Hoofdstuk 18

Het eindspel

"Gedenk, O allerheiligste Maagd Maria, dat men nog nooit gehoord heeft dat iemand Uw hulp afsmeekte en verstoten werd."

Zo'n vier maanden na de publikatie van de open brief wist Pater Gruner dat hij niet ongeholpen bleef door Haar aan Wie hij zijn hele priesterschap had toegewijd. Op 4 november 1995 gaf Zijne Excellentie Saminini Arulappa, de aartsbisschop van Hyderabad, Indië, Pater Gruner een formeel decreet dat hem incardineerde in zijn Aartsbisdom.192 De twee mannen stonden in de H. Maria kerk. Het was de eerste zaterdag van de maand. En nog geen drie meter verder stond het beeld van de pelgrimerende Madonna van het apostolaat, gezegend door Paus Paulus VI, en waarvan Pater Gruner bijna twintig jaar lang de bewaarder was tijdens reizen voor de zaak van O.L.Vrouw van Fatima.

Het was juist een pelgrimstocht van Maria die Pater Gruner op deze dag naar de vruchtbare omgeving van Hyderabad en de H. Maria kerk had gebracht. Over de jaren heen had Pater Gruner verschillende pelgrimstochten georganiseerd naar Indië, waar honderdduizenden Indiase gelovigen samengekomen waren om het beeld te zien, rozenkransen en scapulieren te ontvangen en Pater Gruner op zijn kalme manier over de boodschap van Fatima te horen preken.

In Hyderabad steunt het apostolaat een weeshuis dat de zorg draagt over 50 wezen. Het welzijn van deze kinderen is een van de vele zaken die op het spel staan in de kerkelijke strijd die begon toen de bureaucraten aan de touwtjes van hun marionet trokken en de bisschop van Avellino plotseling Pater Gruner terugriep na een goedgekeurde afwezigheid van meer dan 16 jaar.

Het Plan voor Pater Gruners eigenlijke opsluiting in Avellino had natuurlijk volledig afgehangen van het feit dat Pater Gruner omdat hij "er niet in geslaagd" was een ander bisdom te vinden dat hem wou incardineren, terug moest keren naar het bisdom van Avellino. Maar hier was de derde welwillende bisschop in lijn die Pater Gruner een incardinatie buiten Avellino aanbood. De bureaucraten hadden de eerste twee bisschoppen gemakkelijk "overhaald" hun aanbod in te trekken; de Nuntiussen hadden hun beïnvloedingswerk naar behoren uitgevoerd. Deze keer echter was niemand minder dan een aartsbisschop met 25 jaren dienst zo ver gegaan een formeel decreet voor incardinatie uit te vaardigen aan Pater Gruner, vooraleer de bureaucraten hem hadden kunnen aanpakken.

Maar de aartsbisschop had meer gedaan dan Pater Gruner simpelweg in zijn aartsbisdom incardineren. Met het volle gezag van zijn ambt, had de prelaat zijn bescherming tot het hele apostolaat uitgebreid en had hij de bureaucraten die het wilden vernietigen veroordeeld:

    "Ik verleen je alle faciliteiten die je nodig hebt om de zending die God u toevertrouwde op aarde te vervullen. Kwade krachten hebben samengezworen om uw werk van liefde te vernietigen. Maar blijf in de Heer te vertrouwen. Zijn liefde is standvastig en Hij zal nooit falen, ook al word je onderworpen aan vele beproevingen en zelfs vervolging...Bureaucratische krachten kunnen Gods werk niet onderdrukken. Het is mijn bede dat je verder gaat met de zending die God u gaf, ondanks de grote tegenkanting."193

Het decreet van de aartsbisschop was een kerkelijke donderslag. Juist op het moment dat hun nauwgezet voorbereide omzeiling van de codex van het kerkelijk recht op het punt stond hun doelwit uit te schakelen, had de aartsbisschop hem gered met een pennentrek. Om de dingen nog erger te maken had de aartsbisschop juist objectief bevestigd in een officieel kerkelijk document dat "bureaucratische krachten" zich bezig hielden met ongeoorloofde manoeuvres tegen Pater Gruner.

Het Plan was tot stilstand gebracht. Pater Gruner kon nu eenmaal niet teruggeroepen worden naar Avellino op grond van het feit dat hij er "niet in geslaagd" was een andere bisschop te vinden, terwijl een aartsbisschop hem juist geïncardineerd had met een formeel decreet dat de bureaucraten niet konden weerleggen. Ze hadden absoluut het recht niet onder de codex van het kerkelijk recht, laat staan onder de Goddelijke constitutie van de kerk, om de beslissing van een aartsbisschop omtrent incardinatie te beïnvloeden. En dat wisten ze. Maar ze hadden één instrument ter beschikking: angst.

Het onverwachte bezoek van een Pauselijke Nuntius kan zelfs een aartsbisschop intimideren. Wanneer de sloten van het koffertje van een Nuntius openspringen, is het alleen maar natuurlijk om ineen te krimpen uit vrees voor wat het bevat. Ergens in januari 1996 stapte de Pauselijke Nuntius voor Indië, Aartsbisschop Zur Giorgio, in een vliegtuig en vloog van New Delhi naar Hyderabad - een hoogst ongewone verspilling van tijd en geld voor een Vaticaans ambassadeur met vele dringende staatszaken. Het enige doel van deze ongewone reis van de Nuntius was Aartsbisschop Arulappa te ontmoeten in verband met Pater Nicholas Gruner. Dit was een zeer dringende ontmoeting - zo dringend dat ze zelfs niet kon wachten tot de aartsbisschop hersteld was van de hartoperatie die hij juist had ondergaan. Toen de bijeenkomst gedaan was, begon de aartsbisschop Pater Gruners incardinatie met ietwat andere ogen te bekijken. Hij was bang. En wie kan hem dat kwalijk nemen ? Hij had niet achter het gordijn van de Tovenaar van Oz gezien.

Op 31 januari 1996 ontving Pater Gruner een brief van de aartsbisschop: Had Pater Gruner een decreet van "excardinatie" van het bisdom van Avellino, dat hem buiten de bevoegdheid van de bisschop van Avellino plaatste ?194 Dit was inderdaad een technische vereiste voor de overdracht. Maar door de Voorzienigheid had de bisschop van Avellino zo'n decreet aan Pater Gruner gegeven 1989, voor de bureaucraten aan de touwtjes van zijn meer toegeeflijke opvolger begonnen te trekken. Pater Gruner had het document nog steeds in zijn dossiers zitten. Hij liet het decreet van excardinatie afleveren in Hyderabad. Aan alle technische vereisten was voldaan. Hij was nu een priester van het aartsbisdom van Hyderabad - ten minste toch, volgens de codex van het kerkelijk recht. Voor om het even welke andere priester in de wereld zou de zaak hiermee eindigen. Maar op Pater Nicholas Gruner was de codex van het kerkelijk recht niet langer van toepassing. De bureaucraten hadden hem in zijn geval opgeschort.

