Hoofdstuk 4

Gethsemane

Nadat Nicholas Gruner afgestudeerd was, besloot hij in Europa de plaatsen te gaan bezoeken waar de Engelse wortels van zijn vader lagen.

Dit waren de persoonlijke pelgrimsjaren van Nick Gruner. Ze waren gevuld met reizen in dienst van Maria's Moederschap van alle mensen. Hij begon zijn reis in 1964 als een hulpje op een vrachtschip dat naar Europa voer. Hij maakte er schoon en verfde er totdat de kok ziek werd en hij die taak overnam.

Omdat Baba een grote verering voor O.L.Vrouw had, wilde hij dat zijn kleinzoon Aylesford, Kent in Engeland zou bezoeken. Nick Gruner herinnert zich waarom zijn grootvader O.L.Vrouw zozeer aanbad. "Mijn oom Douglas stierf in Australië toen hij amper 18 jaar oud was. Hij probeerde in januari 1926 een op hol geslagen kudde paarden tot stilstand te brengen. Douglas achtervolgde de paarden met zijn motorfiets maar ze vertrappelden hem."

Het is Pater Gruner al eerder opgevallen dat de bekering van zijn vader niet alleen te danken was aan de H. Cecilia, maar ook aan Douglas, zijn broer, van wie Malcolm dacht dat hij zijn leven aan God gegeven had om hem die kans te geven.

"Die geest van zelfopoffering wordt ook weergegeven door het feit dat mijn vader, na zijn bekering, aan God toestond om al de verdiensten en gebeden voor zijn ziel in het vagevuur aan andere zielen te geven, die er al vóór hem waren."

"Kort na de gewelddadige dood van Douglas had mijn grootvader een droom over de jongste van zijn twee zonen. Hij beschreef hoe hij in zijn droom zag hoe de heiligen de nieuwkomer begroetten. Eerst ontvingen ze hem en dan werd hij door O.L.Vrouw in hun midden verwelkomd. Hij herkende O.L.Vrouw in zijn droom omdat ze eruitzag zoals ze voorgesteld is in de kapel van Hartley, een kleine kapel in Kent. Mijn grootvader beschreef zijn speciale droom als volgt:"

    "Het beeld begon met de verschijning van een schitterend licht... en het beeld was dat van de trappen van het altaar van de kapel daar in Hartley... Het werd snel duidelijk dat er een jonge figuur geknield zat. Het was Douglas. Hij hield zijn hoofd diep gebogen."

    "Vervolgens werd de vorm van de Heer duidelijk, gekleed in een schitterend gouden licht, het kledingstuk en Hij waren één... het bovenste deel van het lichaam van onze jongen was onzichtbaar in het verblindende licht van de aanwezigheid van de Heer."

    "Toen zag ik Zijn Gelaat, scherp afgelijnd in profiel, te midden van het licht dat achter en rond hem scheen in grote stralen, en terwijl Hij zich over de jongen boog en hem leek te omhelzen, leek Hij hem te troosten en vast te houden zoals een vader dat zou doen..."

    "...Men voelde zich volledig veilig: het was niet alleen een veilige atmosfeer, maar de vrede zelf, het was de levende vrede... Dat gevoel van vrede vervulde de plaats die ik zag en ook ik werd erdoor omgeven zolang dat Zijn vorm zichtbaar bleef..."

    "Plotseling verscheen er aan zijn linkerkant een geweldig mooie vrouw. Haar gezicht ook in profiel. Ze had een wonderlijke uitdrukking op haar gelaat, een van oneindig moederschap. Het gezicht was niet jong, het licht dat Ze uitstraalde was enorm intens, veel intenser dan dat van de engelen, maar minder dan dat van de Heer, anders. . .zonder dat specifiek gevoel van almachtige — veiligheid."

    "Ze bukte zich naar onze jongen en leek hem zachtjes op te tillen terwijl zijn hoofd in Haar linker elleboog rustte. Ik kon zijn gezicht niet zien, hij zag eruit als een baby maar toch was ik er zeker van dat het nog altijd Douglas was: hij leek te slapen maar was er zich toch bewust van dat hij in Haar armen lag. Zijn vorm bleef vaag. Terwijl Ze hem op die manier vasthield, steeg de kring van engelachtige vormen samen met Haar een beetje op en ze leken zich allen te bewegen — in de richting van het altaar. Het zag eruit zoals wanneer een persoon uit een groep mensen wordt weggedragen en de massa traag wil volgen. Op hetzelfde moment stond Ze rechtop en kon ik Haar volledig zien. Ze zag er nu exact uit zoals O.L.Vrouw van Hartley. Ze was geen schim, maar Zij was levend, men kon zien dat Zij geen beeld was. Het licht van heel de plaats was in Haar geconcentreerd terwijl Ze Zich van het altaar verwijderde."

    "De details werden voor een tijdje vaag, maar wanneer alles weer opklaarde, zag ik dat O.L.Vrouw de ziel van onze jongen aan de zorg van een grote massa had overgelaten — een zeer grote hoeveelheid heldere vormen, vormen zoals de engelachtigen aan het altaar, maar bleker. Aan degenen wiens gelaat zichtbaar was, kon men zien dat ze verdrietig leken — maar een gelukkig verdriet."

    "Ze bewogen zich hevig toen Zij kwam; ze bewogen zich ongeduldig in de richting van hun nieuwe metgezel. Het was een erge actieve vorm van bewegen en toch leken ze zich niet van hun plaats te verwijderen. Het was een beweging die getuigde van een plotse grote interesse en van een enthousiasme om zich met de nieuwkomer bezig te houden. Maar toen hij onder hen was, werd hij zoals zij waren, niet meer zoals een baby. Toen verloor ik hem uit het gezicht omdat de massa die hem omringde zo dicht was..." (De hele tekst van Oscar Gruners droom kan men in Appendix II terugvinden onder de titel "De boodschap van 28 januari 1926")
Pater Gruner herinnert zich dat wanneer "Baba van mijn trip naar Engeland hoorde, hij erop aandrong dat ik naar Aylesford zou gaan, hetgeen ook in Kent ligt en waar O.L.Vrouw van de Karmelberg aan de H. Simon Stock verscheen en hem de bruine scapulier gaf in 1251.25"

De cel van de H. Simon Stock baadde in het licht toen O.L.Vrouw aan hem verscheen. Ze hield de scapulier in Haar hand, het leek zelfs alsof Zij hem zelf volledig droeg. Zij gaf hem de scapulier als een teken van Haar speciale liefde en bescherming voor hen."

Ze zei aan de H. Simon: "Het zal voor jou en alle andere Karmelieten een privilege zijn dat om het even wie in deze scapulier sterft, niet in het eeuwige vuur zal lijden. Hij zal een teken van redding zijn, een bescherming tegen gevaar en een belofte van vrede."

"Mijn grootvader was altijd vriendelijk tegen mij geweest maar was ongewoon onvermurwbaar wat mijn bezoek aan Aylesford betrof. Ik ging er dus maar heen en bleef er van december 1964 tot maart 1965. Ik werd gedurende die tijd de scapulier opgelegd en ik heb hem niet meer uitgedaan sinds dan. Dat was het startpunt voor mijn pelgrimstocht naar Maria-heiligdommen." En sinds Nicholas de scapulier opgelegd werd begon hij ook bijna onmiddellijk dagelijks de rozenkrans te bidden. Hij heeft er in de voorbije dertig jaar maar een paar overgeslagen.

Hij heeft als vrijwilliger drie maand in het heiligdom gewoond, tot maart 1965. Van daaruit vertrok hij naar Frankrijk, op weg naar Rue du Bac, Lourdes en ook Garabandal.

*
Is er één priester die terug kan kijken op zijn leven en het precieze tijdstip bepalen waarop hij voor het eerst zijn roeping tot priester herkende ? Wat is die roeping precies ? Wat is hetgene waartoe deze roeping de jongeman oproept ?

Een priester onderscheidt zich van de rest van de mensheid door 1 ding. Hij werd geboren met een vacante kamer in zijn hart die hij alleen maar kan vullen door ze een naam te geven.

    Ademt er een man die geen aanspraak maakt op
    Een eenzame plek
    Zijn eigen Gethsemane,
    Waarheen met zijn innerlijke pijn
    Hij graag
    Moe zou ploeteren,
    De halte vinden die gekend is
    In wind als een - zucht
    En snikkende zee,
    Zijn verborgen verdriet uitstorten
    En dan -
    De handen van God voelen.

      (Gethsemane door Edmund Leamy)
De jongeman die de handen van God voelt, vergeet dat gevoel nooit meer, en gebruikt zijn hele levenskracht om te proberen die aanraking nogmaals te verdienen.

