communisme zou betekenen.

"Maria moest verwijderd worden omdat er geen andere manier was om de mensgeworden God uit het bewustzijn van de mensen te halen."

"Maria moest verwijderd worden omdat het in Haar schoot was dat God vlees en bloed was geworden."

"Maria moest verwijderd worden opdat God veranderd kon worden in een betekenisloze abstractie. Een onpersoonlijk wezen dat ver en totaal verwijderd is van de zaken van het alledaagse leven staat."

"Maria moest verwijderd worden omdat het uit Haar schoot was dat God in de menselijke maatschappij kwam."

"Maria moest verwijderd worden omdat Ze de auteur gezoogd had van de oude morele maatschappelijke orde, die de revolutionairen wilden vernietigen."

"Maria moest verdwijnen omdat Ze de moeder van het christendom was, de moeder van de eenheid van de christenen."

"Maria moest verdwijnen omdat Haar Onbevlekte Ontvangenis, niet minder dan de H.Mis zelf, letterlijk een onoverkomelijke barrière was voor de opkomst van de lekenstaat."

"Maria moest verdwijnen omdat Haar gezegende naam het laatst overblijvende obstakel was voor de ontwikkeling van die 'laissez faire' maatschappij waar relaties tussen mensen niet langer gebaseerd waren op broederlijkheid, maar op de koude band van de cash."

"Maria moest verdwijnen omdat de reformisten Haar herkenden voor wat Ze was en is", wat de pausen altijd, " . . .de bemiddelaarster tussen God en de menselijke maatschappij" noemden40.

En eens Ze weg was, zou iedereen die Haar probeerde terug te brengen vernietigd moeten worden, zoals Pater Gruner en het Nationale apostolaat van de pelgrimerende Madonna. Het laatste wat de nieuwe Kerk kon gebruiken was een ander Blauw Leger.

*
Decennia lang had het originele Blauwe Leger, de militant klinkende vereniging van katholieken toegewijd aan Fatima, de pausen en prinsen van het belang van O.L.Vrouw van Fatima voor de katholieke wereld proberen te overtuigen. De organisatie was stevig in Fatima geworteld met een indrukwekkend hoofdkwartier juist ten oosten van de rand van de Cova de Iria. Het was gesitueerd in die richting van de azinhiera boom waar het eerste licht in de lucht flitste om de naderende komst van de hemelse bezoeker aan de Cova aan te kondigen. Het was moeilijk genoeg geweest voor de vijanden van Maria om het Blauwe Leger te infiltreren. Zij wilden geen ander Fatima apostolaat en vreesden dat Pater Gruner juist dat was.

Zij waren verkeerd hem ervan te verdenken een ander Blauw Leger te willen beginnen. In het begin was de relatie met die historische organisatie hartelijk genoeg, en met de beste intenties. De beweging die Pater Gruner begonnen was, zou uiteindelijk echter noch hetzelfde vertegenwoordigen of op dezelfde manier werken, noch zou ze het Blauwe Leger imiteren. Zijn apostolaat zou zich na een tijdje tegen de desinformatie over het verzoek van O.L.Vrouw door de leiding van het Blauwe Leger verzetten.

Met de tijd zou het Blauwe Leger en Soul Magazine, haar publikatie minder scherp worden, haar leiding zou verouderen, milder worden en haar onafhankelijkheid van de ostpolitik van het Vaticaan (de politieke opening naar het Oosten) verliezen. Ze werden gewillige deelnemers in een kortzichtige visie op de toekomst:

Een paar maanden voor het Tweede Vaticaans Concilie begon, onderhandelden diplomaten van het Vaticaan over een nog nooit voorgekomen restrictie op haar overleg: Metropoliet Nikodim van de orthodoxe Kerk, een marionet van Moskou, zou de uitnodiging van het Vaticaan accepteren om orthodoxe observators naar het concilie te sturen, als het concilie zou afzien van een veroordeling van het communisme. Een geschreven overeenkomst hieromtrent werd getekend door Nikodim en de vertegenwoordiger van het Vaticaan, kardinaal Tisserant. De orthodoxe observators, KGB werknemers vermomd als priesters, wachtten in Moskou op Paus Johannes' openingstoespraak, die een nieuw tijdperk van 'dialoog' met de wereld en een einde aan de veroordelingen beloofde. De volgende dag arriveerden de waarnemers op het concilie.

