Hoofdstuk 12

Het incardinatiespel

In zijn openingstoespraak van het Tweede Vaticaans Concilie kondigde Paus Johannes XXIII aan dat met de komst van het Concilie de Kerk zou stoppen Haar traditionele remedie tegen ketterij, de banvloek, uit te spreken, omdat Zij vandaag verkiest gebruik te maken van het medicijn van de genade, eerder dan van de wapens van strengheid." 151Vanaf nu zou de Kerk haar doctrines alleen maar uitleggen in een vriendelijke conversatie met de wereld, om zo "de waarde van Haar leer aan te tonen in plaats van ... veroordelingen uit te spreken."

Deze nieuwe benadering van fouten kon gezien worden als een impliciete kritiek op de 259 voorgangers van Paus Johannes op de Stoel van Petrus. In ieder geval legde Zijne Heiligheid niet uit in zijn toespraak zonder voorgaande hoe het een daad van genade kon zijn om te vermijden fouten te veroordelen die zielen in de eeuwige hel zouden terechtbrengen.

Zo begon officieel het verbazingwekkende proces waardoor de Heilige katholieke Kerk bijna op een nacht bekeerd zou worden van een ondoordringbare burcht tegen dwalingen tot een hospitaal voor de doctrinair zieken, die al gauw in rijen zouden staan aanschuiven voor hun dagelijkse dosis van het nieuwe medicijn van genade, dat verstrekt wordt ingepakt in een snoepje van "dialoog".

Een paar jaar na het beëindigen van het Concilie zou de Kerk haar "wapens van strengheid" neerleggen: de lijst van verboden boeken werd afgeschaft, samen met de eed tegen modernisme die door Paus Pius X was voorgeschreven. Verdwenen waren de waakzaamheidsraden die op bevel van die heilige Paus in elk bisdom waren opgericht zoals hij in zijn monumentale encycliek tegen de modernisten, Pascendi, voorschreef.

Sterker en stoutmoediger geworden door de amnestie van Paus Johannes, zouden de hooggeplaatste ketters die verbannen waren uit seminaries en kanselarijen door Pius X's Pascendi in triomf terugkeren, zoals verloren zonen die geen berouw toonden. Sommigen waren zelfs al teruggekeerd in hun nieuwe statuut van periti - experts! - in Vaticaan II. De ketterijen of bijna-ketterijen van gisteren zouden de "theologische problemen" van vandaag worden, terwijl de duidelijke voorstellingen van het verleden vlug zouden ontaarden in het eindeloos gepalaver van die modernisten over wie de H.Pius X in Pascendi had geschreven:

    "Ze bogen hun hoofden voor een moment, maar hieven ze snel, en arroganter dan ooit, weer op."152

Deze keer zou echter het hoofd van het modernisme weer opgeheven worden met de officiële toestemming van veel van de hoogste autoriteiten in de Kerk.

Het herlevende modernisme dat er het resultaat van was, en door Pius X nog veroordeeld werd als "de synthese van alle ketterijen", zou de revolte van Hendrik VIII doen verbleken tot een katholieke restauratie, aangezien de eeuwenoude liturgie, de opleiding van priesters en de catechese van de Kerk terzijde geschoven werden door een neo-modernistisch debâcle van onvoorstelbare grootte. De tolerantie tegenover dwalingen zou snel leiden tot de vervolging van de Waarheid door die neo-modernisten die invloed verwierven in de hiërarchie. Het strikt opvolgen van de Traditie zou de enige veroordeelde doctrine worden.

Ja, de basis van het geloof zou doorheen dit alles intact blijven, zoals de Heer beloofd had; maar enkel een zeer nauwgezette traditiegetrouwe student zou ertoe in staat zijn ze te vinden te midden de regerende wanorde. Voor de rest van de gelovigen bleef er alleen het gegeven over van de dagelijkse ervaring, in het licht waarvan het moeilijk zou blijken om de thesis dat de katholieke Kerk in substantiële zaken veranderd was, te weerleggen aan de gemiddelde katholiek op de bank. Niemand minder dan Kardinaal Ratzinger zelf zou jaren later verplicht zijn toe te geven dat het verlies van geloofwaardigheid het voor velen onmogelijk maakte om het geloof te vinden.