Op een keer, in Parijs, nadat hij het bedevaartsoord van de miraculeuze medaille in de Rue du Bac bezocht had, er gebeden had voor het goed bewaarde lichaam van de stille Heilige, Catherine Labouré, en er de bekende stoel gezien had waarin O.L.Vrouw het hoofd van Catherine in Haar Schoot vasthield, sprak Nick Gruner zijn biecht aan een Franse priester, niet in de kapel zelf, maar in een geïmproviseerde biechthoek.

De priester ondervraagde hem over zijn roeping en zei: "Op het moment dat God elk individu schiep, gaf Hij op hetzelfde moment iedere ziel een roeping. Als we trouw zijn aan de roep van God zullen we eigenlijk veel gelukkiger zijn in ons leven omdat we de rol zullen vervullen die God voor ons in gedachten had." De priester benadrukte: "God schiep ons op een manier waardoor we meer geslaagd, meer onszelf zijn, naarmate we de roep van God beantwoorden. Het is een grote verplichting, een hoge roeping, maar we moeten er offers voor brengen."

De priester plakte er een uniek Frans perspectief op., "de glorie"- offer. Bovendien was er de belofte dat wanneer men deed wat God wilde, men nog meer werd wat God wilde dat men was, en bijgevolg gelukkiger werd.

Pater Gruner zou deze belofte doorheen heel zijn leven onthouden. Tegen 1965 was hij in Portugal en probeerde hij tevergeefs naar Fatima te liften. Uiteindelijk ging hij naar het noorden naar Pontevedra en Tuy en van daar naar Santiago. Hij ging naar Garabandal in maart en bleef er enkele dagen. Hij kwam er terug op 18 juni 1965, toen de H.Michael er zijn laatste boodschap gaf. Hij zei dat we liefdevoller moesten zijn en meer liefde voor het Allerheiligste Sacrament moesten koesteren. Hij waarschuwde ook dat vele kardinalen, bisschoppen en priesters op weg naar de hel waren en vele zielen met hun meesleepten.

Zijn reis begon een meer definitieve vorm aan te nemen in juli toen hij naar Aylesford terugkeerde voor de officiële heropening van het heiligdom (dat sinds 1549 door het protestantse oproer in Engeland voor de Kerk verloren was gegaan) door Kardinaal Carmel Heenan. Toen hij achter een jong pelgrimskoppel liep, hoorde hij de vrouw tegen haar echtgenoot zeggen: "Ik ben niet zo zeker van dat Garabandal-gedoe. Is het echt O.L.Vrouw die daar verschijnt ? Het mirakel is nog niet gebeurd." Nick introduceerde zichzelf en zei: "Je hebt dat soort probleem niet bij Fatima. Fatima werd erkend. Het mirakel heeft er plaatsgevonden. De Pausen hebben het goedgekeurd. Fatima is gegrond, Fatima is goed." Nick zei ook: "Als we naar Fatima luisteren, dan moeten we de rozenkrans bidden en de scapulier dragen. Dat is Haar boodschap. Je kan ten minste besluiten de regels van Fatima te volgen. Als je alles doet wat O.L.Vrouw van Fatima heeft gezegd, hoef je je geen zorgen te maken over verschijningen die - voorlopig - niet erkend zijn."

Terwijl hij deze woorden sprak, was hij zich bewust van het verschil tussen Garabandal en Fatima. Fatima was zo ongecompliceerd omdat het erkend was door de Kerk en dus gemakkelijk te verspreiden was.

In Garabandal gaf een pelgrim hem een folder over de rozenkrans, geschreven door een Amerikaan. Het bevatte ook de uitspraak die O.L.Vrouw deed wat Rusland betrof, "Als mijn verzoeken niet ingewilligd zullen worden, zal Rusland haar fouten over heel de wereld verspreiden, oorlogen ontketenen en de Kerk vervolgen. De goeden zullen de marteldood sterven en de Heilige Vader zal veel te verduren krijgen. Verschillende naties zullen vernietigd worden.26"

Interessant genoeg, was dat het enige dat er over Fatima in de folder stond tussen andere meditaties over de mysteries van de rozenkrans. Hij geraakte gefascineerd door wat de verzoeken van Fatima werkelijk inhielden.

Hij keerde uiteindelijk terug naar Montreal in augustus 1965. Zijn broer Tony stipt aan dat ondanks het feit dat Nick zelfs in de middelbare school al hetzelfde karakter had als nu, dat wil zeggen een ernstig, met momenten van humor, hij toch veranderd was na zijn reis door Europa.

"In Europa heeft hij de beslissing genomen priester te worden."

Hij ging die september naar het seminarie en werd door het bisdom Montreal naar het Resurrection College in Kitchener gestuurd om zijn jaar filosofie te volgen. Hij nam zoveel vakken als de tijd toeliet en slaagde in alle. In september 1966 ging hij naar het groot seminarie in Montreal voor zijn eerste jaar theologie. De meeste vakken werden in het Frans gegeven. Terwijl hij daar zat sprak hij zich expliciet uit over het openlijke atheïsme dat op de campus van de universiteit van Montreal, waarmee het seminarie verbonden was, heerste. Hij discussieerde hevig met een groep studenten met progressieve ideeën die de idee van een toegelaten katholieke echtscheiding verdedigden.

Ze beweerden dat kardinaal Garrone, de nieuwe prefect in het Vaticaan die de leiding over alle katholieke seminaries had, aan hun kant stond. Niet onder de indruk van illustere namen, zei Nick Gruner: "Het kan mij niet schelen, zelfs als 10 kardinalen dat standpunt innemen, is het nog altijd ketterij. Echtscheiding kan voor katholieken nooit goedgekeurd worden door de Kerk." De rector vertelde Nicholas in mei 1967 dat hij het niet eens was met zijn intellectuele positie. Ook al waren zijn argumenten intelligent en sterk, de rector deelde ze niet en vroeg hem zijn roeping elders te proberen.

Tegen 1968 was hij nogmaals in Italië. Hij was per trein op weg naar San Giovanni Rotundo toen hij voor het eerst over de Humanae Vitae hoorde. Hij beschermde ze heftig tegen critici. Het was waarschijnlijk de eerste pauselijke encycliek sinds de Syllabus of Errors die aanleiding gaf tot discussies op treinen, in bussen en in theehuizen wereldwijd.

Nicholas zou in San Giovanni wonen gedurende de laatste zes maanden van Pater Pio's leven en was aanwezig op de begrafenis van de man die "een levende gekruisigde" genoemd werd en die zo erg geleden had onder de slechte wil van de Vaticaanse bureaucraten, de onverschilligheid van Paus Johannes XXIII en de financiële uitbuiting van zijn naam. Weinigen hebben deze eeuw uit liefde voor het priesterschap zo geleden, weinigen zijn meer slachtoffer geweest van achterdocht en laster dan de vrome franciscaan van San Giovanni Rotundo.

Zijn les aan alle seminaristen zou best kunnen zijn dat geen enkele priester die een nieuw apostolaat ambieert vrede op aarde kent. Ongenadige laster en smaad zullen hem ten deel vallen. Alleen de idee dat Christus zelf nog meer smaad te verduren had, geeft mannen als Pio de kracht om verder te gaan.

De lijst van priesters, van wie sommigen later gecanoniseerd werden, die zo geleden hebben is eindeloos. De H. Johannes Vianney, de H. Louis de Montfort, de H. Johannes Bosco, Damiaan de Lepraleider. Bestaat er vandaag de dag nog een goed priester die nog niet het slachtoffer geweest is van de slechte wil van de meedogenloos vromen van de huidige Kerk. Of het slachtoffer van dat element van het kerkelijk leven waaraan weinige priesters ontsnappen : de katholieke voorname dame die meent dat het enige dat moet gecanoniseerd worden haar vriendschap is met een unieke man van God, en dan nog liefst van een die veelgevraagd is en in het middelpunt van de belangstelling staat.

Pater Pio toonde maar al te duidelijk wat voor een lot de priester wacht die een bliksemafleider wordt voor vrome moordenaars die de telefoonlijnen van de hedendaagse Kerk constant bezet houden. Nick Gruner woonde in San Giovanni van april tot september 1968, toen Pater Pio stierf.