De "Vaticaan-Moskou" overeenkomst bepaalde ostpolitik, "oostpolitiek", als de toetssteen van de Vaticaanse diplomatie, hetgeen de relaties van de Heilige Stoel met de rest van de wereld beïnvloedde. In ruil voor stilte tijdens de confrontatie met het kwaad, zou het concilie vereerd worden met de aanwezigheid van KGB agenten die een marionettenkerk gecontroleerd door het Kremlin vertegenwoordigden. Waar er eerst altijd een strenge pauselijke veroordeling van het communisme was geweest, was er nu dialoog en onderhandeling met de krachten van het atheïsme van de wereld.

De volgens de regels van de kunst behandelde geschreven verzoeken van meer dan 450 concilievaders dat het communisme op de agenda zou geplaatst worden, waren op een of andere manier 'verloren' gegaan in het conciliaire bureaucratisch apparaat. Tijdens het concilie zou kardinaal Tisserant elke concilievader die een discussie over het communisme op gang wou brengen, het zwijgen opleggen, zeggende dat het verboden was. Een menselijk plan van diplomatie was in aanvaring gekomen met de goddelijke aanwijzingen van Fatima. Zo'n 16 jaar later zouden Pater Gruner en het apostolaat in de conflictzone komen staan. Niet het Blauwe Leger.

Wat de Vaticaan-Moskou overeenkomst betreft, was het Blauwe Leger bijna te aangenaam, te ijverig om mee aan de startlijn te komen. Haar nieuw gevonden zin voor compromissen, haar gevlij om in de gunst van het Staatssecretariaat te komen, hebben haar de bijnaam "Bl'Army" ("blarney": vleierij) gegeven en het stuk van de Berlijnse muur dat in glas aan de rand van Fatima's heiligdom staat de "Bl'Army Stone.("kiss the Blarney Stone": goed kunnen vleien)"

Pater Gruner, Soul en de leiding van het Blauwe Leger hadden in het begin een goede relatie gehad. Een gelegenheid tot samenwerking in de vroege jaren '80 demonstreert dit duidelijk: Jarenlang had de internationale raad van het Blauwe Leger de verdeeldheid van haar leiding in verschillende landen, waaronder Canada zien opkomen. John Haffert schreef in Soul Magazine: "In het begin schreven we de Canadese verdeeldheid toe een de Frans-Engelse verschillen. Maar als we terugkijken op 30 jaar ervaring, zien we ook andere factoren de kop opsteken..."

In januari 1980 nodigde Mijnheer Setz-Degan, de internationale secretaris, Pater Gruner uit op een bijeenkomst van het Blauwe Leger in Rome om de internationale raad de problemen in Canada te helpen oplossen. Pater Leoni, voorzitter van het Blauwe Leger in Montreal kon niet aanwezig zijn maar Pater Gruner was er wel. Toen de vice-president van het Blauwe Leger, Monseigneur Glamba hem zijn mening over Pater Leoni vroeg, zei hij: "Hij is een fijne kerel."

Wanneer we erop terugkijken, lijkt het wel alsof de werkelijke drijfveer achter de poging om de verschillende Blauwe Leger groepen in Canada te verenigen, de wens was om alle Fatima apostolaten onder invloed, of onder de controle van het Blauwe Leger te krijgen, dat op haar beurt van bovenuit gecontroleerd werd door het Staatssecretariaat van het Vaticaan.

