Hoofdstuk 1

Wonde in de stad

Nick Gruner ging naar de middelbare school vanaf de val van Hongarije tot de val van de strijder voor de Kerk. Van 1955 tot 1959 liep hij school in D’Arcy McGee High School, de school die zijn grootvader, dokter Mullally, 25 jaar eerder gesticht had.

Weinig jongemannen konden in die tijd uit zoveel continuïteit in de familietraditie putten. Pater Gruner zou er zijn hele leven lang profijt uit halen en dat moest wel, want de traditie zoals die thuis, op school en door de familie gekend was, stond op het punt verpletterd te worden door een kracht die buiten de natuur lag.

Nick werd altijd als een serieuze natuur aanzien, zelfs als tiener. Niet dat hij compleet immuun was voor stimulansen van buitenaf, maar rages leken hem nooit echt te beïnvloeden. Rock-‘n-roll, bijvoorbeeld, was heel populair, maar wekte zelden zijn interesse. Hij hield meer van Chopin en andere klassieke favorieten die hij ‘s avonds thuis speelde. Later zou hij hen nog meer gaan appreciëren.

"Op school was hij min of meer een ondernemer," herinnert zijn broer Tony zich, "Hij organiseerde skireisjes en verkocht abonnementen op tijdschriften om geld in te zamelen voor schoolprojecten. Hij hield zich niet veel bezig met sport maar speelde wel hockey in de hockeycompetitie van de parochie nadat hij de middelbare school verliet. " Hij had twee zusters die jonger waren dan hijzelf. Het jongste en zevende kind, dat negen jaar jongen was dan Nick, heette Jennifer. Ze herinnert zich een klassiek zus en broer-moment uit haar jeugd.

"Hij was erg goed voor me. Hij leerde me zelfs met de fiets rijden. Ik maakte dikwijls zijn boterhammen klaar: drie elke dag. Hij betaalde me er 10 cent voor. Hij was mijn eerste werkgever, maar klaagde wel bij zijn klasgenoten wanneer hij mijn boterhammen moe werd. Toen mijn oudere zuster hem naar de middelbare school vergezelde, werden haar als grap die boterhammen verweten."

Als gezin voldeden ze aan de gewoonte van zeven kerken in een dag te bezoeken in de week voor Pasen op Passiezondag. Dit was een van de eerste katholieke familietradities die door de veranderende tijden werden verlaten.

Aan de universiteit werd Nick tot voorzitter van de Newman Club verkozen met een verschil van 1 stem. Hij deed er veel moeite voor, zijn karakteristieke bereidheid tonend om de leiding te nemen zelfs wanneer er tegenstand was.

Ondanks het feit dat er weinig plaats voor was in zijn drukke schema, speelde hij graag hockey en voetbal.

Hij vertoonde altijd een karaktertrek die hij al heel zijn leven bezat.

"Hij had een sterk besef van goed en kwaad," vertelt Jennifer. "Er bestond in onze familie een traditie om met Getuigen van Jehova te praten wanneer ze aan de deur kwamen, niet alleen uit beleefdheid maar ook om hen te overtuigen. Nick verdedigde zelfs hun aanvallen tegen de maagdelijkheid van O.L.Vrouw die ze zelf niet konden beargumenteren. Hij praatte dan met hen en zij keerden naar huis terug om op te zoeken wat hij had gezegd, en hopelijk om de zaken te overdenken. Maar hij praatte niet over religieus leven in die zin dat hij erin geïnteresseerd was."

Veertig jaar later terugkijkend op die vroege dagen, vertelt Pater Gruner wat over zijn verdere familie en vorming: "Ik leerde het al vroeg zelf waar te maken." Als vijfde kind en vijfde zoon leefde hij in het middelpunt van de familie. "Natuurlijk waren de vrienden van mijn zuster niet de mijne. Mijn oudere broer Tony was, en is nog steeds, een charmante man. Hij maakte gemakkelijk vrienden en werd overal uitgenodigd, maar wilde, zoals alle oudere broers, niet dat zijn jongere broer hem altijd op de voet volgde. Bovendien hadden we een verschillend karakter. Bijgevolg ging ik vooral mijn eigen weg."

" Dit ging ook zo verder nadat ik de lagere school verliet. Al mijn vrienden gingen naar Loyola, een school die geleid werd door Jezuïeten. Mijn vader wou dat ik, in tegenstelling tot mijn broers, niet door de Jezuïeten opgeleid zou worden. Ze zouden niet uitblinken in het onderwijzen van wiskunde, en aangezien ik misschien in zijn voetsporen zou treden als ingenieur, vond hij dat ik beter af zou zijn op D’Arcy McGee, de school die mijn grootvader Mullally had gesticht. Deze school werd toen geleid door de "Christelijke Broeders"."

