Hoofdstuk 2

De schoonheid
van Uw huis

Opgroeiend in Montreal, zou het voor een katholiek kind moeilijk geweest zijn om niet beïnvloed te geraken door de loopbaan van Broeder André, de nederige religieus die zijn leven in dienst van St. Jozef doorbracht. Zo vele mirakels van genezing werden teweeg gebracht in St. Jozefs naam door de handen en gebeden van Broeder André dat hij zelfs nog bij leven bekend stond als de "Mirakelman van Montreal". De passie van Broeder André voor zijn patroon St. Jozef kende geen grenzen. Vijandelijkheden binnen en buiten de Kerk overwinnend, ronselde de niet opgeleide religieus de hulp en financiële bijstand van de groten en minder groten voor zijn plan. Zijn volharding en heiligheid waren er de oorzaak van dat er op de hellingen van Mount Royal een groot gebouw verrees dat over de hele wereld bekend zou staan als "St. Joseph's Oratory".

Zoals zoveel anderen gedurende de eerste helft van de eeuw, ging Nick Gruner vaak naar de kapel op de helling van Mount Royal om er te bidden voor de beroemde dienaar van de grote H.Jozef. Ook, zoals vele andere jongens in Quebec in de eerste helft van de eeuw, was hij een misdienaar tegen de tijd dat hij zijn tweede jaar voltooid had.

Zoals ook weer velen voor hem hadden meegemaakt, onderging hij er tijdens het grote drama van eeuwenoude H.Mis een speciale bekering.

Er was een moment in de traditionele H.Mis dat menige misdienaar in plaats van maar juist een kind te zijn, luisterend naar het "Heilige gemurmel van de H.Mis" door de priester, in zijn hart zelf een priester werd. De verandering voltrok zich in het hart, dat landschap van onschuld en vertrouwen waar hij al heel zijn leven naar God verlangde zonder het zelf te weten, zoals een hert naar een beekje zoekt.

Het moment werd gekenmerkt door het geluid van stromend water. Terwijl hij water over de vingers van de priester liet lopen, hoorde hij de priester 'Lavabo' fluisteren. Sinds het in de traditionele H.Mis geformuleerd werd heeft dat geluid al decennia lang het wereldlijke uit het hart van de jongen verwijderd en hem in het priesterschap geïntroduceerd.

Dat moment van genade zou heel zijn leven een mysterie blijven dat hij misschien alleen in de latere volwassenheid nauwkeurig kon aanwijzen als het moment waarop de misdienaar een gevangene van Christus werd. Toch moet er een moment van herkenning door zijn ziel gegaan zijn toen hij voor het eerst deze woorden in zijn moedertaal hoorde:

in de samenkomsten, o Heer. (Ps. 25)
Laat mij u zó mogen loven
mijn voet staat op een weg die niet krom buigt.
verlos mij en wees mij genadig:
Ik zoek toch te wandelen in onschuld,
wier rechterhand zich om kwaad geld sluit.
wier handen kleven van sluwheid,
mijn bestaan of ik hoorde bij moordenaars,
werp mijn leven niet weg of ik slecht was,
de plaats waar uw heerlijkheid zetelt:
Heer, hoe is mij uw woonstede lief;
ik de reeks uwer wonderen noem.
dat mijn stem zich verheft in het danklied,
maak de ommegang om uw altaar,
"In onschuld was ik mijn handen;
Van al de momenten van geestelijke vervoering die de luister van onze moeder de H. Kerk demonstreren, is er geen enkel dat het moment overtreft wanneer de Bruid van Christus in al Haar adembenemende grootheid, verguisd door waardigheden en macht, de schrik van tirannen en ideologieën, Haar aandacht wendt tot de kleinste onder Haar kinderen, de zuivere en goedgelovige jongen aan het altaar. Zij geeft hem een omhelzing die van zijn verleden, heden en toekomst een liefdesverhaal maakt dat ongeëvenaard is in de annalen van de romantiek, de zuivere en opperste overgave die alleen kan bestaan tussen een jongeman en God.

Krachtig genoeg om de tijd met de eeuwigheid te verbinden, blijft de liefde die het hart van een jongen binnendringt bij het horen van 'Lavabo' bestaan, onbeweeglijk, totdat de jongen, zo zeker als zijn hoofd op zijn lichaam staat, op aanwijzing van een impuls die hij niet kan begrijpen, laat staan erkennen, zijn hoofd achterover leunt en opkijkt naar het lichaam van de Mensenzoon, hangend boven het tabernakel. Zijn ogen volgen de lijnen van die getormenteerde ledematen, die alle vier zijn blik naar het middelpunt trekken, dat Heilige Hart verborgen in de samengetrokken borstkas. Het hart van de misdienaar begint te kloppen op het ritme van het besef dat zijn ziel binnendringt, het ritme van het antwoord op de vraag die hem bezig hield vanaf het moment dat hij voor de eerste maal dat lichaam op het kruis boven zijn wieg zag - "Waarom ?" Gedurende een moment is de jongen verloren in de stilte van het kruis, maar dan beginnen de wegtikkende seconden te slaan, slaan, slaan in zijn eigen borst. En hij kent het antwoord.