Op 13 oktober 1968 zag hij Fatima voor het eerst. Het meest opvallende kenmerk van het heiligdom in de Cova da Iria is haar mannelijkheid. Dit is niet zomaar een verzamelplaats voor sentimentele huisvrouwen. Hier lagen Portugese soldaten die teruggekeerd waren van de wreedheden in Angola op hun buik om de Madonna te bedanken voor hun behouden terugkeer. Hier lopen groepen jongemannen rond met al de pretentie en opschepperij van bendes in de grote steden van de wereld, maar hier dragen ze wel rozenkransen. Hier vergezellen mannen, jong en oud, de vrouwen die op hun knieën langs de boeteweg, van de rand van de Cova naar de kapel kruipen. Hier zijn mannen op straat met rozenkransen in hun handen even normaal als in Griekenland en het Midden-Oosten mannen met kralen. Mannen komen naar hier om hun leven aan God te geven. Sommigen gaan nooit meer weg en zijn er tevreden mee de rest van hun heilige verborgen leven te slijten in dienst van de Maagd, in de beschaduwde lanen die zich rond het heiligdom uitstrekken. Nicholas Gruner zou ook vele malen terugkomen. Maar voorlopig moest hij nog andere pelgrimstochten ondernemen naar Lourdes, naar La Salette en naar het Heilige Huis van Loretto, in Italië.

*
Tijdens de jaren dat Vaticaan II bezig was, volgde Nick, zoals de meeste mensen, dat niet dagelijks. Hij was er zich van bewust, maar hield zich op dat moment meer bezig met zijn studies aan het seminarie. De opoffering waarover de priester in de Rue du Bac gesproken had, was vrij snel op de voorgrond gekomen want tegen de jaren zestig waren de aanvallen tegen het seminarie al in volle gang. Het domino-effect dat de raad onopzettelijk in gang had gezet in het katholieke onderwijs en theologie zelf, dreigde de spirituele en intellectuele pijlers van het priesterschap al te doen wankelen. Het was gedurende deze jaren dat de ideologieën die de Kerk sinds Pius IX hadden bespookt, ophielden slechts spoken te zijn, maar de controle namen over seminaries, colleges en middelbare scholen en zelfs door begonnen te dringen tot het katholieke basisonderwijs. Amerikanisme, had Leo XIII het genoemd. Modernisme, volgens Pius X. Democratisch socialisme en seculier humanisme waren de eufemismen die men in de klassen gebruikte.

Tijdens de verwarring die zich over heel de dogmatische, hiërarchische en sacramentele Kerk verspreidde, had een seminarist weinig houvast buiten zijn eigen spirituele instincten (sensus fidelium) om hem het onderscheid tussen waarheid en onwaarheid te helpen maken. O.L.Vrouw had beloofd dat diegenen die dagelijks de rozenkrans baden, niet in ketterij zouden vervallen. Pater Gruner herinnerde zich later: "Wat een geluk dat ik de rozenkrans als volwassene herontdekt had alvorens ik naar het seminarie ging in die dagen van verwarring."

Bij hem was de volharding om altijd te vechten voor wat waar was, al lang geleden gegroeid. Het hele traject van zijn opvoeding toont een onafhankelijke geest die bereid was om het alleen tegen iets op te nemen, wat ook de gevolgen mochten zijn.

De politieke en organisatorische vaardigheden die zo cruciaal zouden blijken voor zijn eigen toekomstig apostolaat, hadden zich al in 1956 geuit, toen hij voorzitter van de ATC (Annunciation Teenagers Club) werd. Gedurende die jaren, herinnerde zijn zus Jennifer zich, bleef Nick bezig met de normale activiteiten van het dagelijkse leven. In 1956 werd hij voorzitter. De oudere jongeren wilden de club sluiten, maar Nick nam de beweging over en liet ze nog vele jaren bloeien, ondanks de oppositie van de oudere tieners.

    "De oudere tieners hadden een afschuw van de activiteiten van de stichter van de club, ene mijnheer Coleman, een vice-president van Kraft Food in Montreal. Daarom wilden ze de club sluiten. Ik schreef dat we ze graag open zouden houden. Het resultaat van die brief was dat ik tot voorzitter werd verkozen en we het nog een keer mochten proberen. Ondanks de spot van de ouderen, slaagden we erin de club te doen herleven en weer een actieve rol binnen de parochie te geven." Het initiatief hielp ook anderen, vertelt Nick: "Ik rekruteerde Eric McLean, die een jaar lager zat, om aan ons uitvoerend comité te werken. Hij werd de volgende voorzitter van de ATC en vervoegde later de Jezuïeten. Nu is hij Provinciaal voor de Engelstalige Jezuïeten in Canada."
Aan de McGill Universiteit werd Nick de voorzitter van de Newman Club. Hij won de verkiezing met 1 stem - die van een terugkerende officier, die de beslissende stem had omdat de stemming vastzat. Nick bevond zich op die manier in een leidende positie en was verantwoordelijk tegenover en voor mensen waarvan een groot deel hem tegenwerkte. Deze ervaring zou toekomstige gevechten voorafgaan.

In oktober 1970 werd hem een plaats in een kleine Mexicaanse religieuze gemeenschap die in Rome huisde, aangeboden. Hij aanvaardde en bleef er een jaar. Terwijl hij daar was, voltooide hij zijn tweede jaar theologie. De lessen volgde hij aan de Pauselijke Universiteit van de H. Thomas Aquino.

Het korte verblijf bij de Mexicaanse gemeenschap zou Nick uiteindelijk betrekken in het drama van de oprichting van een nieuw en uniek seminarie. In de Mexicaanse groep spoorde de stichter, Pater Morelos, de novicen aan om 's zondags in de boomgaard te werken. Gruner verkoos zich op zondag niet bezig te houden met fysieke arbeid en daarom vertrok hij in juni na zijn examens, op aandringen van Pater Morelos. Vanaf dan zou hij zijn eigen weg moeten gaan, met alleen het beetje geld van het lesgeven dat hij nog op zijn bankrekening had staan.

    Pater Gruner vertelt : "In de zomer van 1971 had ik de gewoonte om de H.Mis bij te wonen dichtbij Sint Paulus Buiten de Muren, en er iedere dag te bidden met enkele franciscaanse broeders die hun eigen gemeenschap aan het opstarten waren. Ik had juist de basiliek van Sint Paulus verlaten om terug naar mijn kamer te keren, toen ik de wagen opmerkte van de Mexicaanse gemeenschap waar ik een maand eerder was weggegaan."

    "Ik ontmoette een zekere Pater Carlos en twee andere bezoekers van Pater Morelos' gemeenschap, Ron Tangen en Les Selter, die naar mij op zoek geweest waren op mijn vorige adres, dat een vriend uit Londen hen gegeven had. Zij zochten een seminarie."

    "Ik vertelde hen over Broeder Gino, een geestelijke die in Rome gekend was als gestigmatiseerde en om zijn mirakels, en zoals velen zeiden, als opvolger van Pater Pio. Enkele dagen later kwamen ze langs en wilden ze dat ik hun naar Broeder Gino zou brengen. Dat deed ik. Ik vertaalde hun woorden en vertelde Broeder Gino dat zij op zoek waren naar een seminarie. Hij stelde voor dat we alle drie zijn orde, de Oblaten van de Zalige Maagd Maria, zouden vervoegen en in San Vittorino, waar Broeder Gino woonde, zouden studeren. Ron was zeer enthousiast. Broeder Gino droeg me op hun 'beschermengel' te zijn. Ik weigerde dit eerst te vertalen, aangezien het niet aan hen gericht was, maar omdat de jongens zo aandrongen vertelde ik hen toch wat Broeder Gino me had gezegd. Gino vertelde ook dat de orde in augustus een kapittel zou houden en dat we ons in plaats van nu, beter daarna kandidaat konden stellen."

    "Broeder Gino had de gave om soms de toekomst te kunnen voorspellen en gaf altijd voorzichtig raad. Ze volgden zijn advies. Aangezien Broeder Gino mij als hun beschermengel had aangesteld, nodigden ze me uit om met hen mee te reizen naar Garabandal, Fatima en Lourdes. Ze hadden nog een derde gezel, Mike Larshack. Ze waren zeer groot maar pasten toch allen in een Fiat Seicento, een wagen nog veel kleiner dan een Volkswagen. Ik nam de vierde plaats in."

    "Tijdens de tocht die volgde, reisden we meer dan 1.600 km. en stopten we in verschillende plaatsen, waaronder San Damiano. O.L.Vrouw zou er gaan verschijnen. We ontmoetten er Andy Winchek en namen hem mee om hem in Rome af te zetten. In Garabandal ontmoetten we Jim Shelton uit Ohio, die 39 was, tien jaar ouder dan ik. Ook hem brachten we mee terug naar Rome. Daar ontmoetten we nog een derde Amerikaan, Jim McArdell, uit New Jersey. Ze geraakten het er allen over eens bij de Oblaten aan te sluiten."

    "Ondanks het feit dat Broeder Gino voorgesteld had dat we in San Vittorino konden blijven en we er steeds welkom waren, bleven we in Rome bij de oblatenparochie van Sint Helena."