"D’Arcy McGee lag in het hart van het centrum van Montreal, hetgeen een andere omgeving was dan die waar wij woonden. We waren geen rijke familie, maar we woonden in wat een goede buurt genoemd kon worden in het huis dat oorspronkelijk van mijn grootvader was geweest. Ook al kwamen we niets te kort en werd ons huis altijd goed onderhouden, toch hadden we niet de extra’s die de buren wel hadden. Omdat ik op de leeftijd van 13 naar school moest in het centrum van Montreal, waar ik geen vrienden had, werd ik verplicht om me aan te passen aan mensen uit verschillende culturen en achtergronden."

Men kan zeggen dat Nick, zoals velen die meer volwassen zijn dan hun eigenlijke ouderdom zou doen veronderstellen, bepaalde stadia van opgroeien niet doorliep. Hij was het traject van zijn toekomstige loopbaan al begonnen, een traject dat hem voortdurend tegenover een meerderheid zou zetten.

Hij had die dynamiek eerlijk verworven, zoals Tony Gruner vertelt - zijn ouders waren van een politiek eerder conservatieve strekking in een provincie die toen vooral liberaal was. Op die manier konden de Gruners gebruik maken van de mogelijkheid om tegen de partij die aan de macht was, te stemmen. Zelfs toen hij naar school ging, leerde hij hoe hij weerstand moest bieden tegen een meerderheid. Dit was ongetwijfeld ook het gevolg van het feit dat hij in een niet Franstalig gezin werd opgevoed te midden van de Franstalige bevolking van Montreal.

*
Montreal zelf was gesticht door een daad van de Goddelijke Voorzienigheid, al zouden de meeste inwoners van Montreal dit nu niet meer weten. Het was een missiepost die het resultaat was van een droom die men geïnterpreteerd had als komende van God. De zaden van Montreal werden op die manier gezaaid door een kleine groep van Franse pioniers die geloofden dat hun pogingen, offers en lijdensweg in dienst stonden van het Evangelie en de katholieke Kerk.

Nicholas Gruner besefte als inwoner van Montreal dat zijn geboortestad een hele andere geschiedenis zou kunnen gehad hebben als Lodewijk XIV Frankrijk in 1689 aan het Heilig Hart had toegewijd, zoals de Heer gevraagd had aan de heilige Margaretha Maria Alacoque23. Als de machtige zonnekoning had gehoorzaamd, zou het protestantse Europa misschien door middel van Frankrijk weer tot het katholieke geloof bekeerd zijn, en zou Frans Noord - Amerika misschien nooit in de handen van de Engelsen gevallen zijn. Nick Gruner leerde later dat deze mogelijkheden ongeveer dezelfde waren als wat O.L.Vrouw van Fatima beloofd had om de toewijding van Rusland te belonen. Terugblikkend leken de parallellen hem nog scherper, want hij herinnerde zich dat hij zijn studentendagen beleefde gedurende de val van de Kerk in Quebec. Zou het anders ook gebeurd zijn ? Zou de Kerk, samen met het oude Quebec, haar bijna volledige verdwijning overleefd hebben, onder premier Maurice Duplessis.

Ook al had hij vele fouten, Duplessis begreep hoe belangrijk het was om de provincie katholiek te houden. Hij had zelfs een wet doen aannemen die de Getuigen van Jehova uit Quebec hield. Ook minder pikante aspecten van het beleid van Duplessis maakten een grote indruk op de jonge Nick Gruner.

Een heilige aartsbisschop, namelijk Zijne Hoogwaardige Excellentie Jozef Charboneau, had hem zijn Heilig Vormsel toegediend. Het was dezelfde bisschop die later moeilijkheden had met het Vaticaan omdat hij een lijn overschreed die premier Duplessis in het zand had getrokken. De bekende staking van de asbestarbeiders van Quebec schokte de provincie als een aardbeving. Inkomens vielen weg en gezinnen kwamen om van de honger.

"Bisschop Charboneau stond aan de kant van de vakbond," herinnert Pater Gruner zich. "Ik weet nog dat hij een zeer moedig en rechtvaardig man was."

Aangestoken door een soort hellevuur, zamelde Charboneau geld in om de hongerige arbeiders te voeden.