    "Maar als in de liturgie noch de geloofsgemeenschap, noch de universele eenheid van de Kerk en haar geschiedenis, noch het mysterie van de levende Christus nog voorkomen, waar is het dan nog dat de Kerk nog in haar spirituele substantie verschijnt ?"153

Hoe zou het mogelijk zijn Pater Gruner het zwijgen op te leggen in een Kerk die niet langer wenst te veroordelen, maar zich enkel wilt uitleggen aan de wereld ? Dat hij moest zwijgen stond al lang vast; zijn leer en preken van de onverdunde boodschap van Fatima irriteerde reeds te lang de uitvoerders van de ostpolitik en het nieuwe oecumenisme in het Vaticaan.

De milde priester uit Canada verpeste het globale feest door steeds maar weer in zijn hinderlijk tijdschrift aan te stippen dat de Paus niet de mascotte van een Nieuwe Wereldorde van oecumenische broederschap was, maar de plaatsvervanger van Christus, gemachtigd door de Almachtige God om het Koningschap van Christus door het Rijk van Maria te doen ontstaan, en daardoor het einde van alle ketterij te verwezenlijken door de middelen die Zij had onthuld in Fatima:

    "Uiteindelijk zal mijn Onbevlekt Hart triomferen. De Heilige Vader zal Rusland aan Mij toewijden. Rusland zal bekeerd worden en een periode van wereldvrede zal de mensheid toegestaan worden ... Als Mijn verzoeken ingewilligd worden zullen vele zielen gered worden en zal er vrede zijn."

Zo'n verouderd triomfalisme was een doorn in het oog van het nieuwe post-conciliaire landschap van religieuze vrijheid en wereld oecumenisme. Wie kon er nog serieus spreken over het Koningschap van Christus en het Rijk van Maria in een tijd waarin het Vaticaan kardinalen uitstuurde om de gala-opening van de eerste moskee in Rome bij te wonen ?154

Maar op welke basis kon men deze bemoeizieke priester doen zwijgen ? Na bijna 20 jaar van apostolisch werk, had geen enkele kerkelijke autoriteit zelfs nog maar gesuggereerd dat Pater Gruner iets geloofde of preekte dat in tegenstelling stond tot het geloof en de moraal, laat staan dat hij schuldig was geweest aan immoraliteiten. Het was zeker geen misdrijf in het kerkelijk recht om te doen wat de katholieken altijd al gedaan hadden en te geloven wat ze altijd al geloofd hadden. Wat het apostolaat betreft, bestond er geen twijfel over dat onder de Codex van het kerkelijk recht van 1983, goedgekeurd door Paus Johannes Paulus II zelf, haar activiteiten volledig toegelaten waren, en zelfs aangemoedigd werden. Het apostolaat had geen enkele officiële "kerkelijke toestemming" nodig die nu handig ingetrokken kon worden.155

Bovendien zou elke poging om Pater Gruner en zijn Maria apostolaat het zwijgen op te leggen omwille van doctrinaire redenen de bureaucraten belachelijk maken - ze zouden hun bella figura verliezen, nu dat de Kerk grondig besmet was met openlijk ketterse priesters en leken en hun talloze anderslerende verenigingen, allemaal straffeloos aan het werk onder dezelfde Codex van het kerkelijk recht. Wat erger is, ze zouden iets moeten bewijzen in een procedure volgens het kerkelijk recht, met getuigen en documenten, met recht op verdediging voor Pater Gruner.

Neen, dat zou niet volstaan. Toch leek er een schijnbaar onweerlegbare strategie ter beschikking van de bureaucraten te staan. Ze zouden deze kans grijpen: ze zouden de zogenaamde "administratieve wet" van de Kerk inroepen. Deze regelt het statuut van priesters door "buitengewone" administratieve "besluiten" van bisschoppen in verband met de woonplaats van priesters, welke taken hij mag uitoefenen in een bepaald bisdom, en welke "kerkelijke zending" hem wordt toegewezen. In Pater Gruners geval zou de uitbarstende administratieve strijd rond een woord draaien: incardinatie.