De open brief naar de Paus en de welwillende interventie van de aartsbisschop van Hyderabad had de jagers geleerd dat hun prooi niet geheel hulpeloos was. Pater Gruner zou niet zomaar gaan neerliggen en sterven. Iets zorgde ervoor dat deze priester bleef doorgaan. De prooi moest dan maar, minder elegant dan vooropgesteld, geplet worden door het grote apparaat dat ze tot hun beschikking hadden. Natuurlijk zou dit weer daden buiten de normale kanalen van het kerkelijk recht vereisen, maar Het Plan kon op geen andere manier uitgevoerd worden. Het kerkelijk recht stond niet aan de kant van de jagers, dus moest er geen rekening mee gehouden worden. Niettemin moesten hun acties "naar buiten toe" een schijn van wettelijkheid hebben. Ze moesten hun bella figura bewaren.

Wat er tijdens de volgende zes maanden plaatshad, was een gecoördineerde internationale campagne van strafmaatregelen zoals recent geen enkele priester ondergaan had - ook de ketters en homoseksuelen niet die vaak seminaries en parochies in Noord-Amerika besmetten, zonder tussenkomst van Rome.

Januari 1996. De Pauselijke Nuntiussen bezorgen een nieuwe "verklaring" van Aartsbisschop Sepe, de Secretaris van de Congregatie van de Geestelijken, aan elke bisschop van de wereld. De verklaring behandelt de aanstaande Fatima conferentie van het apostolaat in Rome, die aangekondigd werd in de open brief. Het decreet van Sepe maakt het kerkelijk recht belachelijk: het verbod doorheen heel de katholieke Kerk aangaande een priester die niets verkeerd had gedaan:

    "De zaak van Gruner gaat al een tijd terug en er zijn daardoor dikke dossiers in de archieven van de Congregatie."

Wat was nu precies "de zaak van Gruner"? En wat bevatten de "dikke dossiers" in de Congregatie voor de Geestelijkheid? Sepe vermeldt dit niet. Het is beter de valse indruk te wekken dat er wel iets verschrikkelijks in die verslagen moet staan.

    "Deze conferentie [in Rome] omvat ook plannen voor enkele activiteiten die de Eerbiedwaardige Gruner ontwikkeld heeft zonder kerkelijke toestemming..."

Welke "kerkelijke toestemming" is er nodig om een conferentie omtrent Fatima te houden? Geen enkele natuurlijk, maar ook dit vermeldt Sepe niet. Opnieuw wordt de wereld de "letterlijk ware leugen" rondgestuurd. In een Kerk die overloopt van de conferenties en seminaries - geen ervan met "kerkelijke toestemming", en vele geleid door fulminerende ketters - trekt slechts een bijeenkomst de aandacht van Aartsbisschop Sepe en zijn medebureaucraten in het Vaticaan: een conferentie in Rome gewijd aan de boodschap van Fatima.

    "Opdat deze priester zijn schadelijke activiteiten niet meer zou kunnen verder zetten, riep de bisschop van Avellino hem op 31 januari 1994 terug naar zijn bisdom."

Welke "schadelijke activiteiten" bedreef Pater Gruner? Aartsbisschop Sepe treedt niet in detail. Ook de bisschop van Avellino deed dit niet in zijn bevel dat Pater Gruner terug riep - hetzelfde bevel dat Aartsbisschop Sepe zelf had opgezet door de incardinatie van Pater Gruner in elk ander bisdom te blokkeren.

    "Op dit moment kunnen wij niets anders doen dan aan de bisschoppen van uw land vragen...de uitnodiging van Pater Gruner niet te aanvaarden en te vermijden iets anders te doen dat deze spijtige zaak kan verergeren."195

Waarom is de situatie juist "spijtig"? Wat zou er gebeuren met een bisschop die de zaken "verergerde" door Pater Gruner zijn steun te betuigen? Het is beter dit dreigement sub rosa te laten. Einde van de brief.

Wat had Pater Gruner nu eigenlijk misdaan om deze brief zonder precedenten naar elke katholieke bisschop van de wereld te verdienen? Zelfs door Aartsbisschop Sepes brief snel door te nemen, ontdek je het antwoord: niets; absoluut niets. Dat wil zeggen, niets dat hij openlijk kon vermelden. Want het zou niet volstaan om toe te geven dat de "schadelijke activiteiten" waarmee Pater Gruner zich al heel zijn priesterlijk leven bezighield, niets meer of minder waren dan het leren en preken van de hemelse boodschap van Fatima - en dan vooral de onaanvaardbare eis dat Rusland toegewijd moet worden aan het Onbevlekt Hart en zich moet bekeren tot de ene ware godsdienst, zodat de wereld gered kan worden van de fouten van Rusland.

26 Januari 1996. De bisschop van Avellino vaardigt een "vermaning" uit aan het adres van Pater Gruner. Hij moet terugkeren omdat "de verschillende schriftelijke interventies van mijn voorgangers... waarin je gevraagd werd een andere bisschop te zoeken, tevergeefs waren geweest."196 Pater Gruner stuurt in februari twee brieven waarin hij aantoont dat hij in het Aartsbisdom van Hyderabad geïncardineerd werd, en dus een andere bisschop gevonden had, en niet langer verplicht was terug te keren naar Avellino. De bisschop antwoordt niet. Hij wacht duidelijk verdere instructies af.

Februari 1996. Een kopie van het decreet van de apostolische Signatura dat het eerste bevel om naar Avellino terug te keren bevestigt, wordt gepubliceerd in Soul Magazine, het orgaan van het "Wereldapostolaat van Fatima" - de nieuwe "Fatima Lite" versie van het eens zo militante Blauwe Leger, dat nu rechtstreekse banden met de Vaticaanse anti-Fatima krachten heeft. Vreemd genoeg had Pater Gruner zelf nog geen copie van het decreet ontvangen, ook al had het "Wereldapostolaat van Fatima" het ontvangen uit de handen van de Canadese bisschoppenconferentie. Het decreet werd vergezeld van een lasterlijke en met fouten bezaaide "uiteenzetting" door E. William Sockey III, dat Pater Gruner portretteert als een ongehoorzaam, schismatiek geestelijke zonder priesterlijke bevoegdheid.197 In dezelfde maand publiceert een lokale afdeling van het "Wereldapostolaat van Fatima" hetzelfde decreet, maar voegt er een vervalste paragraaf bij die Pater Gruner veroordeelt, en die nergens in het originele document is terug te vinden.198

Maart 1996. De bureaucraten pakken het Hyderabadprobleem aan: Aartsbisschop Arulappa ontvangt een brief van Kardinaal Sanchez die hem aanraadt Pater Gruner niet te incardineren, ook al heeft hij dat eigenlijk al gedaan. Vreemd genoeg mist de brief het protocollair nummer dat de brief in het genummerde register van de officiële documenten van de Congregatie zou moeten thuis brengen199 - duidelijk omdat de brief niet officieel is en buiten de gepaste kanalen van het kerkelijk recht valt. Kardinaal Sanchez heeft absoluut de autoriteit niet om een aartsbisschop te verbieden een geldig gewijde priester te incardineren. Hij doet dit toch. Wie zal hem tegenhouden? Drie maanden later zou de belegerde aartsbisschop aan Pater Gruner schrijven: "Ik verzoek je om mijn netelige positie in deze kwestie te begrijpen. Ik hoop wel dat er, God geve het, een bevredigende oplossing zal gevonden worden."200 Hij zou ook via zijn assistent onthullen dat hij omwille van zijn steun aan Pater Gruner bedreigd werd met vergeldingsacties tegen heel zijn aartsbisdom.201 Toch zou de aartsbisschop zijn decreet van incardinatie nooit echt volledig intrekken. Er zou een reden moeten zijn om dit te doen, en een hoorzitting waarop Pater Gruner zich zou mogen verdedigen.