"Hij redde levens," zegt Pater Gruner. "Charboneau was letterlijk een herder die zijn kudde voedde. Of de staking al dan niet gerechtvaardigd was, deed niet ter zake, hij kon niet toekijken terwijl families vernietigd werden door honger."

Duplessis was verontwaardigd dat een aartsbisschop de kant van de vakbondsmensen koos tegen de regering. Blijkbaar deed hij een beroep op enkele hooggeplaatste bureaucraten binnen het Vaticaan.

Charboneau werd verwijderd en werd als een gebroken man naar Victoria gestuurd om er de biecht van nonnen af te nemen. Hij was de aartsbisschop van Montreal en toch werd hij alsof het niets was, weggestuurd en vervangen. Zijn vertrek liet nog lange tijd zijn sporen na in de stad.

Het feit dat Charboneau de armen te eten gaf, betekende zijn val. Ongetwijfeld zorgt een dergelijk incident ervoor dat men ambitieuze bureaucraten in het Vaticaan nog steeds wantrouwt. De realiteit die aan de oorsprong van deze crisis lag, zou nooit vergeten mogen worden.

De vervanger van Charboneau was Paul Emile Leger, die later kardinaal zou worden. De manier waarop Leger doorheen zijn carrière veranderde geeft op een ironische wijze weer hoe de Kerk van Quebec desintegreerde. In het begin waren Legers aanwezigheid en volharding verheffend. In de vroege jaren 50 veroorzaakte hij op een nacht om 10 uur oproer door een winkel met pornografisch materiaal aan te vallen en tijdschriften uit de rekken in een vuurstapel te gooien.

Tegen de tijd dat hij stierf, zo’n dertig jaar later, stonden vrouwen in lange priestergewaden langs de trappen van de Notre Dame, wierook brandend terwijl zijn kist naar beneden werd gedragen. Ze stonden ook aan het avantgardistische offertorium met manden vol brood op hun hoofden, allemaal voorbeelden van de post-conciliaire Kerk die Leger in Quebec persoonlijk vorm had gegeven.

Het is waar dat er over de eeuwen heen in Quebec verschillende vormen van machtsmisbruik door geestelijken waren geweest, maar in het algemeen bleef dit unieke bastion van het geloof in Noord - Amerika gespaard. Toen stierf op 8 oktober 1958 Pius XII. Pius had voorspeld dat het communisme Amerika zou wurgen. De strop werd al aangehaald voor Pius begraven werd. Weinigen hadden het zien aankomen. Elke stad, elk dorp en elke klas voelde de verkiezing van Johannes XXIII. Toen kwam 1960. In Quebec stierven zowel Duplessis als zijn twee politieke opvolgers in hetzelfde jaar. Dit hitste de provincie op. Op 8 februari 1960 begon het meest catastrofale decennium in de geschiedenis van de Kerk. Die dag kondigde het Vaticaan anoniem aan dat het derde geheim van Fatima, waarvan alle katholieken wereldwijd de details afwachtten, dat jaar niet publiek gemaakt zou worden24. De jaren zestig waren met een leugen aangevangen. Nick Gruner studeerde nog steeds aan de McGill Universiteit in het kritieke jaar 1963, toen Paus Johannes XXIII stierf, John Kennedy vermoord werd en Paus Paulus VI de tweede zitting van het concilie weer bijeenriep. Het leven leek plotseling veel ernstiger.

Nick Gruner beschouwde zichzelf als gezegend dat hij het katholieke schoolsysteem in Quebec had doorlopen vooraleer het voor altijd veranderd werd door de aanvallen van de regering op het onderwijs. Tien jaar later zou hij lesgeven binnen dat systeem en zien hoe scholen gereorganiseerd waren tot onpersoonlijke, logge en ongezonde klassen. De openbare scholen waren niet beter georganiseerd, en nog erger, ze waren niet katholiek. Tegen 1970 zouden beide systemen vernietigd zijn en slechts weinige overblijfselen van het katholicisme bestaan.

Het priesterschap was er altijd al geweest. Maar zelfs toen Nicholas 21 was werd hem tijdens een retraite in Montreal aangeraden "om eerst zijn diploma te halen en dan pas het priesterschap te overwegen." Hij was toen twee of drie jaar bezig met zijn studies en dacht er niet aan om die op te geven. Zijn plan bestond eruit met een zakendiploma op zak aan het seminarie te beginnen. Hij studeerde in 1964 af als kandidaat in de handel aan de McGill Universiteit in Montreal. Toen was hij vrij om een stukje van de wereld te zien.

Terug naar de hoofdpagina



Copyright 1996 - 2012 The Fatima Network