Canon 265 van de Codex van het kerkelijk recht uit 1983 voorziet dat:

"Elke geestelijke geïncardineerd moet zijn in een bepaalde Kerk [de post-Vaticaan II term voor bisdom] ... niet verbonden geestelijken mogen onder geen enkele omstandigheid toegelaten worden."

"Incardinatie" is een woord dat afgeleid is van het Latijn en letterlijk betekent: aan iets vastgehaakt of bevestigd zijn. Zoals het kerkelijk recht zegt, iedere priester moet "vastgehaakt" zijn aan een bisschop opdat er geen losse of "vagus" priesters in de Kerk zouden zijn.

Pater Gruner was natuurlijk nooit een "vagus" geweest. Zoals vele andere priesters in de huidige Kerk was hem de toestemming gegeven om buiten het bisdom van zijn incardinatie te leven en werken. In feite werd deze toestemming hem verleend onder de vorm van een bindend, schriftelijk decreet, getekend en verzegeld door de bisschop van Avellino. Zijn diensten waren niet vereist in het bisdom Avellino, waar hij geen parochiale opdracht of andere kerkelijke missie kon uitvoeren omdat hij de moeilijke lokale dialect niet sprak. Op die manier leidde Pater Gruner sinds 1978 het apostolaat in Canada met de schriftelijke toestemming om buiten het bisdom Avellino te verblijven. De toelating bleef met opzet zolang geldig totdat een nieuwe bisschop hem uitnodigde naar zijn bidom over te komen. Ten minste drie bisschoppen zouden zo'n uitnodiging verstrekken aan Pater Gruner, maar enkele Vaticaanse bureaucraten zouden die drie bisschoppen van goede wil niet in hun weg laten staan.

Voor Pater Gruner was een heel gewone en volledig legale overeenkomst met zijn bisschop zijn achillespees geworden. Het Plan om dit uit te buiten was vrij simpel: eerst zou men Pater Gruner bevelen om een andere bisschop te zoeken die hem wil incardineren; dan zouden de bureaucraten alle uitnodigingen van andere bisschoppen uit andere bisdommen blokkeren; dan zouden ze ervoor zorgen dat de bisschop van Avellino zijn toestemming om buiten het bisdom te leven, introk en Pater Gruner bevelen om terug te keren naar Avellino, omwille van het feit dat hij geen andere bisschop gevonden heeft.

Als Pater Gruner zich niet zou neerleggen bij de verbanning naar een vreemd bisdom, zou hij onderworpen worden aan de ultieme straffen: schorsing uit het priesterschap, gevolgd door uitwijzing naar de wereldlijke maatschappij156 - straffen waardoor zelfs gekke, ketterse priesters niet bedreigd worden in de huidige Kerk. De vernietiging van Pater Gruner kon zo volledig uitgevoerd worden in het rijk van "administratieve" decreten, zonder het minste bewijs van enige overtreding tegen het geloof of de moraal of enige mogelijkheid voor Pater Gruner om een verdediging voor te bereiden. Om zeker te spelen zou Het Plan de medewerking van de bisschop van Avellino vereisen, wiens zeggenschap over een priester van zijn eigen bisdom niet simpelweg opgeslorpt kon worden door het Vaticaan. Geen probleem: door het aanwenden van druk van bovenaf zou de bisschop snel toegeven en zich slap als een marionet te houden en de bureaucraten aan zijn touwtjes laten trekken. En hoewel zelfs een "administratief decreet" gegrond moet zijn en de natuurlijke rechten van de priester moet beschermen, zou er niemand over de schouders van de bureaucraten mee kijken om zich ervan te verzekeren dat zij juist handelden.

In feite had de eerste poging om Het Plan uit te voeren al plaatsgegrepen in mei 1989, toen Pater Gruner een brief ontving van de bisschop van Avellino, waarin die hem waarschuwde voor de "bezorgde signalen" die hij had opgevangen van het Vaticaan, de Staatssecretaris en de Congregatie van de Geestelijken157. Ook toen werd de bisschop al van op afstand gestuurd door de "signalen" van de bureaucraten van het Vaticaan. Signalen die op geheime golflengten werden uitgezonden en die Pater Gruner nooit zou kunnen opvangen. Kardinaal Innocenti zou snel iets dergelijks toegeven in zijn buitengewone "interventie" van juli 1989, waarin hij verwees naar het geheime "geval" van Gruner, dat "de Heilige Stoel serieuze zorgen baart." (Zie Hoofdstuk 9)

Tegen november 1989 had de bisschop de "bezorgde signalen" beantwoord door Pater Gruner in uit het Italiaans slecht vertaald Engels te schrijven: "Beslis ondertussen wat je gaat doen: of je haakt je vast (d.w.z. laat je incardineren) of je komt terug naar Avellino."158 Maar de bisschop leek niet helemaal achter Het Plan te staan; hij kon er zichzelf niet toe brengen de onrechtvaardige executie van zijn eigen priester uit te voeren.