Op een of andere manier worstelt hij zich door de rest van zijn taken, kleedt hij zich om, loopt hij de koude winterlucht in en vliegt naar huis terwijl hij uitroept: "Voor mij. Voor mij. Voor mij." En hij is verliefd. En voor altijd geroepen tot het priesterschap.

Een mandaat van God kan op om het even welk moment komen en vooral wanneer men het het minst verwacht. De maagd in Nazareth verwachtte Gabriel niet. De herders in de velden van Bethlehem verwachtten geen koor van engelen, en toch werden zij opgedragen om een kind te zoeken dat in iets speciaals gewikkeld was en in een kribbe lag. De herders op de hellingen van Bethlehem, slaperig, verkild, waarschijnlijk hongerig en humeurig wilden niets anders dan met rust gelaten te worden en te slapen. De meest introverte onder hen zou dan misschien oostwaarts over Jordanië zitten kijken in de richting van de berg waar Mozes begraven lag volgens de verhalen uit zijn jeugd. Zulke jeugdverhalen gloeien met een heilige warmte die nergens meer welkom is dan in het koude hart van een volwassene. Maar, in plaats van met rust gelaten te worden, werden de herders opgeroepen om niets minder dan de komst van God op aarde mee te maken, en dan nog wel in de meest onverwachte vorm: het lichaam van een mensenkind.

In tijd en geografie ver verwijderd van deze beroemde herders, hadden op een lentedag in 1917 in Portugal drie andere herders — van zeven, negen en tien jaar oud, niets anders voor ogen dan vluchtig hun middaggebed te doen, toen hen plotseling werd opgedragen om niets minder dan de toekomst zelf van de mensheid te zien.

Op deze manier kunnen grote dingen het hart van een kind binnendringen en zijn toekomst bepalen, zoals een jongen van de vroegmis naar huis kan rennen om zijn moeder te vertellen wat er met hem gebeurd is. Hij komt de keuken binnen, vindt haar bij het fornuis zoals elke morgen na de H.Mis, maar, in plaats van het nieuws eruit te flappen, is hij plotseling sprakeloos.

Pas dan realiseert hij zich dat hetgeen wat in zijn borst aan het kiemen is, een geheim is tussen hem en God. Hij mag het zelfs niet aan zijn moeder vertellen. Hoe hij dit weet ? Wel, hoe wisten de wijzen dat ze niet naar Jeruzalem mochten terugkeren om er te roddelen ? De Hemel gaf hen de wijsheid om het niet te doen.

De moeder kijkt van het fornuis naar de deuropening en ziet dat de misdienaar terug is. Ze ziet dat de sneeuw op zijn pet aan het smelten is, zodat er wat water in miniatuur beekjes langs zijn gezicht naar beneden loopt. In een flits van een seconde, zo klein dat alleen engelen het zouden kunnen meten, heeft ze de verandering in hem opgemerkt. Ze kijkt naar het licht in zijn ogen, de woorden die op het puntje van zijn tong lagen, maar er tegengehouden zijn door een mysterie waarmee ze hem altijd al moeten delen heeft. "Mors geen sneeuw op de vloer," zou ze kunnen zeggen. En dan, misschien, "Het ontbijt staat klaar."

Simpele, banale woorden die al sinds mensenheugenis uitgewisseld worden op winterochtenden tussen moeder en zoon. Maar deze keer tussen een moeder en een priester.

Geloof ontstaat door middel van de moeder, zei De Maistre. Het is altijd al zo geweest. Het zal altijd zo zijn. Wie kan er twijfelen aan het feit dat de drie wijzen drie wijze moeders hadden ?

Pater Pio ontving het geloof van zijn moeder. Kardinaal Mindzenty van de zijne. Pater Fuentes van de zijne. Zij werden de drie meest vervolgde priesters van de 20ste eeuw. Men kan gemakkelijk vermoeden dat het door de stiltes tussen een moeder en haar zoon, een jongen met zijn geheim, een moeder met het hare, was, dat Pio, Fuentes en Mindzenty de kracht hadden om alleen tegen de meest verschrikkelijke krachten waarmee deze eeuw hen belaagde, op te staan. Het was daardoor dat zij hun verdediging van het Kruis intact konden houden na jaren van laster, verraad en vervolging. Staat er aan jouw keukendeur een jongen ? Kijk goed vooraleer je antwoordt. Zou hij geen vierde wijze kunnen zijn, of misschien een erfgenaam van de mantel die Pio of Mindzenty op de oever van de rivier hebben achtergelaten ? Het katholieke kind dat op zijn eerste schooldag in 1948 aan de deur van het schoolgebouw stond, was een nieuw wezen op de aarde, een dat met de dreiging van de nucleaire vernietiging van hele naties leefde, een dat er zich niet bewust van was dat ook zijn Kerk een bedreigde soort was.