*

Tegen het midden van de lente van 1996, slechts zes maanden voor de conferentie in Rome, waren de bureaucraten klaar om de eindfase van Het Plan in werking te stellen. Deze fase begon op 16 mei 1996. Op die datum vaardigde de bisschop van Avellino een decreet uit dat Pater Gruner ervan op de hoogte bracht dat hij uit het priesterschap geschorst zou worden, tenzij hij binnen 29 dagen terugkeerde naar het bisdom van Avellino.202 Het decreet beweerde dat deze beslissing de dag ervoor was genomen op een "hoorzitting" waarop Pater Gruner niet was uitgenodigd. In feite was deze beslissing jaren geleden al genomen in de kantoren van bepaalde Vaticaanse bureaucraten.

Ja, maar wat met de incardinatie van Pater Gruner in het Aartsbisdom van Hyderabad ? Plaatste deze hem niet buiten de bevoegdheid van de bisschop van Avellino ? Het decreet van 16 mei onthulde de tactiek die de bureaucraten gingen gebruiken om dat specifiek probleem te omzeilen: de incardinatie in Hyderabad was tanquam non existens verklaard - ze was onbestaande ! Wat ?

Maar op welke grond was de incardinatie in Hyderabad onbestaande verklaard? Volgens het decreet van 16 mei was Pater Gruner niet "kerkelijk vrijgesteld" om daar geïncardineerd te worden. En waarom was hij niet "kerkelijk vrijgesteld"? Omdat hij het bevel had gekregen terug te keren naar Avellino. Maar waarom had hij dit bevel gekregen? Omdat hij geen andere bisschop had gevonden. Maar was de aartsbisschop van Hyderabad geen andere bisschop? Ja, maar zijn incardinatie van Pater Gruner was onbestaande. Het klassieke cirkelargument. Grof. Belachelijk. Maar het zou volstaan tot er iets beter gevonden werd. De hoofdzaak was dat zo uiteindelijk het doel van Het Plan bereikt kon worden: de verbanning of schorsing van Pater Nicholas Gruner, preker van de onduldbare boodschap van Fatima.

Pater Gruner zou beroep aantekenen tegen het belachelijke decreet van 16 mei bij de Congregatie van de Geestelijken. Daar zouden alweer Kardinaal Sanchez en Aartsbisschop Sepe, zijn beulen, ook zijn rechters zijn. Deze keer zou Pater Gruner echter hun wraking van de zaak verzoeken. Misschien zouden zij zelfs de absurditeit, of de onrechtvaardigheid, inzien van het beslissen over een zaak die ze zelf jarenlang achter de schermen orkestreerden. De rechters hadden op Pater Gruners verzoek voor wraking al een antwoord klaar: "Het verzoek voor wraking kan niet in overweging genomen worden omdat het niet in het wetboek is opgenomen."203 Met andere woorden, Pater Gruner had geen recht op een onpartijdige rechter! Maar het recht op een onpartijdige rechter is voorzien in "het kerkelijk recht", namelijk in Canon 1449. Ook de natuurwet, het gezond verstand en het fatsoen zeggen allen dat een mens geen zaak kan beoordelen waarin hijzelf vijandige partij is. Maar Canon 1449, de natuurwet, het gezond verstand en het fatsoen waren hindernissen voor Het Plan. De bureaucraten legden ze simpelweg naast hen neer.

Op 20 september 1996, twee maanden voor de conferentie in Rome, handhaafden Kardinaal Sanchez en Aartsbisschop Sepe het decreet van 16 mei van de bisschop van Avellino. Dat wil zeggen, ze handhaafden hun eigen manipulatie van de marionet aan wiens touwtjes ze sinds januari 1994 trokken.

Het Eindspel had enkel nog een paar kastelen en pionnen op het schaakbord staan, en de overgebleven stukken stonden in het voordeel van de tegenstanders van Pater Gruner. Er moesten niet veel zetten meer gedaan worden, en ze waren uiterst gemakkelijk voor de tegenpartij, maar Pater Gruner zou hen dwingen alle zetten tot schaakmat te vervolledigen. Hij zou dit niet doen uit perverse koppigheid, maar voor de zaak van O.L.Vrouw van Fatima, en omdat het niet in zijn aard lag toe te staan dat de waarheid onderworpen werd aan de oneerlijke regels van een doorgestoken spel. Hij zou later uitleggen:

    "Als alleen maar mijn persoonlijke ondergang er vanaf hing, zou er geen reden geweest zijn voor zo'n verzet. Maar ze zijn niet geïnteresseerd in mijn ondergang op zich. Wat ze werkelijk willen doen, is een boodschap doen verdwijnen die zij niet willen horen en die ze niet aan anderen willen laten horen : de boodschap van Fatima met al haar politieke gevolgen. De waarheid. Dat is de enige reden waarom ze geïnteresseerd zijn in mij. In het volledige dossier over de zogenaamde "Pater Gruner zaak" waarnaar Aartsbisschop Sepe verwees in zijn brief naar alle bisschoppen van de wereld, zal je niets vinden dat exact aantoont wat het is dat ik verondersteld wordt misdaan te hebben en wat het is dat zo'n acties tegen mij rechtvaardigt. Acties waaraan zelfs de ergste ketters van de huidige Kerk niet onderworpen worden. Hoe kunnen ze vermelden dat het de waarheid is, waarmee ze zo verveeld zitten. Het is de waarheid die op het spel staat. En daarom moet ik me verzetten, met alle mogelijkheden die het kerkelijk recht me biedt."

Op 15 november 1996, op dezelfde dag als hij het vliegtuig naar Rome instapte, zou Pater Gruner beroep aantekenen tegen de beslissing van de Congregatie bij de apostolische Signatura. Zelfs de bureaucraten konden niets doen om de basisnorm van het kerkelijk recht te veranderen die zei dat een beroep de uitvoering van alle dreigende straffen verhinderde. Dus zou er geen schorsing uit het priesterschap en geen verplichting om terug te keren naar Avellino zijn. Toen hij aankwam in Rome om een toespraak te houden voor de Derde Fatima conferentie van het apostolaat, zou Pater Gruner, zoals altijd, een priester met een goede reputatie zijn.

En toen hij aankwam zou hij een document bij zich hebben dat net zoals de ongeoorloofde campagne tegen hem door de bureaucraten, geen precedenten kende, maar toch expliciet geautoriseerd was door de codex van het kerkelijk recht die Paus Johannes Paulus II zelf had uitgevaardigd. Dat document, samen met het beroep bij de Signatura, zou nieuwe complicaties opleveren voor het Eindspel en het verlengen op een manier die zijn tegenstanders nooit verwacht hadden.

*

18 November 1996. Rome. De Derde Fatima conferentie van het apostolaat begint. Recht tegenover het hotel aan de Piazza Euclide, waar de conferentie gehouden wordt, staat een indrukwekkende parochiekerk in de Grieks-Romeinse stijl. In haar gewelfde stenen gevel staat een Latijnse inscriptie: In Honorem Immaculati Cordis B.V. Mariae Reginae Pacis - "Ter ere van het Onbevlekte Hart van Maria, Koningin van de Vrede." Voor een conferentie getiteld "Wereldvrede en het Onbevlekte Hart van Maria", is deze inscriptie een van die tekenen van langs de weg van de Voorzienigheid die een vermoeide reiziger moed geven.