In daaropvolgende ontmoetingen en correspondentie met Pater Gruner en zijn vriend Pater Paul Kramer, bevestigde de bisschop herhaaldelijk Pater Gruners recht om buiten het bisdom te verblijven terwijl hij een andere bisschop zocht.159 Tijdens een van deze ontmoetingen verklaarde de bisschop, juist voor hij een steak bakte voor zijn gasten uit Canada: "Pater Gruner, jou te schorsen zou een doodzonde zijn. Maar als het Vaticaan het me beveelt, zal ik het doen."160

Zover kwam het niet. In februari 1993 werd een nieuwe bisschop aangesteld in het bisdom van Avellino. Dit was pas een man die graag de marionet zou spelen. Dit werd bijna ogenblikkelijk duidelijk: in juli 1993 ontving Pater Gruner een geschreven uitnodiging voor incardinatie van de bisschop van het bisdom van Simla-Chandigarh, Indië, die maar al te graag Pater Gruner en het apostolaat in zijn bisdom wou sponsoren.161 Elke objectieve waarnemer zou denken dat Pater Gruners administratief probleem hiermee voorbij was: er was hem bevolen een andere bisschop te vinden, dus had hij er een gevonden. Arrivederci Avellino.

Maar de nieuwe bisschop van Avellino nam prompt de maatregel zonder precedent van het aanbod van incardinatie door te geven aan de Congregatie van de Geestelijken. Hij wachtte verschillende maanden vooraleer hij Pater Gruner verwittigde dat "het verzoek om incardinatie werd doorgegeven aan de Congregatie en voorlopig verkeer ik in een toestand waarin ik niet kan handelen. Ik wacht de instructies van Monseigneur Sepe af [de Secretaris van de Congregatie van de Geestelijken]."162

Met andere woorden, de nieuwe bisschop had zijn zeggenschap over een priester gewoonweg overgedragen aan een Secretaris van het Vaticaan die nu over Pater Gruner zou beslissen buiten de gewone kanalen van het kerkelijk recht.163 Terwijl Pater Gruner maanden wachtte op nieuws van de bisschop van Avellino, werd de bisschop van Simla-Chandigarh in zijn afgezonderd bisdom door de bureaucraten van het Vaticaan "geïnformeerd" over de "situatie" van Pater Gruner en het aanbod van incardinatie werd ingetrokken. Het Plan werkte gesmeerd.

Op 31 januari 1994 vaardigde de bisschop van Avellino, helemaal volgens Plan, een "administratief decreet" uit, waarin hij Pater Gruner beval terug te keren naar het bisdom van Avellino binnen 30 dagen, na een goedgekeurde afwezigheid van meer dan zestien jaar164. Er werd blijkbaar van Pater Gruner verwacht dat hij zijn levenswerk zou opgeven, zijn verblijfplaats zou sluiten en zijn persoonlijke zaken in wanorde zou achterlaten om onmiddellijk levenslange ballingschap in een vreemd bisdom binnen te gaan, een bisdom dat hem nooit gesteund had en zijn diensten niet had nodig gehad sinds 1976.

De voorgewende oorzaak van het decreet was natuurlijk Pater Gruners georkestreerde "falen" in het vinden van een ander bisdom voor incardinatie. Maar Pater Gruner had de bisschop van Avellino slechts 18 dagen eerder ontmoet om, onder andere, het aanbod van incardinatie van het bisdom van Simla-Chandigarh te bespreken. De bisschop gaf toen toe dat het aanbod geblokkeerd was door de bureaucraten. Hoe kon de bisschop dan enkele dagen later bewust een decreet uitvaardigen dat er van uitging dat Pater Gruner zelf "er niet in geslaagd" was een ander bisdom dat hem wou opnemen, te vinden ?