Pater Gruners instinct was te helpen in de poging om een eengemaakt Fatima apostolaat in Canada te creëren. Zoals het verteld werd door John Haffert in Soul Magazine: "Pater Gruner ...gaf een algemeen verslag van zijn ontmoeting met verschillende Canadese leiders." (Ontmoetingen tijdens zijn tournee met de pelgrimerende Madonna doorheen Canada ...41)

De officieren van de raad besloten dat Pater Leoni, voorzitter van het Franse deel van Montreal, "... de opdracht kreeg de verschillende partijen in Canada samen te brengen en een enkel nationaal leidinggevend comité voor te bereiden..." met de hulp van Pater Gruner, "wiens bewezen toewijding, fulltime beschikbaarheid voor het werk en zijn gave Engels, Frans en Italiaans te spreken van hem de ideale keuze maken."

De Canadese leiders van Montreal, Toronto en Ottawa waren het eens elkaar te ontmoeten op 17 januari 1981 in het rectoraat van H.Maria kathedraal in Kingston, het middelpunt tussen de steden onder het voorzitterschap van Pater Leoni. Een van de Canadese leiders, mijnheer Wally Stafford weigerde te komen, volhoudend dat hij al de voorzitter van het Blauwe Leger in Canada was.

Een nationaal leidinggevend orgaan van het Blauwe Leger in Canada werd opgericht met de volledige macht een nationaal centrum te vormen, een magazine uit te geven, de erkenning van alle Blauwe Leger centra in Engelstalig Canada te vragen en Toronto voorlopig als nationaal Blauwe Leger centrum van Canada te benoemen, met pater Nicholas Gruner als verkozen voorzitter van het nationaal leidinggevend comité in Engelstalig Canada.

In juli 1981 kwam het Blauwe Leger in haar Fatima hoofdkwartier samen voor de verkiezing van officieren voor haar internationale organisatie. Ook al was de bijeenkomst reeds enige tijd gepland, ze werd gehouden in het traumatische klimaat volgend op de moordaanslag op de paus.

Pater Gruner was toen, met een secretaris, fulltime bezig met het apostolaat, werkend vanuit een klein, slordig kantoortje op de beneden verdieping van een klooster in Ottawa. Voor de eerder genoemde bijeenkomst, bezocht Pater Leoni (Voorzitter van het Blauwe Leger in Montreal), na een bezoek van de Pro-Nuntius, Monseigneur Palmas, Pater Gruner en drong er vriendelijk op aan dat hij hem zou vergezellen naar Fatima in ruil voor een van de twee stemmen die de Canadezen dat jaar hadden.

Pater Gruner was er niet op voorzien op reis te gaan naar Fatima op dat moment, hij had zelfs niet eens een geldig paspoort. Leoni drong echter aan en stelde zelfs voor Gruners reis te betalen, de hotelkosten inbegrepen. Pater Gruner zag er in het begin het belang niet van in, maar een vriend, Pater Victor Soroka, raadde hem aan te gaan.

Geen van hen kon vermoed hebben dat de lange arm van de medailloncultus hen al voor was, heel de weg naar Fatima. Zonder medeweten van Pater Gruner, droeg Leoni in zijn zak een brief die door zijn schrijvers indirect te maken had met de medailloncultus, een met giftige pen geschreven manifest door vroegere ontevreden vrijwilligers.

Het zou een zomer van verwarring en crisis worden. Het leek dat de vooruitgang die Pater Gruner in de zaak van Fatima maakte, naamloze en gezichtsloze oppositie uitlokte. Voor hij vertrok naar de Fatima bijeenkomst, werd hem door een priester uit het bisdom van Avellino, waar hijzelf geïncardineerd was, verteld dat er gefluisterd werd dat hij, Pater Gruner, geschorst zou worden.

Alweer, zoals gewoonlijk, zorgden de vijanden van Fatima ervoor dat zijn aandacht tijdens cruciale momenten voor het apostolaat afgeleid was.