De vreemde belangstelling van de bureaucraten voor de Canadese priester en zijn Maria apostolaat had nu belachelijke proporties aangenomen. Tien maanden eerder hadden de Nuntiussen de dringende boodschap van Aartsbisschop Sepe aan elke bisschop van de wereld afgeleverd. Erin stond dat de conferentie "geen kerkelijke toestemming" had gekregen. Een week voor de conferentie begon, leverden de Nuntiussen alweer een prioritair bericht aan het wereldepiscopaat. Dit bericht was van de hand van Kardinaal Gantin, de Prefect van de Congregatie van de Geestelijken, die het volgende alarmerende nieuws verspreidde:

    "Pater Gruner heeft de Derde Internationale conferentie over 'Wereldvrede en het Onbevlekte hart van Maria' georganiseerd voor 18 tot 23 november 1996 in Rome; de conferentie heeft absoluut geen toestemming van een kerkelijke autoriteit."

De "letterlijk ware leugen" werd meer benadrukt in dit laatste communiqué: de conferentie heeft absoluut geen "toestemming van een kerkelijke autoriteit". Aangezien ze absoluut geen toestemming had, zou geen enkele bisschop naar Rome gaan om over de wereldvrede en het Onbevlekte hart van Maria te discussiëren. Maar aangezien er eigenlijk geen kerkelijke toestemming vereist was, waarom zouden de bisschoppen dan eigenlijk wegblijven? Waarom? Omwille van de "situatie" en de "activiteiten" van Pater Gruner, stelde het communiqué voor. Welke "situatie" en welke "activiteiten"?

De bureaucraten hadden al gezien wat er gebeurde met bisschoppen die de volledige boodschap van Fatima te horen krijgen: ze luisteren. En eenmaal ze luisteren, zijn ze geneigd om aanhangers te worden van het werk van het apostolaat, het bekend maken van de dringende aard van de volledige boodschap aan al de gelovigen. Ondanks de negatieve gevolgen van die boodschap voor het grote plan, vervat in de Vaticaan-Moskou overeenkomst, de ostpolitik en de Balamand verklaring.

Tijdens de conferentie in Fatima in 1992 hadden 60 bisschoppen er beleefd op aangedrongen dat de bisschop van Fatima zijn goedkeuring voor de conferentie gaf. Nadat Pater Gruner door boeven was aangevallen in de sacristie van het heiligdom van Fatima in opdracht van de rector, hadden twee prelaten die de conferentie bijwoonden, beloofd de Paus aan te spreken in verband met het ontslag van de bisschop van Fatima, die duidelijk de controle over het heiligdom was verloren. Drie maanden later werd de bisschop van Fatima op rust gesteld. Was het apostolaat met sympathie door de Paus aanhoord ?

Tijdens de Mexico conferentie in 1994 hadden de verzamelde bisschoppen 14 beschikkingen opgetekend en goedgekeurd die een waar charter vormen voor de bekendmaking van de volledige Fatima boodschap, waaronder de toewijding van Rusland en de onthulling van het derde geheim. De beschikkingen waren een verklaring van compromisloze katholieke strijdbaarheid in een tijdperk van kerkelijke toegevingen en overgaven. Deze 14 beschikkingen waren op 12 juli 1995 als een deel van de Open brief aan de Paus gepubliceerd in Rome. Was de heilige vader zich niet bewust geworden van de eensgezindheid van deze bisschoppen ?

Tegen de herfst van 1996 kon het niet aan de bureaucraten voorbijgegaan zijn dat de conferenties en activiteiten van het apostolaat de steun van ongeveer 1.200 bisschoppen, dat wil zeggen 30% van het totale episcopaat, hadden verworven voor de toewijding van Rusland. De conferentie in Rome kon niet op een legitieme manier verboden worden, omdat er niets doctrinair, kerkelijk of moreel onjuist aan was - de bureaucraten konden het tegendeel ook niet op een geloofwaardige manier beweren. Maar er zou niet getolereerd worden dat bisschoppen, priesters en leken een einde zouden maken aan de Vaticaan - Moskou overeenkomst, de ostpolitik en de Balamand verklaring, waarvan de bureaucraten blijkbaar vonden dat het betere beleidsregels waren dan de woorden van de Koningin van de Hemel. De Derde bisschoppenconferentie was dan ook een doorn in het oog van de bureaucratie : er zou weer over de volledige boodschap van Fatima gepraat worden. Met bisschoppen. Er moesten daarom alweer maatregelen genomen worden.

Zoals bij de Mexico conferentie was het nuntiale apparaat erin geslaagd om de uitreiking van visa aan de vele bisschoppen die naar Rome wilden komen, te blokkeren. Maar, zoals in Mexico, vermeden enkele vastberaden prelaten de diplomatieke beperkingen en kwamen naar de conferentie. Een van hen was Zijne Excellentie Benedict To Varpin, aartsbisschop van Madang, Papoea Nieuw-Guinea. Hij had de tocht gemaakt, ondanks een eindeloze reeks telefoontjes, faxen en brieven van de Nuntius die hem aanraadde niet te komen.204 Tijdens de rit van het Leonardo da Vinci Vliegveld naar de Piazza Euclide, legde Aartsbisschop To Varpin uit dat hij genoeg bloedbaden had gezien onder de strijdende partijen van zijn eigen eiland om in te zien dat de beloften van O.L.Vrouw onmogelijk vervuld waren. Hij was naar Rome gekomen om te weten te komen waarom. Gedurende de volgende dagen zou hij het antwoord leren kennen.

En zo kwamen ze een derde keer: bisschoppen, priesters en leken van over heel de wereld. Een bescheiden groep eigenlijk, maar groot genoeg om de mobilisatie van een wijdvertakt apparaat op gang te brengen tegen de bijeenkomst. Hoogst eigenaardig. Of toch misschien niet zo vreemd, wanneer men in gedachten houdt dat de lijst met de onderwerpen die door de sprekers op de conferentie zouden behandeld worden, eruit zag als een Index van Verboden Onderwerpen in de huidige Kerk:

    "Het hemels verzoek om de toewijding van Rusland aan het Onbevlekte Hart."
    "De boodschap van Fatima houdt een verplichting in voor de Kerk."
    "Het derde geheim van Fatima en de vervolging van de Kerk."
    "Heeft Rusland zich bekeerd ?"
    "De Wereld zoals die eruit zal zien onder het rijk van Maria."
    "Buiten de Kerk is er geen redding."
    "De samenzwering om O.L.Vrouw het zwijgen op te leggen."
    "Goddelijk ongeduld."
    "De vijf eerste zaterdagen."
    "Hoe de Hel vermijden en het Vagevuur verkorten"
    "Het nieuwe heidendom en globalisme versus de principes van een katholieke natie."
    "Eén Wereldkerk verwacht volgend jaar."
    "De perestrojka misleiding."

Over gans de wereld worden er tegenwoordig straffeloos conferenties, congressen en "workshops" georganiseerd, gewijd aan het ondermijnen van de katholieke Kerk en het verspreiden van hun fouten: vrouwelijke priesters, het einde van het priesterlijk celibaat, het "aanvaarden" van homoseksuele geestelijken, veranderingen in de leer omtrent huwelijk en voortplanting, het verheerlijken van de 'homofiele en lesbische gemeenschappen', de aanbidding van godinnen, Wicca, de verkiezing van de Paus door het volk, het gebruik van vragenlijsten en petities om de katholieke doctrine te bepalen - de ketterijen en absurditeiten die vrijelijk behandeld en verspreid worden zijn ontelbaar.