De bisschop leek in te zien dat hij zowel een vijgeblad nodig had om zijn gruwelijke oplichting te bedekken, als een excuus voor de kerkelijke "waarschuwing" die zijn decreet van 31 januari bevatte. Daarom refereerde hij ook aan niet specifieke "klachten" tegen Pater Gruner. Toch had de bisschop tijdens de ontmoeting van 18 dagen geleden toegegeven dat er geen klachten tegen Pater Gruner waren in zijn dossiers, dat Pater Gruner zeker een goed priester was en dat hij alleen geleid werd door druk vanuit het Vaticaan165. Hoe kon de bisschop dan nu bewust een decreet uitvaardigen dat er van uitging dat er "klachten" tegen Pater Gruner bestonden ?

En waar waren de bewijzen van deze "klachten" ? Het decreet vernoemde niets behalve een anonieme brief uit 1978 over een niet gespecificeerde klacht, niet van iemand met kerkelijke autoriteit, maar van iemand binnen het apostolaat zelf. De anonieme klacht beweerde blijkbaar dat Pater Gruner het apostolaat op een of andere manier schade toegebracht had. Schade toegebracht ? Sinds 1978 was het apostolaat onder leiding van Pater Gruner 50 keer zo groot geworden, van een kleine groep van een paar leken groeide het uit tot een van de grootste Fatima-apostolaten in de wereld.

Gedurende die 16 jaar had het apostolaat verschillende miljoenen boeken, magazines, pamfletten en verhandelingen over de boodschap van Fatima geproduceerd en verdeeld, had het duizenden uren uitgezonden op radio en televisie in Noord-Amerika, had het meer dan 20 mailings naar elke bisschop in de wereld gestuurd, waaronder 6 boeken, en had het een conferentie georganiseerd in Vaticaanstad zelf, en nog een andere conferentie in Fatima waarop het hele episcopaat van de wereld was uitgenodigd. Uit al deze jaren van leren en preken, uit het hele levenswerk van Pater Nicholas Gruner, kon de huidige bisschop van Avellino alleen maar een zestien jaar oude anonieme brief die niet-specifieke beschuldigingen bevatte, opdissen als "grond" voor het terugroepen naar Avellino!

Dit gebrek aan bewijs was een bron van schaamte voor Het Plan. Pater Gruner had het apostolaat de voorbije 16 jaar geleid zonder de minste tegenwerking van drie opeenvolgende bisschoppen van Avellino. Blijkbaar had Het Plan geen verjaringstermijn!

Het was duidelijk dat er heftig aan de touwtjes van de marionet getrokken werd, want Het Plan moest afgewerkt worden, en wel vlug ook. Aangezien het resultaat vaststond, deed de kwaliteit van de bewijzen er amper toe - om het even wat volstond, zelfs een zestien jaar oude klacht over niets specifieks. Vreemd genoeg zouden de bureaucraten bij het uitwerken van Het Plan nooit verwijzen naar Pater Gruners leer en preken over de boodschap van Fatima. Het was alsof ze doodsbang waren het ware doel van hun daden te onthullen.

Er bleven toch nog enkele hindernissen voor de vernietiging van Pater Gruner en zijn werk over: er waren nog andere bisschoppen die hem in hun bisdom wilden opnemen. Op 29 may 1994 bood de bisschop van het bisdom van Anapolis, Brazilië, Pater Gruner incardinatie in zijn bisdom aan vanaf 16 juli 1994.166

Op zijn hoede voor de vijandigheid van de bureaucraten, waarschuwde de bisschop dat het aanbod van de incardinatie vertrouwelijk moest blijven tot de aanvangsdatum. Maar het was niet vertrouwelijk genoeg. De bureaucraten namen snel contact met hem op om hem te "adviseren" in verband met Pater Gruners "geval". Nadat hij dit "advies" ontvangen had trok de bisschop zijn aanbod zonder verder commentaar snel terug. Hij zei tegen Pater Gruner dat hij de "beslissingen van de Congregatie" moest aanvaarden. Beslissingen ? Welke beslissingen ?