Pater Leoni en Pater Gruner vlogen samen van Montreal, met een landing op de Azoren, naar het vasteland en naar Fatima. Naast elkaar gezeten, praatten ze 10 uur lang tijdens de reis. Waarover echter niet gesproken werd, was dat er recent een bijeenkomst was geweest waarvan Pater Gruner niet op de hoogte was geweest, op aandringen van John Haffert en dat er op sommige beslissingen die in januari tijdens de bijeenkomst in Kingston werden gemaakt, teruggekomen was.

's Maandags, in Fatima, stond Pater Leoni op om in zijn, maar ook in Pater Gruners naam, voorgestelde wijzigingen van de beslissingen van januari in Kingston, aan te kondigen. Terwijl hij naar Pater Leoni luisterde, besefte Pater Gruner nu dat de reis naar Fatima bedoeld was om hem zich te laten neerleggen bij deze ongeautoriseerde veranderingen.

Pater Leoni had nog een andere kaart te spelen. In het geval dat Pater Gruner genomineerd zou worden als een kandidaat voor om het even welke positie tijdens de verkiezingen, was Pater Leoni voorbereid gekomen. De coup-de-grace bij zo'n plan zat in zijn zak. Pater Leoni nam Pater Gruner op dit moment apart om hem ervan op de hoogte te brengen dat hij een brief bij zich had die hij in Canada ontvangen had en beschuldigingen van enkele ontevreden personen in Ottawa bevatte. Pater Gruner en Pater Soroka hadden enkele maanden eerder al persoonlijk geantwoord op deze laster die men Pater Leoni had toegestuurd. Pater Leoni had toen zijn tevredenheid uitgedrukt, maar nu was hij van plan die brief als een verzonnen afpersingswapen te gebruiken om Pater Gruner aan zijn bevelen te doen gehoorzamen. Een achterhoedegevecht en meedogenloze telefoongesprekken naar de Pro-Nuntius door Pater Gruners Witte Leger opponenten in Ottawa, hadden de lelijkheid van de politiek in Ottawa naar Fatima gebracht. "De brief," zei Leoni, "zou onthuld worden indien nodig." Later zouden de auteurs van de brieven aanklagers tegen Pater Gruner worden, maar ze lieten alle drie hun klachten vallen.

De tactische zet van "de brief" is een gekende tactiek voor iedereen die geprobeerd heeft een apostolaat op te zetten ten dienste van de Kerk. Vrome opportunisten, giftige brieven, de telefoon zijn de vergelding van meer dan een vrijwilligersorganisatie. Deze "brief" was verspreid met de grondigheid waarin giftige brieven schrijvers over het algemeen uitblinken, een kopie ervan was naar de Pro-Nuntius in Ottawa gegaan.

Pater Gruner was verplicht een vertrouwde rol aan te nemen, die van het meten en wegen van de procedures van de verkiezingen zoals in zijn seminariejaren in Rome verschillende jaren vroeger. Er waren enkele illustere veteranen van de koude oorlog aanwezig. Een van de meer opmerkelijke, Bisschop Constantine Luna, was gevangene van de rode Chinezen in 1951 geweest. Pater Peter Leoni zelf had ook in een communistische gevangenis gezeten in Rusland in 1955. Toch steunden beiden ondanks hun geschiedenis de Vaticaan-Moskou overeenkomst die in 1962 tussen Nikodim en Tisserant gesmeed was.

Toen het over het onderwerp van de verkiezingen ging, werden drie namen genomineerd voor de post van voorzitter -Luigi Scalafora (de toekomstige president van de Republiek van Italië, Pater John Power, uit Ierland, en Bisschop Luna. In hetgeen duidelijk een poging leek de verkiezingen te controleren en dirigeren, werden zo'n twintig vertegenwoordigers aan wie een stem gegarandeerd was, van hun stemrecht beroofd wanneer Mijnheer Setz-Degan en John Haffert verklaarden dat de stemming beperkt zou worden tot een stem per land in plaats van twee. Setz-Degan, als internationaal secretaris, had formeel en schriftelijk beloofd dat er twee stemmen per land zouden zijn in de officiële aankondiging van de vergadering van januari 1981, zes maand voor de vergadering plaatsvond42.