Voor meer dan een, die deze week in november naar de Piazza Euclide gekomen was, suggereerde deze situatie zonder voorgaande in de Kerk een gedachten-experiment. Stel dat ze samengekomen waren, niet om over de boodschap van Fatima te praten, maar over een of andere ketterij. Wat zouden de nuntiussen van de wereld gedaan hebben om hen tegen te houden ? De resultaten van het experiment waren er bijna ogenblikkelijk: Wel, de nuntiussen zouden niets gedaan hebben. Want er zouden geen communiqués van de Vaticaanse Congregaties geweest zijn om aan iedere bisschop in de wereld af te leveren; ook zouden de nuntiussen niet het bevel gekregen hebben zich bezig te houden met de zware opdracht reisvisa te weigeren aan de nakomelingen van de apostelen. De slaap van de bureaucraten geconfronteerd met kerkelijke chaos zou niet verstoord geweest zijn.

Sinds 1965 is er door het Vaticaan welgeteld één katholiek geëxcommuniceerd geweest wegens ketterij: een obscure en lachwekkend onhandige "theoloog" uit Sri Lanka. De subtiele ketters, die de ware bedreiging voor het geloof inhouden, blijven verbonden aan de seminaries en universiteiten doorheen de Kerk. Ondertussen kan men in een boekenwinkel een paar passen verwijderd van het Vaticaan, theologische teksten kopen die stellingen propageren die ooit veroordeeld werden. Vererende massa's wuiven naar de Paus in zijn pausmobiel, maar wanneer ze naar huis gaan negeren ze zijn leer over contraceptie, scheidingen en hertrouwen. De interviewers die de fans van de Paus interviewen nadat de openluchtmis in het voetbalstadion gedaan is, ondervinden dat de meesten onder hen "het niet eens zijn" met de Paus over nog andere geloofszaken.

In de 32 jaren sinds de bronzen deuren dichtgingen en het einde van Vaticaan II aankondigden, is het geluid van de afwijkende meningen, die verkondigd werden door geestelijken en leken steeds luider geworden; een constante "ruis" zoals bij sneeuw op de televisie bij het einde van de uitzendingen. Zoals iedereen die bij dat achtergrondgeluid al in slaap is gevallen, kan bevestigen, is het een heel sussend geluid om bij te slapen. Vandaag lijkt het erop dat alleen een bijeenkomst van fanatieke orthodoxen een geluid kan maken dat de ruis kan overstemmen en een bureaucraat of twee kan wakker maken in het Vaticaan. Want een fanatieke orthodox neemt geen vrede met het feit dat men de crisis in de Kerk alleen maar toeschrijft aan de erfzonde. Degenen die hun Kerk liefhebben met een vurige liefde zijn geneigd vragen te stellen over wat er verkeerd is gegaan; en die vragen zullen hen steeds weer in de richting van Fatima brengen, en dan naar Rome.

De geestelijken en leken die samenkwamen op de Piazza Euclide waren dus gekomen om pijnlijke vragen te overpeinzen: Waarom was de Kerk afgezakt tot deze huidige chaos? Waarom waren de beloften van O.L.Vrouw, tachtig jaren nadat de Maagd aan de Cova da Iria was verschenen, niet vervuld? Waarom hadden gewijde bedienaars toegelaten dat niemand zich die beloften nog herinnerde, terwijl de wereld ten prooi viel aan een steeds verder uitbreidende holocaust van de ongeborenen en een gewelddadige vernietiging van volkeren die de kerk niet lijkt te kunnen tegenhouden - hoe veel pauselijke bezoeken er aan de conflictgebieden ook worden gebracht.

Er was nog een andere reden voor de komst van deze katholieken naar Rome; een zaak die misschien nog het meest opschudding veroorzaakte onder de bureaucraten die de bijeenkomst hadden proberen tegenhouden:

Zo'n veertig jaar geleden hield de hulpbisschop van Fatima een verzegelde enveloppe tegen het licht om het geschrift erin te kunnen onderscheiden. Hij telde 24 met de hand geschreven lijnen op een stuk papier die hij niet kon lezen: het derde geheim van Fatima. Die 24 lijnen waren door Zuster Lucia neergeschreven na maanden van angst om hen aan het papier toe te vertrouwen. Pas na 2 januari 1944, toen de Maagd haar weer bezocht om haar te vertellen dat het de wil van de Hemel was, kon Zuster Lucia het geheim eindelijk opschrijven en het in een verzegelde enveloppe aan de bisschop van Fatima geven.

Het derde geheim zou niet later dan 1960 aan de wereld onthuld moeten geweest zijn. Zuster Lucia had uitgelegd dat tegen die tijd de betekenis van het geheim "duidelijker zou zijn". Het geheim werd in april 1957 verzegeld aan het Vaticaan geleverd, en de gelovigen van de wereld wachtten. In februari 1960 veroorzaakte Paus Johannes XXIII, nadat hij het geheim gelezen had, wereldwijde ontzetting door in een anoniem persbericht, waar niemand de verantwoordelijkheid voor opnam, aan te kondigen dat het geheim dat jaar niet, en misschien wel nooit, zou onthuld worden. Paus Johannes Paulus II en Kardinaal Ratzinger hebben sindsdien het geheim gelezen, samen met andere huidige leden van de hiërarchie, maar geen van hen heeft de inhoud ervan prijsgegeven.

Degenen die het geheim gelezen hebben, vertelden ons, beurtelings dat het niet sensationeel is, en dat het wel sensationeel is; dat het niet apocalyptisch is, en dat het bevat wat al in het Boek van de Apocalyps onthuld werd; dat het geen wereldcatastrofe voorspelt, en dat het de plotse dood van miljoenen levens voorspelt. Het enige wat ons niet verteld werd - zoals bij elke andere waarschuwing van Maria van deze eeuw, hoe gruwelijk dan ook - is hoe het derde geheim eigenlijk luidt.

Er wordt vaak door katholieken opgemerkt dat het in de wereld ernstig begon mis te gaan vanaf 1960. Het is dat jaar dat bij het terugblikken de grens lijkt aan te duiden waarna de uitgeputte overblijfselen van het christendom hun overgebleven kracht om het kwaad te bestrijden verloren, en waarna alles wat ervoor ondenkbaar leek, gewoon werd. Het jaar ervoor had Paus Johannes zijn concilie bijeengeroepen met de belofte dat ze de toetreding van de Kerk tot "de moderne wereld" zou inluiden. Hij illustreerde zijn bedoelingen tijdens en beroemd incident: een journalist had gevraagd wat Zijne Heiligheid hoopte te bereiken op het concilie, waarop de Paus de kamer doorkruiste en een venster open gooide. Ja, die muffe oude katholieke Kerk had wat frisse lucht nodig.