    "Kort nadat we bij de Oblaten waren gegaan, gingen we met vijf van de engelssprekende seminaristen naar Oost-Europa met Pater Michael, de priester die de leiding over de seminaristen had. Drie italiaanstalige seminaristen vergezelden ons. We bezochten het huis van de Oblaten in de stad waar het Concilie van Trente was gehouden en Oostenrijk, waar de Oblaten een parochie en een huis in Wenen hadden. Van Oostenrijk reisden we verder naar Hongarije."
Het was tijdens hun verblijf in Hongarije, in september 1971, dat Pater Gruner ervoer hoe het communisme er in werkelijkheid uitzag.

    "In het begin van september van het jaar 1971 reden we met acht seminaristen en een priester naar Hongarije. De visa om het land binnen te geraken waren maar 36 uur geldig en kostten meer dan ik ooit gezien had voor zo'n korte periode. Terwijl we de Oostenrijks-Hongaarse grens naderden, bekeek ik het landschap wat nader. In beide richtingen waren de velden omgewoeld en ondermijnd. Om de halve mijl stond er een ijzeren wachttoren. Heel het land zag eruit als een gevangenis omgeven door mijlen prikkeldraad. De bewakingstorens leken hoog genoeg om iedereen die over het mijnenveld probeerde te rennen, te ontdekken en het ontsnappen dus zo goed als onmogelijk te maken."

    "Aan de Hongaarse grens zelf was er een zware stalen afsluiting waardoor je met je voertuig nog niet eens zou durven rijden. Alsof dat nog niet erg genoeg was, bevond je je, nadat je die eerste poort was gepasseerd, gevangen tussen de gepasseerde en een tweede afsluiting. We bemerkten iets heel ongewoons toen de douane van wacht verwisselde. De twee militaire grenswachters werden niet gewoon vervangen door twee andere, maar drie bewakers, alle met getrokken machinegeweren, werden vervangen door drie anderen, ook met het machinegeweer in de aanslag. Pater Michael vertelde ons dat de derde bewaker de twee andere moest neerschieten als ze zouden proberen te ontsnappen. Meende hij dat ? Ik weet het niet. Maar niemand van ons voelde de aandrang om ze te gaan testen."

    "Na enige tijd werden we eindelijk vrijgelaten en mochten we het land binnen. We hadden 36 uur de tijd om naar Boedapest te rijden, er een kijkje te nemen en terug te keren vooraleer we de wet zouden overtreden en een boete of gevangenisstraf riskeren. We reden naar de hoofdstad en merkten op hoe leeg de straten waren, er waren bijna geen auto's op straat. Er stonden echter wel lange rijen mensen aan de kruidenierswinkels hun beurt af te wachten om brood te kopen."

    "Die avond gingen we rond 9 uur naar een restaurant. Alweer was er bijna niemand, enkel een oude vrouw sprak ons aan. Ze begon een tijdje luid te spreken in een opgewonden Hongaars. Ze werd echter snel omringd door twee of drie mannen in regenjassen en zonder veel ceremonieel uit het restaurant gevoerd. Niemand bewoog of deed iets - en, we hebben haar niet meer teruggezien. We besloten ter plekke om niet met het recht op vrije meningsuiting te gaan experimenteren in een openbare plaats."

    "De volgende morgen gingen vijf onder ons naar de Amerikaanse Ambassade om te vragen of we kardinaal Mindzenty konden bezoeken. We werden in het oog gehouden door twee politiemannen in burger die voor de ambassade heen en weer liepen. Ik had nog nergens in de wereld moeite gehad om de Amerikaanse ambassade binnen te gaan, maar hier kwam ik er niet in, omdat ik geen Amerikaans burger was. Er werd mij verteld dat het maken had met het wantrouwen van de communistische politie, die een voorwendsel zochten om de Amerikanen ergens van te beschuldigen, omwille van de bekende banneling kardinaal Mindzenty, die al vijftien jaar in de ambassade woonde."

    "De Hongaarse communistische politie buiten moesten er voor zorgen dat de kardinaal niet zou ontsnappen en bespioneren wie er allemaal binnen ging om hem te bezoeken. Hij vertegenwoordigde immers een reëel en continu gevaar voor het moreel bankroete regime dat zichzelf de laatste 25 jaar aan het volk opdrong."

    "Het feit dat een man zo'n bedreiging kon vormen, toont aan tot welk een moreel gezag de Kerk in staat is, als zij het moedige voorbeeld van die grote getuige van het katholieke geloof zou volgen."

    "Achteraf hoorde ik dat zelfs de vier Amerikanen die wel in de ambassade binnen mochten, de kardinaal niet konden ontmoeten. Het was blijkbaar bijna onmogelijk om bij hem te komen. Kardinaal Mindzenty was naar de ambassade gekomen in 1956, toen hij door middel van de Hongaarse opstand uit de greep van zijn communistische folteraars en bewakers was bevrijd. Hij bleef er als symbool van weerstand, weerstand tegen de religieuze en burgerlijke onderdrukking die zijn landgenoten nog steeds ondergingen."

    "De kardinaal werd ongetwijfeld goed behandeld in de Amerikaanse ambassade, maar het was duidelijk een kruisiging voor hem. Moge hij nu voor ons bidden vanuit de Hemel. Ik geloof dat hij binnenkort voor heiligverklaring in aanmerking zal komen. We hebben nood aan veel meer katholieken uit alle lagen van de bevolking zoals hem."

    "Een van de Amerikanen uit onze groep sprak Duits, hetgeen de internationale taal van Oost-Europa is. Op die manier konden we communiceren en het adres vinden van een oude kennis van hem die in Boedapest woonde. De man en vrouw hadden hun kinderen niet laten dopen uit vrees hun goed betaalde jobs te verliezen. Ze behoorden beiden tot het middenkader van een bedrijf dat door de Staat geleid werd, en waren bijgevolg lid van een uitverkoren groep die hun eigen huis kon bezitten na er de hypotheek in 35 jaren van betaald te hebben."

    "Dit huis was eigenlijk een zeer kleine flat op de achtste verdieping van een zeer groot en versleten appartementsgebouw. De waterbak van het toilet was van hout en tin, om te beletten dat er water uit lekte. De massieve balken en kolommen in de trappenhuizen verkruimelden tot stof. We schatten dat het gebouw er binnen 35 jaar niet meer zou staan, maar dit was het 'arbeidersparadijs'."

    "Het was wel duidelijk dat deze mensen noch het Koninkrijk van God op aarde, noch iets anders kregen. Het is inderdaad triest te moeten vaststellen dat de mensen niet weten hoeveel waarheid de verklaring van de Heer bevat: 'Zoek eerst het Koninkrijk van God en alle dingen zullen u gegeven worden'. Men zou zelfs het omgekeerde kunnen stellen: 'Zoek eerst het paradijs van de mens op aarde en je zult de hel ontvangen, nu en voor altijd.' Dit werd ons heel duidelijk in Hongarije."

    "Op de zaterdagmorgen na ons bezoek aan de Amerikaanse ambassade gingen we meer van de bezienswaardigheden in de stad bekijken. De historische kerk van de H.Stefanus was door de communisten in een museum veranderd. We bezochten het omwille van wat het in het verleden was geweest en om te zien wat de communisten deden met bekende kerken. De oprukkende secularisering in het Westen brengt ook mee dat onze beroemde kathedralen meer en meer veranderen in toeristische attracties en quasi musea. In Hongarije werd dit echter bekomen door middel van een gewild staatsbeleid."

    "Zaterdagmiddag nam onze Hongaarse gastheer ons mee naar het monument dat gebouwd was ter ere van de Russische soldaten die de stad hadden 'bevrijd'. Het is een massief monument dat op de beste plaats van Boedapest is gebouwd, uitkijkend op de Donau die doorheen de stad stroomt. Het is een historische plaats, niet alleen omwille van het 'bevrijdings'monument, maar omdat ze de gloriedagen van de Hongaarse geschiedenis symboliseert, toen er van Marx, Lenin en Stalin nog geen sprake was. Hier aan dit monument staan niet alleen gigantische standbeelden van Russische soldaten, in de strijd om Boedapest verwikkeld, maar ook Russische soldaten van vlees en bloed met echte geweren."

    "Les Selter besloot zijn portret te laten fotograferen voor het monument. Daar stond hij, bijna twee meter, zijn armen opgeheven met in zijn handen een gigantische houten rozenkrans die iedereen kon zien. Er werden verscheidene foto's genomen tot onze gastheer me bij hem riep en kalm maar vastberaden zei: 'Zeg je vriend dat hij die rozenkrans laat zakken. Zie je die Russische soldaat daar ? ' 'Ja,' zei ik. 'Wel, hij denkt misschien dat jouw vriend de Russen aan het uitlachen is en zal me laten oppakken.' Les liet zijn rozenkrans zakken in die zogenaamd door de Russen 'bevrijde' stad, waar men blijkbaar toch niet vrij was een rozenkrans publiekelijk boven het hoofd te houden."