Een kind dat in het katholieke Quebec voor het eerst naar de lagere school ging, had een voorbereiding van vijf of zes jaar catechese thuis achter de rug. Toen Nick Gruner vijf was, zei zijn moeder dat ze wilde dat al haar kinderen niet alleen tot naam-katholieken zouden opgevoed worden, maar tot goede katholieken. Ze vertelde hen thuis over de Onbevlekte Ontvangenis voordat ze naar school gingen. Het is de wijze moeder die die edele stof voor zichzelf reserveert in de vroege kinderjaren. Het kind accepteert de Onbevlekte Ontvangenis met gemak. Wat kan er immers voor een zuiver kind natuurlijker lijken dan dat God de perfecte zuiverheid creëert voor de Moeder van Zijn Zoon ? Wanneer een kind over deze schat leert van zijn moeder, krijgt hij een trofee van het geloof mee die hij nooit kan verliezen, aan welke tegenstander dan ook, op welk slagveld dan ook.

Zoals alle katholieke kinderen in de wereld leerde Nick het verhaal van Fatima thuis kennen, voor hij ooit een voet in de school had gezet. Recht tegenover de Gruners woonde een mijnheer Leonard Hynes, de toekomstige President van C.I.L., zijn vrouw, Jessie, en hun vier kinderen, die allen ongeveer dezelfde leeftijd hadden als de kinderen van de Gruners. Op een dag hoorde Nick in hun huis dat zij bij het bidden van de rozenkrans na elk tientje de formule "O mijn Jezus", die O.L.Vrouw van Fatima aan Lucia gedicteerd had, gebruikten. Hij maakte er bezwaar tegen omdat hij de rozenkrans nog nooit eerder zo had horen opzeggen. Toen vertelden zij hem over de boodschap van Fatima. Hij ging met de details naar huis en informeerde er verder naar bij zijn moeder.

In het vijfde jaar in St. Jozef’s school in Montreal zou de leraar het verhaal van Fatima in de klas vertellen. Nadat Nick het gehoord had, was hij naar huis gegaan en kondigde hij er aan dat hij zwoer voor de rest van zijn leven de rozenkrans iedere dag te bidden. Zijn moeder herinnerde hem eraan dat zo’n gelofte betekende dat hij iets plechtig beloofde aan de Moeder Gods en dat hij daarom voorzichtig en vastbesloten moest zijn. De aanwezigheid van de Moeder Gods in iemands leven mocht niet licht opgevat worden.

Pater Nicholas Gruner zou zich later de erfenis van Maria-devotie in zijn familie herinneren: "Langs mijn vaders kant van de familie zat de verering van O.L.Vrouw vrij diep. Mijn vader was anglicaan geweest en had daardoor de argumenten tegen de verering van O.L.Vrouw gehoord. Toch legde hij me toen ik twintig was zijn houding tegenover Maria uit — namelijk, dat zoals een koning graag zijn koningin vereert, Jezus, ook een Koning, graag O.L.Vrouw vereert, die Zijn Koningin is.

"Grootvader Mullally had een hospitaal in Montreal gesticht dat hij St. Mary’s had genoemd naar O.L.Vrouw. Hij was geboren op het Prince Edward Eiland en zijn oom was kapitein ter zee geweest. Op een keer moest de kapitein zich ontdoen van een dronken matroos die moeilijkheden veroorzaakte. Terwijl de matroos het schip verliet, vervloekte hij de kapitein, de bemanning en het schip. Later vernielde een storm het schip voor de kust van Newfoundland. Niettemin ging er niemand van de bemanning verloren, want, toen het schip zonk, liet de oom van mijn grootvader al de matrozen de rozenkrans bidden.

"Mijn grootmoeder, Mary Mullally, was een artieste die portretten van O.L.Vrouw schilderde, waaronder ook O.L.Vrouw van Fatima. Dit portret heb ik thuis nog steeds. Toen op een keer een tentoongesteld kunstwerk in Montreal een kapotte lelie voorstelde, hetgeen de ontkenning van de maagdelijkheid van O.L.Vrouw door de artiest symboliseerde, heeft mijn grootmoeder de curator ernstig berispt en onder handen genomen omdat hij het werk in de tentoonstelling had opgenomen."

In de late jaren veertig, toen Nick in de lagere school zat, was de essentie van het verhaal van Fatima en de schoonheid van de protagonisten gekend door bijna elke katholiek. Hetgeen niet gekend was door de vaders en moeders die hun kinderen godsdienstonderwijs gaven in het verre Canada, en hetgeen toen ook nog niet kon gekend zijn, was het drama dat zich omtrent de boodschap van O.L.Vrouw en meer specifiek het derde geheim nog steeds aan het afspelen was binnen de Kerk.

Wat Pius XII wist over het grote geheim kan alleen maar stof tot gissen zijn. In 1950 echter, stelde hij een unieke en beleidsdaad van levensbelang. Op 1 november verklaarde hij Maria’s lichamelijke en geestelijke opname in de Hemel bij Haar dood als onfeilbare leer van de Kerk22. Het dogma van de Tenhemelopneming zou een wereld die in de schaduw van de uitroeiing leefde, eraan herinneren dat het leven hier niet eindigde en dat om het even welk kwaad de mens op de wereld deed, het gezelschap van een eeuwig liefhebbende God voor ons een feit is.



Terug naar de hoofdpagina

Copyright 1996 - 2012 The Fatima Network