Op 30 juni 1972, dertien jaar nadat Paus Johannes zijn venster opende, zou Paus Paulus VI klagen dat "van hier of daar de rook van Satan de Kerk was binnen gedrongen."205 Paus Paulus VI had ook het derde geheim gelezen. Er werd gezegd dat hij stierf in een haren hemd, huilend over het feit dat er een abortuskliniek in Rome was gebouwd. Zoals de anderen die het geheim gelezen hebben, zou Paus Paulus VI de inhoud ervan niet onthullen. Maar wie kon er betwijfelen dat zijn angstaanjagende en unieke opmerking over de staat van de Kerk iets weerspiegelde van de 24 lijnen die Zuster Lucia had geschreven. Zuster Lucia had gezegd dat de betekenis van het geheim duidelijker zou worden in 1960. Vele katholieken die de conferentie bijwoonden, en miljoenen over heel de wereld, hadden sinds lang vermoedens gekoesterd omtrent de reden hiervoor: Omdat het geheim een debâcle zonder voorgaande voorspelde dat rond dat jaar zou beginnen.

In de decennia voor het concilie had een reeks Pausen ons gewaarschuwd voor de toekomstige klippen die de boot van Petrus bedreigden. Na 1960 zou elk van deze waarschuwingen vergeten worden:

  • In zijn encycliek Quanta Cura en zijn Syllabus van de vergissingen van de moderne wereld had Pius IX de moderne gedachte veroordeeld van "vrijheid van Godsdienst" als basisrecht voor elke mens en essentieel voor een rechtvaardige maatschappij. Na het concilie zou deze gedachte juist gesteund worden door een groot deel van de Vaticaanse hiërarchie.


  • In Pascendi veroordeelde Pius X het modernisme als "de synthese van alle ketterijen", en hij schreef de "Eed tegen Modernisme" voor aan al de priesters en theologen. Na het concilie verdween deze Eed en namen modernisten sleutelposities in binnen de Kerk.


  • In Mortalium animos veroordeelde Pius XI de onervaren "oecumenische beweging" als een bedreiging voor de eigenste fundamenten van het katholieke geloof, hij verbood elke katholieke deelname eraan. Na het concilie zouden vele Vaticaanse bureaucraten de oecumenische beweging navolgen.


  • In Mediator Dei veroordeelde Pius XII de vernieuwers die de "verheven offer van de H.Mis" drastisch wilden herzien en in de volkstaal wilden voorlezen. Na het concilie werd de oude Latijnse liturgie van de Roomse ritus plots opgegeven ten gunste van een nieuwe ritus voor de H.Mis - volledig in de volkstaal.


  • In zijn Kerstboodschap van 1957 had Pius XII de constante leer van de Kerk herhaald dat de dialoog met het communisme onmogelijk is omdat het geen gemeenschappelijke taal deelt met het christendom, en hij herhaalde dat de straf voor een katholiek die voor de communistische partij stemde of er zich bij aansloot, de excommunicatie was. In 1962 onderhandelde Kardinaal Tisserant met de communistische prelaat Nikodim van de orthodoxe Kerk, een KGB agent, en sloot de Vaticaan-Moskou overeenkomst, waardoor hij beloofde dat het communisme op het Tweede Vaticaans Concilie niet veroordeeld zou worden. Nadat het concilie begon, suggereerde Paus Johannes XXIII in Pacem in Terris dat men lid kon zijn van de communistische beweging als een zich ontwikkelend historisch fenomeen, zonder echt veroordeelde principes aan te hangen.

Hoewel geen van deze koersveranderingen in het beleid van de Kerk direct het geloof compromitteerde of het dogma van de Pauselijke onfeilbaarheid ontkende, was toch het constante oordeel van zo vele Pausen over zo vele zaken nooit zo tegengesteld geweest. Elke ommekeer vond plaats rond 1960.

Als het derde geheim van Fatima inderdaad op de post-conciliaire periode slaat - op de vernietiging van de Roomse liturgie, de universele instorting van de kerkelijke discipline, de verspreiding van afvalligheid, het smelten van de oppositie van de Kerk tegen het communisme - dan zou de onthulling ervan niets minder betekenen dan een hemelse veroordeling van het beleid van de Kerk sinds Vaticaan II. Deze aanklacht zou juist de bureaucraten die de conferentie proberen verbieden in opspraak brengen. Het zou de architecten van de Vaticaan-Moskou overeenkomst, de ostpolitik en de Balamand Verklaring, die nog steeds in de gangen van het Vaticaan rondlopen, veroordelen. Degenen die door het geheim aangeklaagd zouden worden, doen natuurlijk alles wat ze kunnen om de bekendmaking ervan te verhinderen.

Hier ligt dan het kloppende hart van de constante oppositie van de bureaucraten tegen het werk van Pater Gruner; want er is niets anders aan deze milde priester dat de mobilisatie van zoveel krachten tegen hem zou kunnen verklaren. De hoofdzaak is deze: De crisis in de Kerk bekijken vanuit het oogpunt van Fatima betekent onvermijdelijk het besef dat de crisis te wijten is aan de bovenste hiërarchie.206 Wanneer je in de Cova da Iria staat en naar het Rome van 1996 kijkt, begrijp je dat de waarschuwing van Pius XII, uitgesproken aan de rand van de grens van 1960, een ware voorspelling was:

    "De boodschappen van de Heilige Maagd aan Lucia baren me zorgen...Er zal een dag komen dat de beschaafde wereld haar God zal ontkennen, wanneer de Kerk zal twijfelen zoals Petrus twijfelde. Zij zal in de verleiding komen te denken dat de mens God is geworden."207

20 November 1996. De Paulus VI audiëntiezaal. Als men langs de Via Aurelia wandelt, langs de zuidelijke muur van Vaticaanstad, zal men iets verbazingwekkend zien uitsteken juist boven de muur: een gigantische betonnen schelp met een schuin daksilhouet en in de wand ervan een groot ovaal venster, een moderne schelp met betonnen ribbels die uitwaaieren naar de rand. Je zult Paulus VI audiëntiezaal van Nervi bereikt hebben, een Vaticaans eerbetoon aan dat grote tijdperk van architecturale vernieuwing: de jaren '60.

De deelnemers aan de conferentie zouden op deze dag naar de audiëntiezaal gaan om hun Paus te zien. Eenmaal binnen zouden ze ontzet zijn, want de zaal is inderdaad ontzettend. De gigantische, steriele ruimte loopt naar beneden in de richting van het podium waarop de plaatsvervanger van Christus verschijnt voor de algemene audiëntie op woensdag. De bewaarder van de sleutels tot het koninkrijk van de Hemel zal opkijken naar de bezoekers, terwijl zij naar hem neerkijken. De enorme vlakke, betonnen vloer staat vol met duizenden stalen krukjes als paddestoelen. Onder elk stoeltje zit iets merkwaardigs: een metalen afvoergat. Wordt de Pauselijke audiëntiezaal schoon gespoten?

Nadat deze zaal afgewerkt was in 1971 zouden pauselijke audiënties niet langer plaatsvinden in de Sint Pietersbasiliek. De audiëntiezaal van de plaatsvervanger van Christus in dit post-conciliaire tijdperk draagt geen enkel teken van het katholieke geloof. Het is een spaarzaam gemeubelde woonkamer voor een conversatie met de wereld, ontworpen om een niet-katholieke bezoeker noch te beledigen, noch te overweldigen.

En dan is er "het ding". Aan de achterkant van het enorme podium van de audiëntiezaal, de hele breedte ervan omspannend, rust een massa gedraaide metalen staken, die lijken op een gigantische doornstruik; en in het midden van de doornstruik, de enorme figuur van een uitgemergelde man, de ledematen en de borstkas grotesk verdund, het haar samengebonden met een golvend touw dat naar de linkerkant waait, alsof de figuur naar links gezogen wordt. "Het ding" is verschrikkelijk. "Het ding" is Pericle Fazzinis "Verrijzenis van Christus."