    "We vertrokken die namiddag snel omdat ons visum bijna verviel. Dankzij onze twee gidsen hadden we meer gezien in die korte tijdsspanne dan de meeste mensen. We bereikten de grens en hadden amper een half uur over. Nadat onze bagage grondig geïnspecteerd en doorzocht was, mochten we vertrekken."
Toen zij terugkwamen ondervonden ze zelf dat het er niet zo goed uitzag voor conservatieve en orthodoxe seminaristen. Pater Gruner gaat verder:

    "We gingen naar de parochie van Sint Helena waar Pater Michael de leiding had over de seminaristen in Rome, 25 kilometer van San Vittorino, in het Casalina district van Rome, dicht bij het hart van de stad. Ze waren de kapel aan het herstellen. Het altaar zou niet meer tegen de muur worden geplaatst, maar in het midden. Pater Ron, die vier jaar lang naar een goed seminarie had gezocht en door Broeder Gino zelf was uitgenodigd om bij de Oblaten te komen, zou deze renovatie niet zomaar over zijn kant laten gaan. Hij verzette zich hevig en ging naar Broeder Gino met zijn argumenten. Broeder Gino zei ons dat we moesten vragen om in San Vittorino geplaatst te worden, daar het seminarie te volgen en elke dag met de wagen naar het Angelicum te gaan."

    "De algemeen overste, Pater Ottello Ponzanelli, die op het punt stond voor drie maanden de Oblaten huizen in Zuid-Amerika te gaan bezoeken, zei dat hij niet wou dat de seminaristen naar San Vittorino gingen. Hij liet de beslissing aan ons over maar was er tegen. Ik zei dat ik bij de meerderheid zou blijven, aangezien ik de tolk was."

    "Ron, Les en een derde seminarist besloten naar San Vittorino te gaan, ik zou meegaan als tolk. De twee andere Amerikanen besloten ons dan maar te vergezellen. Dit was het begin van een seminarie dat het Vaticaan op zijn grondvesten zou doen daveren."

    "Tegen september 1972 hadden we 50 nieuwe seminaristen en we zouden er 100 gehad hebben als de Oblaten ons toegelaten hadden de Nigeriaanse kandidaten te aanvaarden. Ik werd door de algemeen overste gemachtigd om in de zomer van 1972 tijdens rondreizen door de Verenigde Staten en Canada het woord te voeren voor de Oblaten en om roepingen te verzamelen. Ik was de officiële tolk en reisgezel van Pater Capello. Hij was het niet eens met hetgene waar wij voor stonden, was heel 'modern', maar ik veronderstel dat dat de manier van de algemeen overste was om alles in toom te houden en de 'moderne' Oblaten wat tevreden te stellen."

    "Mijn rol in de stichting was het zoeken van professoren die orthodox en conservatief waren (het onderscheid tussen conservatief en traditionalistisch werd nog niet gemaakt). We vonden Pater Buckley, Pater de Voss en Pater Vansteenkiste om filosofie te doceren."

    "Basil, Ron en ik schreven en drukten een brochure over het seminarie met de toelating van de algemeen overste. Ron schreef een brief over zijn ervaringen en begon die als volgt: 'Ik ben voor het Heilige Sacrament aan het schrijven' en ging verder met de beschrijving van zijn vier jaar durende zoektocht naar een seminarie. Hij vond er echter alleen maar slechte tot zijn droom vervuld werd en hij naar San Vittorino kon gaan. Gedurende verschillende maanden werd de brief gepubliceerd in 11 kleine kranten. We deelden de brochure uit, vooral door middel van de mailings van Ron Tangen die de brieven beantwoordden van potentiële seminaristen die zijn gepubliceerde brief hadden gelezen. De brochure legde uit dat het seminarie gebaseerd was op de regels van de heilige Pater Lanteri, een nederig Italiaans priester uit het Piemont district in het noorden van het land, die tijdens de moeilijke periode voor, tijdens en na de Franse revolutie leefde en in 1830 stierf."

    "Een van de doeleinden van de congregatie van Pater Lateri was gangbare fouten te bestrijden. Spijtig genoeg was de houding van de moderne Oblaten: 'Wij bestrijden gangbare fouten niet meer.' Pater Lanteri noemde de H. Thomas als de beste leraar van dogmatische theologie en vorming, en de H. Alphonsus van morele theologie, om de gangbare fouten te bevechten. Beiden waren kerkleraars."

    "Tijdens de herfst van 1971, terwijl ik in San Vittorino woonde, hoorde ik van mijn vriend Nimal Mendez over de toestand van zijn broer Basil. Basil was in Ceylon filosofieprofessor geweest, had besloten priester te worden en was naar een seminarie van het bisdom in Ceylon gegaan."

    "De folteringen van Basil waren vergelijkbaar met de vervolging door de bestuurders van het seminarie die ik zelf onderging. Ik vertelde Broeder Gino over Basil en geheel in de geest van Pater Lanteri's denkwijze ging Gino ermee akkoord dat wij Pater Basils vliegtuigreis zouden betalen om hem naar hier te halen. Pater Basil had gevochten tegen de ketterij in het seminarie van Ceylon en had er de H. Johannes Eudes citerend tegen de kardinaal gezegd: 'Wanneer ketterij wordt onderwezen in het seminarie, zal er in de straten bloed vloeien.' En spijtig genoeg heeft er niets dan bloed in de straten van Ceylon gevloeid sinds Pater Basil er weg was. Recent was er zelfs een staking in het er dichtbij gelegen Madras, in Indië, uit sympathie voor wat er in Ceylon gaande was."

    In hun brochure beloofden de jonge seminaristen een rijk spiritueel leven aan anderen die in het priesterschap geïnteresseerd waren: 15 tientjes van de rozenkrans elke dag, en een uur voor het Heilig Sacrament, de H.Mis en de H.Communie. Ze beloofden ook een spiritueel apostolaat later, waar de sacramenten zouden gegeven worden, het Evangelie gepreekt zou worden, zielen gered zouden worden en de lessen van de H. Alphonsus en de H. Thomas gegeven zouden worden.

    "De brochure sprak aan," herinnert Pater Gruner zich, "We ontvingen honderden brieven. Er werd over de hele wereld over het seminarie geschreven dankzij de gebeden en de opofferingen van Broeder Gino, en, natuurlijk, dankzij het feit dat we een authentieke katholieke vorming aanboden aan serieuze jongemannen die wisten hoe moeilijk het werd om een echt katholiek seminarie te vinden."

    "We runden de zaak met een heel beperkt budget en slechts enkele dollars die hier en daar geschonken werden. Na zes maanden werden de donaties groter. Tegen oktober 1972, een jaar nadat we seminaristen beginnen rekruteren waren, hadden we 25.000 dollar verzameld en gespendeerd om de Oblaten te verspreiden. Dit was slechts een vierde van het bedrag dat het aartsbisdom van New York had voor hun werving van roepingen."
Nick, Ron en Broeder Gino hadden tegen oktober 1972 aangetoond dat er in Noord-Amerika geen gebrek aan roepingen was.

Op hetzelfde moment, in 1972, sprak het Noordamerikaanse College in Rome, dat gesponsord werd door de nationale bisschopsconferentie van de Verenigde Staten, openlijk over sluiting aangezien ze niet genoeg seminaristen konden vinden. De hele Amerikaanse hiërarchie kon niet genoeg seminaristen vinden om het Noordamerikaans college draaiende te houden, ook al hadden de seminaristen er elk een aparte kamer, badkamer en kantoor, hetgeen voor een seminarist een paleis is. Het aartsbisdom van New York alleen had een budget van 100.000 dollar per jaar om seminaristen aan te trekken maar had er niet veel succes mee, terwijl het enthousiasme van deze Oblaten er dat jaar met slechts 25.000 dollar in slaagde vijftig nieuwe seminaristen aan te brengen.

Toen begon het gevecht. Zoals al zo vaak gebeurde deze eeuw, betekende het feit dat dit succesverhaal de aandacht trok van de opperste regionen in het Vaticaan, het begin van problemen. Meer specifiek betekende het dat kardinaal Garrone op het toneel verscheen, het toenmalige hoofd van de Congregatie van onderwijs. Pater Gruner vervolgt zijn verhaal:

    "Toen ik naar San Vittorino terugkeerde voor het feest van de H. Franciscus op 17 september, zei Vini Young, een verantwoordelijke jonge seminarist, hoe opgelucht hij was dat ik er weer was. Vier seminaristen die ervan verdacht werden communist te zijn en die niet voortgekomen waren uit onze beweging, hadden de overste tegen de meerderheid van de seminaristen opgezet. Ze drongen erop aan dat we al de uiterlijke tekenen van vroomheid, zoals medailles, kruisen op onze koffertjes en dergelijke, zouden verwijderen."