Zoals Kardinaal Innocenti duidelijk had gemaakt in zijn interventie van 1989, was er een heel nieuwe kerkelijke procedure ontwikkeld speciaal voor Pater Gruner: een geheim "geval" in de Congregatie voor de Geestelijken dat culmineerde in geheime "beslissingen" die zijn incardinatie door bisschoppen van goede wil die hem anders graag genoeg in hun bisdom zouden opnemen, tegenhield.

De Codex van 1983 in het kerkelijk recht garandeert specifiek het recht van een priester om te verhuizen naar een ander bisdom als hij een bisschop zou vinden die zijn priesterlijke diensten beter kon gebruiken. Men zou Pater Gruner echter geen glimp gunnen van de geheime procedures die hem dit recht zonder het gebruikelijke proces zouden afnemen. Geen enkele kerkelijke wet zou de uitvoering van Het Plan in de weg staan.

Ondertussen had Pater Gruner kerkelijk beroep aangetekend tegen het bevel van de bisschop van Avellino om terug te keren. Het Plan had echter rekening gehouden met deze mogelijkheid, want het beroep zou in de Congregatie van de Geestelijken besproken moeten worden, waar de rechters niemand anders zouden zijn dan twee van de bureaucraten die Het Plan mee georganiseerd hadden, Kardinaal Sanchez en Aartsbisschop Sepe.

Het waren zij, natuurlijk, die "verklaringen" hadden uitgevaardigd in de media van het Vaticaan, die de hele Kerk aanzetten de conferentie van het apostolaat in Fatima te negeren. Daardoor vernietigden ze effectief Pater Gruner zonder zelfs maar een schijn van een kerkelijk proces. Op hetzelfde moment organiseerden ketterse verenigingen natuurlijk ook conferenties en stuurden zij ook pamfletten de wereld rond zonder de minste weerstand van de Congregatie van de Geestelijken.

Je moet geen profeet zijn om te kunnen voorspellen dat dezelfde twee ook het bevel om terug te keren naar Avellino gegrond zouden verklaren. In een oppervlakkig decreet dat uitgevaardigd werd slechts een paar dagen nadat Pater Gruners beroep werd aangetekend, verklaarden ze dat de bisschop van Avellino correct had gehandeld door Pater Gruner te bevelen terug te keren - uiteindelijk was hij er niet in geslaagd een andere bisschop te vinden, nietwaar ? Daar hadden zij voor gezorgd. Op die manier werden de wonderen van de "administratieve wetgeving" in het Vaticaan tentoongespreid: bureaucraten die de beschuldigde publiekelijk veroordeelden zonder grond of proces, kregen nu ook nog eens de kans als rechters te beslissen over een beroep tegen hun eigen daden.

Op 7 juni 1994 tekende Pater Gruner verder beroep aan bij de Apostolische Signatura, het hoogste hof in de katholieke Kerk buiten de Paus zelf. Hier zou het incardinatiespel verder gaan, aangezien de Prefect van Signatura, kardinaal Agustoni, een decreet zou uitvaardigen dat wemelde van de feitelijke en wettelijke fouten en dat pijnlijk ver uitgetrokken werd om het gewenste resultaat te bereiken: de permanente verbanning van Pater Nicholas Gruner naar een plaats waar hij, hopelijk, nooit meer iets van zich zou laten horen.

Meer dan twee jaren zouden voorbijgaan eer Pater Gruner een officiële kopie van het decreet kreeg - hij was letterlijk de laatste die op de hoogte gebracht werd. Ondertussen zou de voorzienige ontdekking van een zogenaamde "rokende revolver" Het Plan uiteindelijk aan het daglicht brengen. Het kerkelijke proces van beroep zou nu nog complexer worden, terwijl het incardinatiespel zijn ontknoping naderde. Maar dit is voorbarig. Een paar maanden na Pater Gruners aantekening van beroep bij de Signatura, zou er weer een Fatima conferentie plaatshebben: in Mexico City in november 1994. Wat zouden de bureaucraten doen aan een tweede bijeenkomst van bisschoppen waar gediscussieerd werd over de "verboden" boodschap van Fatima ?

Terug naar de hoofdpagina



Copyright 1996 - 2013 The Fatima Network