Weldra zal de Paus van rechts het podium beklimmen, voor deze pijnlijke monstruositeit gaan zitten en zijn wekelijkse audiëntietoespraak houden. Maar eerst zullen de prelaten die de Paus komen bezoeken, een plaats op het podium toegewezen worden. Onder hen zijn er twee die de conferentie bijwonen, Aartsbisschop To Varpin en Bisschop José Alfonso Ribeiro.

De Paus arriveert op het podium, en het is duidelijk dat de Heilige Vader verschrikkelijk ziek is. Hij sleept zijn voeten als hij loopt, en zijn lichaamshouding is erg gebogen. Zijn gezicht draagt geen uitdrukking. Zijn ledematen lijken zo stijf dat hij zich in de Pauselijke stoel achterover moet laten vallen. Zijn linkerhand schudt oncontroleerbaar, en zijn spraak is onduidelijk. Men kan de woorden van zijn toespraak nauwelijks verstaan. Het Vaticaan is ermee gestopt te ontkennen dat de Paus de ziekte van Parkinson heeft, en de medische standaardbeschrijving van de ontwikkeling van de ziekte is een beschrijving van de man op het podium:

    De ziekte begint met het beven van een hand met een frequentie van 4 tot 8 Hz. Het beven is het ergst in rust... De handen, armen en benen worden meestal het ergst aangetast, in die volgorde. De stijfheid verergert, men wordt traag en kan moeilijk bewegen...Het gezicht wordt maskerachtig, de mond blijft open hangen en er wordt minder met de ogen geknipperd...De lichaamshouding wordt gebogen...Patiënten vinden het moeilijk om te beginnen lopen; de pas wordt, schuivend met de voeten, met korte stapjes, en de armen worden dicht bij het bovenlichaam gehouden en zwaaien niet meer mee met de passen... [Merck Manual, 16de editie, pagina 1496]

Doorheen 1996 bewoog de Paus zich tijdens zijn toespraken meer en meer naar een onfeilbare verkondiging van Maria als Middelares van alle genaden en Medeverlosseres. Tijdens de audiënties had de Heilige Vader in toespraak na toespraak de deugden van Maria uitgelegd, alsof hij de gelovigen wou voorbereiden op een definitieve uitspraak omtrent Haar rol in de redding. De voorbereiding zou inderdaad grondig moeten zijn, want de onfeilbare afkondiging van dit Maria dogma zou een storm van protest kunnen opwekken bij de krachten van het wereld-oecumenisme, vergeleken waarbij het wereldwijde protest op Humanae Vitae pauselijke trouw leek.

Als de Paus zou verklaren dat Maria Middelares en Medeverlosseres is, zou hij de wereld eraan herinneren dat de katholieke Kerk essentieel , en niet slechts uitwendig, verschilt van alle andere organisaties in de wereld die zich een kerk noemen. Geen menselijke instelling kon zich zo'n cultureel gezien tegendraadse houding veroorloven. Ironisch genoeg zou hij hierdoor ook de "oecumenische onderneming" waaraan hij zijn pontificaat had verbonden, tot stilstand brengen.

Maar zo'n verrassingen zijn niet ongewoon in de geschiedenis van de Kerk, als we denken aan de invloed van de Heilige Geest op haar weg. De wereld was verrast en woedend toen Paus Paulus VI, tegen zijn eigen adviseurs in, de constante leer van het leergezag bevestigde tegen contraceptie. Eenzelfde woede viel Pius IX's Syllabus of Errors te beurt. De eens zo liberale Paus schreef deze encycliek nadat hij in 1848 door Mazzini's vrijmetselaarsleger uit het Quirinaal paleis werd verdreven en vermomd voor zijn leven moest vluchten nadat zijn persoonlijke secretaris doodgeschoten werd. Door zo'n verrassingen leidt de Heilige Geest de Kerk in tijden van crisis.

Er zijn ongetwijfeld bureaucraten in het gevolg van adviseurs van de Paus die tegen dit Mariale dogma zijn : "Heilige Vader, het zou niet opportuun zijn. De gevolgen voor het oecumenisme zouden desastreus zijn. We raden U aan te wachten, Heilige Vader." Velen onder hen die de conferentie bijwoonden, waaronder Pater Gruner zelf, konden zich goed voorstellen hoe hetzelfde advies door dezelfde adviseurs werd gegeven in verband met de collegiale toewijding van Rusland. Op 18 mei 1936 vertelde Zuster Lucia aan Pater José Bernardo Gonçalves, S.J., haar spirituele raadgever, over een intiem gesprek dat ze had gehad met de Heer en waarin Hij zei : "Bid veel voor de Heilige Vader. Hij zal het (de collegiale toewijding van Rusland) doen, maar het zal laat zijn." Op 20 november 1996 was het in de Paulus VI audiëntiezaal al erg laat, maar nog niet te laat.

Als de Paus dit dogma onfeilbaar zou afkondigen, zou hij zeker vele overwinningen van de post-conciliaire revolutionairen ongedaan maken. Maar als hij ook zou aandringen op de toewijding van Rusland, zou hij de revolutie volledig ongedaan maken en het Rijk van Maria inleiden, zoals Zij beloofd had in Fatima met het gezag van Haar Goddelijke Zoon. Hij zou een einde stellen aan de donkere tijden die voorspeld waren door Pius XII en waarschijnlijk ook door het derde geheim; de tijden waarin "de Kerk zou twijfelen zoals Petrus getwijfeld had." De toewijding van Rusland was het doel van hen die voor de Derde Fatima conferentie bijeen waren gekomen in Rome; dat was hun gebed voor een ziekelijke Paus.

De Pauselijke audiëntie naderde haar einde, terwijl verschillende groepen mensen, waaronder enkele Texaanse Doopsgezinden, recht sprongen en zwaaiden, zongen, of riepen toen hun namen werden voorgelezen van een lijst met de aanwezigen. In een tijdperk waarin de Paus als een beroemdheid wordt gezien, eerder dan de gezalfde plaatsvervanger van de Koning van het heelal, waren Pauselijke audiënties op sportmanifestaties gaan lijken. Maar ja, wat zou men verwachten in een plaats die meer op een sportstadion leek dan wat anders ?

Terwijl de audiëntie afgesloten werd gebeurde er echter iets dat de supporters even herinnerde aan de oude eenheid in de lofprijzing van God, die vernietigd was door de post-conciliaire "hervormingen" : het Onze Vader werd gebeden in het Latijn. Velen in de massa herinnerden het zich nog, en de majestueuze woorden stegen op in de zaal en naar de Hemel : adveniat regnum tuum: fiat voluntas tua, sicut in caelo, et in terra.208 Er zou geen Weesgegroet zijn, om de protestanten in het publiek niet te beledigen, maar op dat moment was er katholieke eredienst in eenheid van geloof. Velen voelden ook een gevoel van verlies voor wat omvergeworpen en verbrijzeld was door de gewelddadige winden die door het open venster van Paus Johannes' de Kerk binnen waaiden.

De leden van de conferentie waren gekomen om hun Paus te zien, maar ze waren ook gekomen om iets anders te doen. Ze waren gekomen om een Godsgegeven recht op te eisen, onfeilbaar vastgelegd door twee oecumenische concilies : het recht van de gelovigen de Paus te vragen om de behandeling van gerechtvaardigde klachten tegen de Kerk.