    "O.L.Vrouw hielp ons tijdens deze crisis door middel van Broeder Gino. God gaf Gino een visioen waarin hij de communistische seminaristen een communistisch priester in het Vaticaan zag telefoneren om 2 uur 's nachts. Broeder Gino ging naar beneden en verraste de infiltranten terwijl ze in de keuken, waar ze dachten dat niemand hen op dat late uur zou vinden, aan het telefoneren waren."

    "Na deze gebeurtenis nam Broeder Gino me terzijde en zei: 'Als je je nu niet tegen hen verzet, zul je het seminarie dat je wil vormen, verliezen. Kom samen voor jullie zaak op.' Dat is de manier waarop de communisten werken, een kleine groep kan een grotere groep overtreffen als die niet voor zichzelf durft op te komen."

    "Ik herhaalde zijn woorden voor de anderen en we bundelden onze krachten." De vier communistische seminaristen zagen dat de anderen partij kozen tegen hen, dat ze het seminarie niet zouden kunnen moderniseren. Ze gaven het dan ook op en uiteindelijk werd hen de deur gewezen.
Broeder Gino zou later beweren dat we ons "door de aanwezigheid van een persoon (Gruner) en de afwezigheid van een andere (die de vier had gesteund) van vier communistische seminaristen konden ontdoen."

De seminaristen vroegen Broeder Gino hoe het zo ver was kunnen komen. Hij antwoordde dat het was omdat God hun wou testen en ervan op de hoogte brengen dat zulke dingen konden gebeuren. "Ik heb de les begrepen."

De les was: wees succesvol genoeg en ze zullen je proberen te dwarsbomen. Ofwel door je organisatie te infiltreren, ofwel ...

    "We wilden dat er naast theologie, ook filosofie aan het seminarie gedoceerd zou worden door orthodoxe professoren. Niet alle professoren aan het Angelicum waren dat. Er waren er onder hen die ketterij doceerden, ook al was het Angelicum zogezegd de beste onder alle theologische universiteiten. Ons doel was een diploma van het Angelicum, maar met onze eigen professoren, te krijgen. Zowel de decaan van de faculteit Filosofie, als de decaan van de faculteit Theologie, de rector van de universiteit en de algemeen overste van de Oblaten keurden het goed. In zo'n situatie was de stemming in de senaat van het Angelicum eigenlijk maar een formaliteit."

    "In de lente van 1972 hielden we ze aan hun woord en begon ik ons plan uit te voeren. Een paar dagen later werd de vergadering van de senaat achter gesloten deuren gehouden en werd ons voorstel afgekeurd. Ik was niet op de vergadering uitgenodigd geweest. Blijkbaar was het de decaan van de faculteit Filosofie opgestaan en had hij gezegd dat de Congregatie voor onderwijs onder kardinaal Garrone het plan niet zou aanvaarden. Na die opmerking was er niemand die iets in ons voordeel zei of ondernam. Bijgevolg werd het voorstel weggestemd."

    "Toen ik dit de volgende dag te weten kwam, vroeg ik de decaan van Theologie, Pater Salguero, wat er gebeurd was. Ik herinnerde hem eraan dat hij ons persoonlijk had gezegd dat we ons geen zorgen moesten maken wat ons voorstel dat professoren van het Angelicum aan ons seminarie zouden lesgeven betrof en dat hij me ervan overtuigd had dat de senaat, het leidend orgaan van het Angelicum, ons plan zonder problemen zou aanvaarden."

    "Ik denk dat het Pater Salguero was die me dan vertelde dat het de decaan van de faculteit Filosofie was geweest die, zoals ik eerder beschreven heb, tussenkwam om ons voorstel te kelderen."

    "Toen ging ik naar de Rector Magnificus, Pater Gieraths, en vroeg ik hem waarom ik niet van de problemen op de hoogte was gebracht voor de vergadering. Misschien had ik iets kunnen doen om de negatieve stemming te voorkomen."

    "Hij vertelde me dat ik op voorhand met de voorzitter van de studenten had moeten spreken, die, als hij dat wou, ons voorstel had kunnen vertegenwoordigen. Niemand had me dit ooit verteld en ik wist niet eens dat de voorzitter van de studenten iets te zeggen had in een dergelijke materie. Ik besloot dat de rector het niet allemaal voor het zeggen kon hebben wat de volgende verkiezing van voorzitter van de studenten betrof, een paar jaar later."

    "Het gevolg was dat we aan degenen die aan onze interne school theologie studeerden, geen diploma konden uitreiken. Zij moesten naar het Angelicum gaan om er blootgesteld te worden aan ketterse, onorthodoxe lessen. We bleven toch hopen dat we tegen september een interne school voor zowel theologie als filosofie zouden hebben."

    "We wisten van het Legioen van Christus dat hun algemeen overste op een dag het kantoor van de decaan van de faculteit Filosofie binnen was gegaan met de woorden: 'Maak dat je je van die professor ontdoet, of ik trek mijn studenten uit het Angelicum terug.' Pas toen verwijderde de decaan hem. Dit bewees dat we wisten waarover we het hadden in verband met de eigen keuze van professoren."

    "We hadden het diploma van het Angelicum niet nodig om tot priester gewijd te worden. De Oblaten hadden het recht hun eigen mensen op te leiden en tot priester te wijden. In september kwam het erop neer dat we toch theologie aan het Angelicum volgden. Onze interne school filosofie konden we redden door Pater Buckley en Pater de Voss als docenten te houden, maar zelfs dit was niet aanvaardbaar voor diegenen met de macht. In de volgende drie maanden slaagden ze erin Pater Buckley te verwijderen en nog enkele maanden later hadden ze wat er nog over bleef van onze interne filosofie school volledig gesloten. Ze hadden hiervoor niet enkel op interne mensen van het seminarie gesteund, Pater Garrone van het Vaticaan had er zich in gemengd."

    "Uit betrouwbare bron hadden we vernomen dat Pater Garrone tijdens een vergadering op het Vaticaan boos was geworden toen hij over onze 50 seminaristen en plannen voor de toekomst hoorde. 'Die plaats moet gesloten worden,' zei hij, met zijn vuist op de tafel slaand. Eerst konden de jonge seminaristen dit bericht amper geloven, maar de tijd bewees het."

    "Voor het einde van 1972 kwam de algemeen overste van de Orde me na zijn bezoek aan Zuid-Amerika bezoeken in het noviciaat bij Turijn." Pater Gruner vertelt: "Ik was in het noorden van Italië omdat ik in oktober aangewezen was als de leider van de stichting van het seminarie en de drijvende kracht erachter. Bovendien had ik in het verleden al komaf gemaakt met de vier slechte seminaristen die door Pater Cappello gesteund werden. Daarom had de lokale overste erop aangedrongen dat ik mijn noviciaat in het noorden zou voltooien."

    "Ik was niet op de hoogte van de details van wat er gaande was in San Vittorino nadat ik met mijn noviciaat begonnen was op 21 november 1972. Het meeste nieuws kreeg ik in december te horen van de algemeen overste, Pater Ponzanelli"

    "Hij zei dat er enorme druk op hem uitgeoefend werd. Ondanks het feit dat hij ook nogal modernistisch was, was hij de idee van meer roepingen genegen. Pater Buckley was verwijderd. Een onderzoeksteam kwam in opdracht van het Vaticaan kijken wat er aan de hand was in het seminarie. Er was niets te onderzoeken. (Het onderzoek was enkel reclame voor wat ze van plan waren.)"

    "Tegen de lente van het jaar 1973 was onze interne school dicht. Alle seminaristen moesten naar het Angelicum gaan, naar goede en slechte professoren."

    "In september 1973 was ik nog steeds in het noviciaat van de Oblaten van de heilige Maagd Maria. De algemeen overste was juist teruggekeerd van een lezing waar een professor ontkende dat Christus fysiek uit de dood was verrezen. Hij was het eens met deze ketterse leer en vertelde ze aan mij en alle andere novicen en paters, waaronder Basil. Ik zei gewoon: 'Dat is ketterij.' De algemeen overste herhaalde zijn betoog en ik zei weer: 'Ketterij.' Hij gaf niet toe en aangezien het geen spelletje was, hield ik mijn mond na de derde keer. Een paar maanden later lag ik eruit, een niet zo verwonderlijke conclusie. Refererend naar mijn woorden zeiden ze: 'Aangezien je geen vertrouwen hebt in uw oversten, is het niet logisch dat je bij deze orde blijft."