Tegen deze duidelijke inbreuk maakte Pater Gruner een gewettigd bezwaar op constitutionele grond, in het Engels, Frans en Italiaans:

"De unilaterale beslissing om de helft van de delegatie van hun stem te beroven was volledig illegaal, zelfs als ze gesteund werd door de meerderheid van hen die hun stem behielden. Ik zou mijn tijd niet verspeeld hebben als ik had geweten dat Haffert en zijn vriendjes de regels betreffende de procedure van de verkiezingen zouden veranderen zoals het hen uitkwam zonder enig respect voor de wet, rechtvaardigheid en de liefde."

"Een afgevaardigde uit Brazilië, die een advocaat was, zei tegen degenen die naast hem zaten: 'Dit is een circus.' Ik moedigde hem aan om dit publiekelijk te zeggen voor alle afgevaardigden, maar hij weigerde. Hij werd later verkozen tot een van de leden van de internationale raad."

"Terwijl deze manipulatie van het Blauwe Leger en haar leidend orgaan, die zichzelf benoemden als het enige door het Vaticaan goedgekeurde Fatima apostolaat, plaatsvond, kwam naar boven dat het Blauwe Leger, ondanks het feit dat het in 1947 gesticht was, tegen 1981 nog altijd geen statuut had dat was erkend door het Vaticaan."

"Zich niet gebonden voelend door haar eigen regels en met niemand die de gebeurtenissen in goede banen leidde, ging het Leger verder met het veranderen van haar eigen reglementen naar de willekeur van de insiders, die duidelijk bang waren van het democratisch principe dat ze zo luid verkondigden."

"De verkiezing van de officieren en directeuren volgde. Iedereen stemde niet tegelijk, maar elke afdeling stemde apart. Het duurde niet lang eer Setz-Degan weer probeerde te frauderen."

"De statuten zeiden dat er een duidelijke meerderheid van stemmen moest zijn in de eerste ronde van de stemming. Met de 50 origineel beloofde stemmen, zou de meerderheid 26 zijn geweest. Zelfs met de vermindering van de stemmen door Setz-Degan tot 25, zou een meerderheid duidelijk 13 zijn. Ondanks al zijn gemanipuleer, kreeg Bisschop Luna slechts 12 stemmen. Pater John Ireland en Mijnheer Luigi Scalafora hadden samen de resterende 13 stemmen. Toch probeerde Setz-Degan, de eigen reglementen totaal verwaarlozend, te verkondigen dat Bisschop Luna verkozen was."

Het was op dit moment dat Pater Gruner zich verplicht voelde iets te zeggen. Deze keer verwachtte hij niet dat ze de fundamentele regels van de procedure en de wet begrepen of konden volgen, aangezien ze dit ook niet tijdens zijn eerste interventie hadden gedaan.

Hij zei opnieuw in het Engels, het Frans en het Italiaans: "Ik trek me niet aan wat je doet, maar in het geval dat het je zou interesseren: je bent je eigen regels, waarvan je zegt dat je erdoor geleid wordt, aan het breken. De statuten eisen dat er een absolute meerderheid is in de eerste stemronde."

"Toen zei Setz-Degan: 'Wij zijn hier allemaal vrienden, laten we geen tweede ronde houden, laten we ons niet bezig houden met formaliteiten. Laten we gewoon Bisschop Luna als verkozen beschouwen.'"

"Het was wel duidelijk dat Setz-Degan en zijn persoonlijke vriend Haffert Luna als nieuwe internationale voorzitter wilden."