Aan het einde van de audiëntie passeerde een rij van prelaten en minder-validen voorbij de Paus om zijn persoonlijke groet te ontvangen. Toen Aartsbisschop To Varpin en Bisschop Ribeiro de Paus bereikten, gaven ze hem een document. Een vergezellend document werd aan de Paus gegeven door Joseph Cain, een werknemer van het apostolaat, die de rolstoel van Ed Reczak voortduwde, een minder-valide leek die de conferentie bijwoonde.

Het document dat de Paus juist ontving, was specifiek geautoriseerd door Canons 1389 en 1405 van de codex van het kerkelijk recht van 1983, uitgevaardigd door Johannes Paulus II zelf. Het document was een libellus, een kerkelijk rechtsgeding. De gedaagden waren Kardinaal Sanchez, Aartsbisschop Sepe en al degenen die met hen hadden samengewerkt in de poging tot vernietiging van Pater Nicholas Gruner en het apostolaat. De aanklagers waren Pater Gruner en verschillende lekendirecteurs van het apostolaat, die hun leven hadden opgeofferd aan de werking ervan.

De libellus zette gedetailleerd de bewijzen uiteen van wat Canon 1389, uitgevaardigd door de Paus, moest bestraffen: het misbruik van kerkelijke macht door hooggeplaatste prelaten in de Kerk. Het illustreerde de uitwerking van Het Plan, de unieke bemoeienissen met de rechten en bevoegdheden van de welwillende bisschoppen die Pater Gruner hadden willen incardineren of de Fatima conferentie hadden willen bijwonen; de uitzinnige pogingen om een Mariale priester en zijn apostolaat van trouwe geestelijken en leken, die niets misdaan hadden, uit heel de Kerk te verbannen. En uiteindelijk pleitte de libellus ervoor dat de daden ophielden van degenen die hun kerkelijke macht misbruikten om die priester en dat apostolaat te vernietigen terwijl ketterijen en schandalen de Kerk in hun macht hadden.

Onder Canon 1405 was deze zaak de exclusieve bevoegdheid van de Roomse Paus. Alleen Johannes Paulus II kon erover beslissen. En nu had de Paus het document ontvangen uit de handen van een aartsbisschop, een bisschop en een nederige jongeman die een rolstoel voortduwde. De zaak werd door de Heilige Stoel behandeld; er konden geen bevooroordeelde rechters meer oordelen over hun eigen ongeoorloofde daden. De Paus zou de rechter zijn - de rechter der rechters van de Kerk. In de letterlijke betekenis waren de jagers nu de opgejaagden geworden.

Voor de Paus de libellus ontving, had Pater Gruner een kopie ervan voorgelegd aan een befaamde Monseigneur die in Rome verbleef, een heilige geestelijke met veel kennis die een schuilplaats had gevonden voor de post-conciliaire storm. De Monseigneur was betrokken geweest bij het opmaken van Canon 1405. Terwijl hij de libellus las, lachte hij. Ja, het was voor het herstel van dit soort klachten dat Canon 1405 geschreven was, bevestigde hij. Pater Gruner had het goed begrepen en was juist tewerk gegaan.

*

Na drie dagen zou de Fatima conferentie eindigen met een zegen van de aanwezige bisschoppen. Kopieën van het beeld van de pelgrimerende Maagd zouden uitgedeeld worden en de Memorare werden opgezegd. De deelnemers van de conferentie zouden terugkeren naar hun huizen en bisdommen de wereld rond, hun toewijding aan de verspreiding van de boodschap van Fatima vernieuwd. De boodschap zou niet met hen sterven.

Pater Gruner zou twee maal in de zes volgende maanden naar Rome terugkeren om er kerkelijke advocaten te zoeken die niet bevreesd waren hem te assisteren in de strijd tegen Het Plan. Verschillende advocaten hadden interesse getoond, maar hadden zich haastig teruggetrokken nadat ze met bepaalde bureaucraten van de Vaticaanse rechtbanken overlegd hadden. Pater Gruner zou de tussenkomst van de H. Antonius van Padua vragen. De gereputeerde advocaat van de apostolische Signatura die uiteindelijk zijn zaak zou aanvaarden, is een professor aan een universiteit - de Universiteit van Padua. Nog een teken langs de weg van de Voorzienigheid dat de vermoeide reiziger troost biedt.

Voor Pater Gruner naar Canada terugkeerde om het resultaat van het eindspel af te wachten, had hij nog een andere verrassing in petto voor zijn tegenstanders. Hij had de zogenaamde "rokende revolver" gevonden. Het burgerlijk proces in Canada had in de dossiers van de aartsbisschop van Toronto een hoogst interessante brief gevonden. Hij was van 27 oktober 1989 van Kardinaal Agustoni, de Prefect van de apostolische Signatura, die in 1989 Secretaris van de Congregatie voor de Geestelijken was. De brief was gericht aan de bisschop van Avellino en was volledig in het Italiaans geschreven. Hij gaf de bisschop van Avellino in het geheim de opdracht Pater Gruners toestemming om buiten het bisdom te wonen in te trekken, hem terug te roepen naar Avellino, met schorsing te dreigen en, indien nodig om hem het zwijgen op te leggen, hem te ontslaan tot leek. De brief waarschuwde dat de bisschop moest handelen alsof dit alles zijn idee en niet dat van de kardinaal was. De rechter die op het punt stond om over Pater Gruners zaak te beslissen in de apostolische Signatura, was de drijvende kracht achter Het Plan.

De codex van het kerkelijk recht vereist dat elk verzoek voor de wraking van een kardinaal bij het oordelen over een zaak in een kerkelijke rechtbank, direct aan de Paus moet gericht zijn.209 Pater Gruner zou dan ook vanuit een postkantoor in Rome een kopie van de brief van Kardinaal Agustoni van 1989 aan de Paus opsturen, en Zijne Heiligheid vragen om de kardinaal van zijn zaak te verwijderen. De stank was zo erg geworden dat zelfs de bureaucraten zich er niet meer voor konden verbergen. Enkele dagen later werd aangekondigd dat Kardinaal Agustoni afgetreden was, het was meteen de eerste keer in de geschiedenis van de apostolische Signatura dat haar Kardinaal Prefect gewraakt was. Alweer een unieke gebeurtenis in de unieke zaak van Pater Gruner.

De Signatura, zonder Kardinaal Agustoni, zouden nu over de twee beroepen die Pater Gruner bij hen had aangetekend, beslissen: het eerste was een beroep tegen het origineel decreet van de Signatura dat het bevel tot terugkeer naar Avellino van 1994 bevestigde. Dit decreet had Pater Gruner trouwens eindelijk ontvangen. Het tweede was een beroep tegen het bevel tot terugkeer naar Avellino van 1996, dat simpelweg de incardinatie van Pater Gruner door de aartsbisschop van Hyderabad negeerde. En dan was er nog het kerkelijke rechtsgeding dat voor de Paus kwam. Het Eindspel was veel ingewikkelder geworden dan de tegenstanders verwacht hadden. Men kon hopen dat O.L.Vrouw van Fatima glimlachend neerkeek op het schaakbord.

Pater Gruner had alles gedaan wat menselijk en binnen het kerkelijk recht mogelijk was. Hij kon nu naar huis gaan. Om te wachten. Om te werken. En vooral, om te bidden.


Terug naar de hoofdpagina

Copyright 1996 - 2013 The Fatima Network