    "In het midden van de jaren '80 publiceerde Pater Basil, die nu uitgever is van Christ To The World, een klein krantje dat naar 1.500 mensen gestuurd wordt, een artikel geschreven door een Engelse priester, dat demonstreerde dat de leiding van kardinaal Garrone over het katholieke onderwijs over de hele wereld desastreus was. Garrone was woedend en gaf zijn razernij te kennen in een brief aan Pater Basil. Kort daarna werd Garrone vervangen."
Een oude vriend uit New York, Jean Fioretti, herinnert zich dat zij toen Gruner ontmoette. Hij was nog geen 'Pater', maar enkel 'Nick'.

"Mijn man Bob en ik kenden een andere seminarist die aan het oblatenseminarie in San Vittorino studeerde. Hij nodigde ons uit voor een bezoekje. Dat was in november 1972. Er was een vergadering waarop Broeder Gino mensen uit heel de wereld ontving. Nick was Broeder Ginos tolk en rechterhand. We werden vrienden en bleven contact met hem onderhouden gedurende zijn studies en wijding."

"Het is in Italië de gewoonte dat seminaristen tijdens de zomer naar huis gaan en daardoor kon hij ons hier in New York soms bezoeken. Veel van de jongemannen verbleven bij ons in de zomer. De andere seminaristen zeiden gewoonlijk dat Nick te rigide was. Maar niemand kon met hem discussiëren en zijn ongelijk bewijzen. Ze waren allemaal het seminarie binnengegaan met een sterk geloof. Maar het waren de jaren '70. De dingen waren aan het veranderen."

*

Tegen 1975 zat Nick aan de H. Thomas van Aquino Universiteit in Rome, waar hij alweer de taak op zich nam om onregelmatigheden tijdens een verkiezing aan te klagen. Een kandidaat met minder stemmen werd de winnaar verklaard. Het resultaat van de eerste twee stemmingen was 66-63 voor de twee deelnemende kandidaten. Toch organiseerden de decaan en de rector nog een derde ronde.

    "De situatie hield in dat de decaan van kerkelijk Recht en de rector, Pater Gieraths, uitgedaagd werden, dat het 'vervalsen' van een verkiezing besproken moest worden en dat het bestaande reglement bestudeerd moest worden. We ontdekten dat we het recht aan onze kant hadden dus moesten we een petitie tegen de validiteit van de verkiezing opstarten en ons over de hoofden van de rector en de decaan heen, richten aan de Generaal van de Dominicanen, die de rector echter nog steeds steunde."
Onverschrokken ondernam Nicholas Gruner de actieve en positieve maatregelen, die zo kenmerkend voor hem geworden zijn.

    "We stuurden de documentatie naar Si Si No No toen Pater Putti er nog steeds uitgever was. Of dit al dan niet iets te maken heeft gehad met de toekomst van het Angelicum weten we niet, maar het is een feit dat de rector, Pater Gieraths nooit meer opnieuw aangesteld werd."
Gruner ontving zijn kandidaatsdiploma in Theologie en het licentiaatsdiploma in Theologie aan de Pauselijke Universiteit van de H. Thomas van Aquino, in Rome. Aangezien hij op al zijn vakken en verhandelingen, behalve een (9 op 10), 10 op 10 haalde, voltooide hij met succes al de vereiste vakken voor zijn doctoraat in Theologie. Alleen zijn doctoraatsverhandeling bleef over.

Het onderwerp van zijn licentiaatsthesis was Maria's Moederschap van alle mensen in de bovennatuurlijke orde van heiligmakende genade. Een groot deel van de thesis ging over deze strekking van de Kerk voor en tijdens het Tweede Vaticaans Concilie en de post-conciliaire regels van Paus Paulus VI. Een gedeelte zag er als volgt uit:

"'Voor Gods eer en op 'het meest plechtige en opportune moment', noemde Paus Paulus VI de Allerheiligste Maagd Maria de 'Moeder van de Kerk'. De Heilige Vader deed dit om aan zijn eigen verlangen én ook om aan de verzoeken van vele concilievaders te voldoen, namelijk om een expliciete verklaring af te leggen over de moederlijke rol van de Heilige Maagd Maria voor de christenen."

"Paulus VI geeft ook de dogmatische basis van deze titel: 1) Het is een titel die door vele gelovigen en de Kerk gebruikt wordt; 2) Haar geestelijk moederschap is gebaseerd op Maria's Goddelijk Moederschap. Omdat Zij de Moeder van Christus is, is Ze ook de Moeder van het Mystieke Lichaam van Christus."

"Het lijkt me," schreef Nick Gruner, "dat deze erkenning door Paulus VI dat Maria's Goddelijk Moederschap de basis is van Maria's Geestelijk Moederschap, alle verdere discussie zal doen ophouden over Maria als zou Zij alléén maar het bijzonderste lid van de Kerk zijn, aangezien Zij alléén de Moeder van de ganse Christus is."

Als verkozen studentenvertegenwoordiger aan de H.Thomas Aquino voor het doctoraatsjaar in Theologie, werd Nick uitgenodigd op faculteitsvergaderingen en had hij een stem in de verkiezing van de decaan.

    "Toen de huidige decaan, Pater Salguero, met gepaste 'officiële nederigheid' zei dat hij zich geen kandidaat meer zou stellen, geloofde ik hem zonder meer en begon ik de hulp van andere leden van de faculteit in te roepen om een betere decaan te vinden. Ik werd eraan herinnerd dat zij nog altijd beslissingsrecht in mijn afstuderen hadden."

    "Op faculteitsvergaderingen hadden wij, de studentenvertegenwoordigers, niet alleen een adviserende, maar ook een beslissende stem. In andere woorden, er zou bij elke beslissing met onze stem rekening gehouden moeten worden. Pater Salguero, de decaan van Theologie, wou Pater Barnabus O'Hearn als een bezoekend professor in het Angelicum aanstellen. Ik vergaarde informatie over hem en kreeg een artikel van een priester dat in de Wanderer gepubliceerd was tegen Pater O'Hearn. Het was geschreven door Monseigneur Bandas die een smetteloze theologische reputatie had. Hij had een hogere graad dan Doctor in de Theologie en merkte op dat O'Hearn verdacht werd van ketterse geschriften. Toen de zaak de volgende morgen ter sprake kwam tijdens de vergadering, vroeg de decaan van Theologie me of er bezwaren waren tegen de aanstelling van Pater O'Hearn. Ik deelde toen kopieën van het artikel uit. Nadat Pater Sanguero het zijne had gelezen, werd hij heel kwaad en schreeuwde hij: 'Gruner, breng zoiets hier nooit meer binnen.' Ik werd buiten spel gezet en zakte bijna door de grond van schaamte. De decaan kalmeerde en drong aan op een geheime stemming. Toen de stembus nog maar voor driekwart rondgegaan was, openden enkele stemmers de doos om naar de al aanwezige stemmen te kijken, waardoor de stemming ongeldig werd. De decaan verklaarde de stemming echter geldig en we verloren. We verloren de slag, maar wonnen wel de oorlog, want O'Hearn beweerde enkele weken later dat hij problemen met zijn gezondheid had en daardoor niet kon komen."
Een voormalige decaan van de faculteit, Pater Lemeer, die bij de stemming aanwezig was geweest, vertelde achteraf dat hij het met Gruner eens was dat het artikel dat hij uitgedeeld had, een grondig commentaar bevatte en onterecht zo kritisch ontvangen was geworden. Nicholas Gruner zei hierover: "Ik vroeg mezelf af waarom hij dan niet tijdens de vergadering was opgestaan om mij en het artikel te verdedigen."

De realiteit is - de manier waarop zaken worden gedaan tijdens faculteitsvergaderingen demonstreert duidelijk waarom orthodoxe professoren die beter weten niet opstaan wanneer ze dat zouden moeten doen. Ze zijn gewoon bang dat ze zelf aan de deur gezet zouden worden, zoals Peter Giuliani, een orthodox professor Christologie, die door de modernisten die de macht hadden, werd ontslagen.

Mensen die in het Angelicum werkten, bevestigden alleen maar de ongezonde dynamiek die oprukte in het katholiek onderwijs van die periode: "Een bezoekend Spaans professor Theologie deed tijdens elke les zijn best om de H. Paulus slecht te maken. Hij zei dat de H. Paulus vrouwen discrimineerde en baseerde zich hiervoor op zijn vermaning dat vrouwen hun echtgenoten moesten gehoorzamen." Nadat hij dit enkele keren aanhoord had, vond Nicholas Gruner dat het zijn plicht was om iets te zeggen, zelfs als hij hiermee zichzelf in gevaar bracht. Hij zei: "Moet jij je superieuren gehoorzamen ? Moet ik een gerechtigd bevel van een bisschop uitvoeren ? Worden wij hierdoor gediscrimineerd ?" Het debat, dat in het Italiaans gevoerd werd, eindigde twintig minuten later, toen de professor niet meer wist wat te zeggen. Enkele opmerkingen buiten beschouwing gelaten, sprak hij er nooit meer over in Nicholas Gruners bijzijn. Noch kwam hij het volgende jaar terug.