"Dit werd zelfs nog duidelijker toen ze erop aandrongen dat Luna benoemd werd ondanks het feit dat het publiekelijk aangekondigd was dat kardinaal Rossi, de kardinaal in het Vaticaan die de leiding had over het Concilie van de Leken, het Blauwe Leger formeel gezegd had dat 'We niet willen dat er een bisschop de nieuwe internationale voorzitter wordt.' Ze gingen formeel in tegen dit bevel, hoewel ze beweerden dat ze gehoorzaam waren aan de Heilige Stoel. Ze erkenden verder dat deze congregatie de leiding over hen had, aangezien zij, als organisatie, een speciale erkenning nastreefden."

"Ondanks dit alles, benoemden ze Bisschop Luna toch. John Haffert zei enkele dagen later in het openbaar tegen de bisschop van Fatima dat er geen andere gekwalificeerde kandidaten waren. Dit was duidelijk onwaar, aangezien Luigi Scalafora, die toen een parlementslid was en later president van Italië zou worden, kandidaat was."

Als antwoord op Setz-Degans vraag om tegen de regels in te gaan, stond de beroemde Spaanse priester en Fatima archivaris, Pater Alonso, op en uitte zijn verontwaardiging. Hij zei tegen al de aanwezigen dat ze de regels zomaar niet te midden van de procedure konden veranderen. Nadat Pater Alonso gesproken had, hielden ze een tweede stemronde die 15 stemmen voor Luna opbracht.

Later werd Pater Gruner zelf genomineerd voor een van de volgende hiërarchische posities. Het was toen dat Pater Leoni de brief in kwestie bovenhaalde en hem zei dat hij, Pater Leoni, de brief zou bekend maken als hij meedeed, hetgeen genoeg beroering zou veroorzaken om hem de stemming te doen verliezen.

Op die manier werd Bisschop Luna uiteindelijk met een meerderheid van de stemmen verkozen na meerdere stemrondes. Dat hij mee zou doen in de sabotage van de wereldwijde petitiecampagnes aan de Paus voor de toewijding van Rusland en niets zou doen om de richtlijnen die van de Staatssecretaris kwamen te verstoren, werd later bewezen in een hele dag durende vergadering tussen John Haffert en Pater Gruner in de lente van 1985. Haffert was een openlijke bewonderaar van kardinaal Tisserant, de hoofdarchitect van de Vaticaan-Moskou overeenkomst. Pater Gruner bood aan een positief verhaal over kardinaal Tisserant in de Fatima Crusader te drukken, als Haffert in Soul Magazine de campagne voor de petities voor de toewijding van Rusland wou herstellen. Haffert antwoordde: 'Dat kan ik niet doen. Luna zou het niet toelaten.'

Was het Blauwe Leger tegen dan in die mate door het Staatssecretariaat veranderd dat het haar onafhankelijkheid kwijt was geraakt ? Er was geen enkele manier om dat te bewijzen. Pater Gruner verliet echter uit protest de beweging.

In 1986 nam ook de voorzitter van de afdeling van het Blauwe Leger in Cleveland, Ohio ontslag omwille van de illegale manipulaties die uitgevoerd werden om te vermijden dat de nationale raad van het Blauwe Leger de toewijding van Rusland zou bespreken en misschien verspreiden. Hij zei: 'Het is vrij duidelijk dat het Blauwe Leger gecontroleerd wordt door een paar vastgewortelde mensen en niet geleid wordt volgens haar eigen statuten.' De feiten hieromtrent bleven verdachtmakingen opleveren.

De poging om Pater Gruner de mond te snoeren met de tactiek van de brief had ongetwijfeld al eerder in de geschiedenis van de Kerk priesters om bescherming doen zoeken. Er werd nooit meer iets van hen gehoord. De poging was een voorbeeld bij uitstek van de arrogantie van macht, macht gecorrumpeerd door een te lang verblijf aan de top en onthuld door de daden van vermoeide mannen die het niet gewoon waren uitgedaagd te worden. Zij gingen ervan uit dat ze 1 tegenstander van de Vaticaan-Moskou overeenkomst uit de weg geruimd hadden. Ze veronderstelden te veel.

*
Rome, augustus 1981. Enkele dagen na de bijeenkomst van het Blauwe Leger was Pater Gruner in de Eeuwige Stad, om een verzoekschrift dat hij door de bemiddeling van Pater John Magee, die toen de persoonlijke privé-secretaris van de Paus was, gestuurd had, op te volgen. Hij was bestemd voor Johannes Paulus II en werd hem voorgelezen in het ziekenhuis in de vroege zomer van 1981.

Vooraleer Pater Gruners brief de Paus bereikt had, had Zijne Heiligheid al meer vernomen over Fatima. Paus Johannes Paulus II had om het geheim van Fatima gevraagd, en het gelezen, onmiddellijk nadat het schot van een moordenaar op het Sint Pietersplein had geklonken op 13 mei 198143. De details van de eisen omtrent de toewijding van Rusland, die blijkbaar de gevolgen van het derde geheim konden tegengaan, werden hem ook toen uitgelegd44.

Zoals Abbé Caillon, hoofd van het Blauwe Leger in Frankrijk, uitlegt: "De vraag van de toewijding van Rusland door de Paus en de bisschoppen wordt uitgelegd door twee teksten die Lucia lange tijd geleden schreef. De eerste belangrijke tekst luidt: 'De goede God belooft een einde te maken aan de vervolging in Rusland als de Heilige leider zich verwaardigt het volgende te doen en beveelt dat alle bisschoppen van de katholieke wereld dit doen: namelijk een plechtige en openbare daad van eerherstel en toewijding van Rusland aan de allerheiligste Harten van Jezus en Maria. En dat in ruil voor het einde van de vervolging Zijne Heiligheid belooft de praktijk van de Eerherstellende devotie (de vijf eerste zaterdagen) goed te keuren en aan te bevelen.'

"Lucia gaf deze tekst aan haar biechtvader, de Portugese Jezuïet Pater Gonçalves, op 29 mei 1930. Omdat Pater Gonçalves nog verdere vragen stelde, gaf Lucia hem veertien dagen later, op 12 juni 1930, een andere gelijkaardige tekst. Wat de bisschop van Leiira betreft, Monseigneur da Silva, hij had besloten Paus Pius XI in maart 1937 te schrijven wat ze precies gezegd had. Deze tekst is dus zonder enige twijfel juist." Pater Caillon gaat verder:

"We kunnen ons herinneren dat tussen 1929 en 1939 Stalin op het hoogtepunt was van zijn wreedheden. Al de Russen die men toen in Parijs of elders ontmoette, zeiden hetzelfde: 'Lenin was verantwoordelijk voor 20 miljoen lijken in zeven jaar; Stalin is verantwoordelijk geweest voor 46 miljoen doden in 29 jaar; dit maakt 66 miljoen slachtoffers samen, Lenin is dan ook erger dan Stalin.'"

"Pius XI werd daarom in 1937 geïnformeerd over zijn plicht de collegiale toewijding van Rusland uit te voeren. Hij deed het niet. En we hebben tientallen miljoenen lijken gehad."

"In mei 1936, tijdens een intiem gesprek, vroeg Lucia aan de Heer waarom Hij Rusland niet wou bekeren zonder deze twee moeilijke voorwaarden: dat Rusland het enige object van de toewijding zou zijn; en dat deze toewijding zou uitgesproken worden door alle bisschoppen van de wereld, op dezelfde dag, elke bisschop in zijn eigen kathedraal in een plechtige openbare ceremonie."

"Onze Redder antwoordde: 'Omdat ik van Mijn volledige Kerk verlang dat ze deze toewijding als een triomf van het Heilige Hart van Maria erkennen, zodat er vanaf dat moment naast de verering van Mijn Goddelijk Hart ook verering van dit Onbevlekt Hart zal zijn.'

"Lucia antwoordde: 'Maar, mijn God, de Heilige Vader zal mij niet geloven als U hem niet door een speciale ingeving beweegt.'"