Pater Gruner zegt over dit incident: "De overwinning was toe te schrijven aan O.L.Vrouw - Ik was zo verontwaardigd over zijn schandalige opmerkingen dat ik het ene weesgegroet na het andere zei - Ik vroeg haar om de juiste woorden en ze schoten me te binnen terwijl ik aan het spreken was, juist voor ik ze nodig had."

Midden 1975 was zijn geestelijke leider de beroemde Pater Gabriel, een Servietenpater die duizenden volgelingen had in Rome. Hij raadde Nicholas aan niet bij een orde te gaan alvorens zij zijn wijding verkregen hadden. Toen de conventuele franciscanen van Frigento hem aanboden bij hen te komen, vertelde hij hen over de voorwaarden die Pater Gabriel had gesteld. Gabriel had de reputatie een heilig en begaafd man te zijn, dus zij volgden zijn advies op en vonden voor Nick een bisschop op 21 november 1975, het feest van de Opdracht van Maria in de Tempel, in het bisdom van Avellino. Op dezelfde wijze hadden ze ook al eens een Pater Paulo gewijd, een seminarist van Padua, die Gruner op pelgrimstochten rond Rome al had ontmoet.

De bisschop van Avellino, Pasquale Venezia, een korte kleine man, kreeg een hartaanval kort voor Nick Gruner aankwam voor zijn incardinatie. Het hele bisdom had massaal gebeden voor zijn herstel en toen de jonge seminarist in het bisdom geïncardineerd werd op 15 april, Witte Donderdag, 197627, zei de bisschop al lachend: "Ik geef al de priesters de schuld. Het is jouw schuld. Als je nu langer met mij opgezadeld zit, is het jouw eigen schuld, want jij hebt voor me gebeden."

Op het feest van de Kroning van O.L.Vrouw, in het octaaf van de O.L.Vrouw Hemelvaart, 22 augustus 1976, de verjaardag van zijn vader en ook de dag die door Pius XII in 1946 aangeduid werd als het Feest van het Onbevlekte Hart, in Frigento, ontving Nicholas Gruner van Bisschop Pasquale Venezia28 de priesterwijding. Onder de aanwezigen waren Malcolm en Jessie Gruner, Pater Manelli, Pelletiere en Sutton.

*

Onmiddellijk daarna vierde Malcolm Gruner, wiens vroege jaren in Italië en bekering aan het graf van de H. Cecilia hem en zijn familie voor altijd met het land verbonden hadden, zijn 71ste verjaardag door de H.Communie uit de hand van zijn eigen zoon te ontvangen tijdens diens eerste H.Mis. Dit is het moment waarop de ouders van een priester hun hele leven wachten. Het zaad van het apostolaat dat zou volgen, was voor een groot deel door de mensen en de gebeurtenissen van die dag gezaaid. Toen Malcolm zich onder invloed van de H. Cecilia bekeerde, kwam het geloof tot hem met zo'n schat van wijsheid dat hij kort nadien tegen diegenen die beweerden dat aanbidding van Maria de aanbidding van Jezus in de weg stond, kon zeggen dat het Jezus zelf was die graag zijn Moeder eerde.

Zoals vaak het geval is met een nieuwe priester en zijn ouders na de wijding, waren de volgende maanden opgedragen aan familie. Alle priesters weten dat die tijd nooit meer terugkomt. In dit geval gingen ze samen op bedevaart naar de heiligdommen van de H. Antonius in Padua, Sint Franciscus van Assisi, de H. Michael van de Gargano-berg, de H. Leopold in Padua, het graf van de H. Gemma Galgani, de H. Petrus in Rome en Sint Nicolaas van Tolentino, om de heilige te vereren op wiens feestdag, 10 september, in 1930 zijn ouders gehuwd waren en in wiens naam hij gedoopt was.

Na zijn wijding tot priester, maar voor hij het noviciaat binnenging, leefde en werkte Pater Gruner in het huis van O.L.Vrouw van Goede Wil, Casa Mariana, het Maria huis van de Broeders Franciscanen, onder de leiding van de plaatselijk overste, Pater Stefano Manelli.

Het werk hield ook wat reizen in, met de toestemming van de bisschop. Hij ging het noviciaat binnen op 4 oktober 1976, en ontving er zijn naam, Pater Nicholas Maria. Hij bleef in het noviciaat van de Broeders Franciscanen tot februari van het jaar 1977. Toen begon hij te informeren of hij met toestemming van de provinciaal zijn noviciaat in Noord-Amerika kon voltooien, in een van de provincies van de conventuele franciscanen. Met de toestemming van zijn superieuren reisde hij naar de Verenigde Staten en Canada.

Tegen mei, nadat hij met de provinciaals van twee van de vier Franciscaanse provincies was gaan praten, werd hij naar Marytown in Kenosha, Wisconsin, gezonden. De provinciaal daar kon niet beloven dat hij hem zou incardineren. Hij kon dit alleen overwegen nadat Nick zijn noviciaat in Italië afgewerkt zou hebben. Maar daar waren er taalproblemen, aangezien de bisschop hem niet wou laten preken in Avellino, tenzij hij eerst alles uitgeschreven had. En om de biecht in Italië af te nemen moest hij eerst het moeilijke lokale dialect leren. Dat zou jaren vergen.

*

De mogelijkheid om een Engels huis in Italië te vormen was toentertijd vrijwel onbestaande. Er zat voor Pater Gruner niets anders op dan de bisschop van Avellino de toestemming te vragen een bisschop in Noord-Amerika te zoeken.

Hij reisde doorheen Noord-Amerika om zichzelf voor te stellen en incardinatie te zoeken. Hij zocht ook een bisschop die zijn priesters niet beval om de H.Communie in de hand te geven: Washington, D.C., New Mexico, Texas, Florida, North Carolina, New York, Kentucky, Wisconsin ...Het bracht niets op. Toen vroegen kennissen uit Ottawa hem in augustus 1977 om hulp te komen bieden in de redding van een Fatima apostolaat. Hij arriveerde er op het feest van de H. Clara, 12 augustus 1977.

Tegen 1977 bleef er nog maar weinig over van het pontificaat van Paulus VI. In de zestien jaren sinds Johannes XXIII, was de Kerk bijna onherkenbaar geworden. Er restte bijna niets meer van de morele autoriteit die ze in het verleden had uitgeoefend. Er werd smalend getriomfeerd aan de kant van de vijanden van de Bruid van Christus. Als het linkse establishment al aandacht schonk aan woordvoerders van het Rooms katholicisme was dat enkel uit neerbuigendheid.

In de tanende maanden van het leven van Paulus VI, hoopten en baden getraumatiseerde katholieken dat er een opvolger zou komen die de voorrang van de Stoel van Petrus zou bevestigen en de rechten van Christus over diegenen die Hij vrijkocht met Zijn Bloed op de Calvarieberg zou vrijwaren. Het besef dat het einde van Paulus dichterbij kwam spoorde velen die verscheidene vormen van martelingen hadden ondergaan terwijl ze het geloof verdedigden tijdens zijn pontificaat, aan. Restauratiebewegingen staken overal ter wereld de kop op. In afwachting van het onvermijdelijke conclaaf begonnen bedroefde katholieken niets minder dan de balans van hun hele leven te offeren voor de redding van hun heilige erfgoed.

Op 5 juni 1978 gaf Bisschop Pasquale Venezia Pater Gruner officieel de toestemming om te leven en werken buiten het bisdom Avellino29. Met die zegen begon Pater Nicholas zijn voltijds engagement voor het apostolaat van O.L.Vrouw van Fatima.

Op 6 augustus 1978 stierf Paulus VI. Verdriet was wat hij de Kerk naliet. Verdriet om het verdwijnen van gewaardeerde aspecten van het geloof die tot de vergetelheid verdoemd waren. Verdriet om het feit dat de waarheden van het geloof verloren gegaan waren door de schuld van slecht opgeleide geestelijken in theologieleerstoelen.

Die fatale jaren vielen samen met de meest gevaarlijke tijd voor de ongeboren kinderen van de planeet. Een Nieuwe Wereldorde dreigde aan de horizon. Controle van de wereldbevolking stond op de agenda van alle wereldgezondheidsorganisaties. De nieuwe missionaris naar de derde Wereld was de vertegenwoordiger van contraceptiva. Een slachtpartij van de onschuldigen in deze wereld stond op het punt van start te gaan, dit alles zogezegd om de groei van de mensheid binnen proportie te houden. In het westelijk halfrond zou de massale infanticide beginnen in het land waar men het het minst zou verwachten.

Terug naar de hoofdpagina



Copyright 1996 - 2012 The Fatima Network