"Christus antwoordde: 'De Heilige Vader! Bid veel voor de Heilige Vader. Hij zal het wel doen, maar het zal laat zijn! Maar het Onbevlekt Hart van Maria zal Rusland redden. Deze taak is Haar toevertrouwd.'"45

Er werd verteld dat Paus Johannes Paulus II huilde wanneer hij dit las na de aanslag op zijn leven.

De Paus was op het moment dat Pater Gruner de brief aan Monseigneur Magee gaf, teruggekeerd naar het Gemelli hospitaal voor verdere rust nadat hij oorspronkelijk uit het ziekenhuis was ontslagen. Zoals Monseigneur Magee later getuigde, las hij de inhoud van de 15 pagina's tellende brief van Pater Gruner aan de Paus. De brief beschreef de dreiging van "ontslag" waarvan Pater Gruner het slachtoffer was, en het feit dat er geen misdaad gepleegd was, alleen maar anonieme aanklagers. De druk op hem werd opgedreven door verschillende bisschoppen van verschillende rang die tegen O.L.Vrouw van Fatima waren. Pater Gruners brief eindigde met een belofte eventueel aanwezige fouten te verbeteren en met eraan te herinneren dat hij niet kon stoppen de waarheid te verspreiden alleen maar omdat hij het slachtoffer was van drukkingspolitiek46. De brief werd door de Paus aan het Staatssecretariaat gestuurd, die hem naar de Congregatie van de Geestelijken stuurde.

Pater Gruner ging naar de Congregatie om persoonlijk uit te zoeken waarom hij lastig gevallen werd. Toen was het Monseigneur Usai die de leiding over het dossier had. Hij vertelde Pater Gruner dat het niet de congregatie was die wou tussenkomen, dat de congregatie in feite zelfs niet in de zaak geïnteresseerd was, maar dat de Pro-Nuntius voor Canada onder vier ogen met het hoofd, kardinaal Oddi, had gepraat over hem. Monseigneur Palmas had kardinaal Oddi blijkbaar verteld dat geen enkele Canadese bisschop Pater Gruner wou hebben. (Vroegere en latere feiten demonstreerden dat Monseigneur Palmas' bewering fout was.) Monseigneur Palmas had er daarom sterk op aangedrongen dat ze Pater Gruner terug naar Italië47 moesten sturen.

Pater Gruner zocht onmiddellijk zijn bisschop, Pasquale Venezia, op, die hem in Avellino geïncardineerd had. Bisschop Venezia zei ook dat het de Pro-Nuntius, Monseigneur Palmas, (en ook de Staatssecretaris) was die zijn pogingen om een bisschop van de goede wil te vinden, dwarsboomde48.

Toen Bisschop Venezia door Pater Gruner gevraagd werd een contract op te maken tussen Pater Gruner, Bisschop Venezia en een bisschop van goede wil, voor een periode van vijf jaar, zei deze dat hij dat niet kon doen. "De Nuntius," (bedoelend Monseigneur Palmas) "laat me dat niet doen."

Pater Gruner keerde terug naar Rome om met de derde persoon in rang van de Congregatie van Geestelijken te praten, ondersecretaris Monseigneur Gugliermo Zannoni. Monseigneur Zannoni vertelde hem: "De Pro-Nuntius kan jouw bisschop niet verbieden een contract met jou en een andere bisschop op te maken - het zijn z'n zaken niet. Dat is tussen jou en de twee bisschoppen in kwestie49."

Niettemin bleef de druk die Monseigneur Palmas op Pasquale Venezia uitoefende. Het resultaat hiervan zou zijn dat, van 1981 tot 1989, Pater Gruner niet werd toegestaan zonder hindernissen een bisschop te vinden die hem wou incardineren50. Toch verkreeg hij gedurende het grootste deel van deze periode van lokale bisschoppen de kans om te preken en biecht te horen51.

Terug naar de hoofdpagina



Copyright 1996 - 2012 The Fatima Network